Kenner van duif en meubilair

De Chinese geleerde Wang Shixiang kreeg deze week in Peking de Prins Claus Prijs. De overige winnaars krijgen de prijs op 10 december.

,,Ik was ontzettend verbaasd toen ik hoorde dat ik de Prins Claus Prijs zou krijgen. We hebben in China allemaal wel gehoord van de Nobelprijs natuurlijk, maar ik wist niet dat Nederland een dergelijke prijs op cultuurgebied had'', vertelt de 89-jarige Wang Shixiang in zijn mooie, ruime flat in het centrum van Peking. De flat kocht hij van geld dat hij verdiende met een slimme deal: hij wilde zijn uitgebreide collectie Chinese meubelen uit de Ming- en Qing-dynastie (1368-1911) voor het nageslacht bewaren, maar hij wilde ook graag in een goed huis wonen. Hij vond een zakenman uit Hong Kong bereid om zijn collectie tegen een zacht prijsje over te nemen, op voorwaarde dat die de meubels daarna aan het museum van Shanghai zou schenken. Zo geschiedde en inmiddels zit Wang op een moderne stoel in een kamer vol boeken. Hij publiceerde ruim veertig werken, waarvan de belangrijkste handelen over Chinees meubilair.

,,Een halve eeuw geleden begon ik met het verzamelen van die meubels. Er was toen nog heel veel in omloop en niemand had er veel belangstelling voor. Ik had niet veel geld, dus ik kocht vooral meubels die stuk waren en die ik zelf repareerde.'' Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werd Wang uitgemaakt voor `reactionair', en naar het platteland gestuurd. ,,Dat was eigenlijk best aangenaam. Ze hadden er heel lekkere vis, daar heb ik van genoten, maar het was wel een beetje zonde van de tijd natuurlijk.'' Zijn collectie werd opgeslagen in een in onbruik geraakte Confucianistische tempel, en kwam zo ongedeerd de Culturele Revolutie door.

Wang heeft wel even moeten aarzelen waaraan hij de 100.000 euro van de Prins Claus prijs wilde besteden. ,,Je hebt in China hele mooie traditionele duivensoorten. Daar heb ik ook een boek over geschreven. Die soorten zijn bijna uitgestorven, en dat vind ik heel zonde. Ik hoop dat iemand zich gaat inzetten voor het behoud van die duiven.'' Maar Wang besteedt het geld toch maar politiek correct aan het opzetten van een school in een arm deel van China. ,,De jeugd heeft de toekomst'', immers.

Wang lijkt een Chinese homo universalis. Hij is niet alleen een beroemd kalligraaf, bij uitstek de kunst van de Chinese elite, maar hij weet ook alles van volksgebruiken als krekelvechten en het binden van fluitjes aan duiven, zodat die als ze door de lucht vliegen een hoog gierend geluid maken. Hij kan daarover in vlot Engels converseren, want hij genoot een westerse opleiding aan de eerste Amerikaanse school van Peking en hij studeerde later met een Rockefeller-beurs in Amerika.

Dat het Prins Claus Fonds een dermate onverwachte kandidaat wist te vinden voor de prijs, die dit jaar in het teken van de ambachten staat, lijkt vooral te danken aan het internationale netwerk dat de organisatie in haar zevenjarig bestaan wist op te bouwen. ,,De prijs geldt niet alleen Wang. In hem eren we ook de hele groep ambachtslieden in wiens werk Wang zich heeft verdiept. En we hopen binnenkort in Nederland ook een tentoonstelling over kunstnijverheid met onder meer Chinese meubels te organiseren'', aldus Anke Niehof, de voorzitter van het Fonds die samen met prins Johan Friso naar China reisde om de prijs persoonlijk te overhandigen. De overige winnaars krijgen 10 december uitgereikt in het Koninklijk Paleis in Amsterdam.

Toen Wang de prijs in ontvangst nam, toonde hij zich een heuse Chinese geleerde: hij bedankte de aanwezigen met een voor de gelegenheid geschreven gedicht in het klassiek Chinees. Over duiven, dat wel.