Kolgans

Aan de kolgans - een trekvogel die broedt aan de kusten van Amerika en Azië - \is een roerend verhaal verbonden. Als de kwaaie kogel van een jager in het jachtseizoen een vogel treft, zal het achtergebleven mannetje of vrouwtje niet meetrekken met de rest van de groep. Deze weduwe of weduwnaar sluit zich in Nederland aan bij een andere vereenzaamde vogel, en vormt dan in het voorjaar een nieuw paartje. Zo wordt de wintergast een broedvogel.

Kolganzen (Anser albifrons) zijn fenomenale vliegers in V-vorm. Dit beeld, gezien boven de vlakke weilanden van Friesland, behoort tot de mooiste wintergezichten. Een groep gakkende ganzen die als een scherpe golf door de kil-blauwe hemel klieft. Zoals de naam zegt, is de kolgans van andere ganzen te onderscheiden door de witte bles rondom de snavel. Over de buik onregelmatige, zwarte strepen. Het verenkleed is bruingrijs; de poten zijn oranje evenals de snavel, die naar het roze neigt. In duikvlucht landen ze uit de hoge lucht neer op de voedselgebieden; ze eten gras en klaver. Een vliegende gans in de wijde hemelkoepel is fijner dan een neergeschoten exemplaar op de grond. Laat het jachtseizoen voorgoed gesloten blijven. Neem de verrekijker en vang de levende vogel met je ogen.

(Zien is kennen!); freriks@nrc.nl

    • Kester Freriks