Kunstvervalsen met koffie en stof

Vanaf zondag voert Discovery Channel de kijker in drie afleveringen mee in de wereld van de kunstmisdaad. De aflevering over vervalste kunst begint met het wonderlijke verhaal van de `Odalisque à la Coulotte Rouge' van Matisse. Dit schilderij werd te koop aangeboden in Miami, terwijl de rechtmatige eigenaar, het Sofia Imber Museum in Caracas, veronderstelde het gewoon in huis te hebben. De dieven hadden een replica achtergelaten om hun afzetmogelijkheden te vergroten.

De makers stellen dat jaarlijks voor naar schatting 10 miljard dollar aan kunst wordt gestolen, de helft daarvan nooit wordt teruggevonden en dat 40 procent van alle verhandelde kunst vals is. In deze, van een Nederlands productiehuis afkomstige serie speelt de vervalser Geert Jan Jansen een prominente rol. Om een vervalsing oud te laten lijken, vertelt hij, kan je er de koffiepot of de inhoud van een stofzuigerzak op ledigen, maar het doek ook een paar dagen in de zon zetten. Het verhaal van de hedendaagse Van Meegeren blijft intrigerend, vooral door de gretigheid waarmee Jansens vervalsingen aftrek vonden bij particulieren, veilinghuizen en zelfs een enkel museum. De makers van Hot Art gingen met Jansen terug naar het Franse landgoed, waar hij verscheidene, speciaal aan een kunstenaar gewijde ateliers inrichtte. Zo kon hij 's morgens enige werken vervaardigen in de Chagall-afdeling of de Appel-zaal, om 's middags een werk in de Picasso-vleugel te voltooien. Tot de Franse politie hem in 1994 oppakte. Dezelfde experts die vroeger zijn werk als authentiek beoordeelden moesten ditmaal kijken welke van de 1.500 in beslag genomen werken vals waren. Uit het feit dat drie Appel-specialisten een Jansen-prent voor echt aanzagen blijkt dat dit nog altijd niet eenvoudig is.

Werk van de Engelse vervalser John Myatt verwisselde van eigenaar bij veilinghuizen en kwam terecht in musea, waaronder de Tate Gallery en het Victoria and Albert Museum in Londen. Myatt werkte met verf uit de doe-het-zelf-winkel, omdat hij aan de lucht van olieverf een hekel had. Net als Jansen maakte Myatt geen kopieën, maar verdiepte hij zich eerst grondig in het oeuvre van een Giacometti, Van Gogh of Manet, om er vervolgens een `eigen' werk aan toe te voegen. Zowel Jansen als Myatt zijn na hun gevangenisstraf doorgegaan met de vervaardiging van meesterstukken, zij het niet meer met de bijbehorende signatuur. Jansen kan nu een redelijke prijs bedingen voor zijn `naar Picasso' en andere grootheden gemaakte werk. Wyatt verklaart zelfs nu meer te verdienen dan hij in zijn clandestiene periode deed.

Hot Art, Discovery Channel, zo. 21.00-0.00u.

    • Tom Rooduijn