Inburgeringssoep

Buitendijks in Delfzijl raakt Joep Habets geïmponeerd door een halve rookworst.

Erwtensoep is een verplicht onderdeel van de inburgering. Stevig, voedzaam, met een boerse overdadigheid en toch eenvoudig, dat maakt de snert tot een onovertroffen symbool van de Nederlandse keuken. Wat zal je daarom als inkomend Rotterdammer bij het Centraal Station ongeïntegreerd blijven rondhangen, als je honderd meter verderop culinair kunt inburgeren. Grand café Engels afficheert met zelfgemaakte erwtensoep op de stoep van het Groothandelsgebouw.

Huisgemaakte erwtensoep begint langzamerhand een uitzondering te worden. Ook restaurants en lunchrooms laten zich door Unox en andere al dan niet ambachtelijke grootsoepmakers bevoorraden. Of een soep helemaal huisgemaakt is nooit helemaal zeker. Het is goed mogelijk dat Honig en de creativiteit van de kok gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het soepbord.

De erwtensoep van Engels, dat zich met recht een grand café noemt, smaakt naar groenten. Dat is een verdienste want vaak wordt vergeten dat erwtensoep een groentesoep is en overheerst een bouillon- of vleessmaak. Ik proef niet zo zeer erwten, als wel de knol en het blad van selderij. De soep oogt groen door de ruime hoeveelheid selderijblad, andere groenten zijn niet zichtbaar. Tien halve plakjes rookworst en wat kleine blokjes vlees, waarschijnlijk spek, geven timide smaak aan de enigszins zoute soep van gemiddelde dikte. Dat is naar verhouding vrij veel, want het grootste bezwaar tegen de soep is dat de kop zo klein is. De soep legt het in kwantiteit af tegen het garnituur. Engels zorgt voor een omvangrijk bijprogramma, een halve ciabatta, twee boterbloempjes en twee driehoekjes zwart roggebrood met vet spek. De prijs voor deze grootstedelijke en dankzij de Italiaanse ciabatta pan-Europese portie erwtensoep is vier euro.

A raison van dik een euro meer biedt Delfzijl een uitwijkhaven voor de niet geheel ingeburgerde snerteter die nog even moet wachten voor de poorten van Rotterdam zich voor hem openen. Als een booreiland staat daar het Eemshotel buitendijks op palen in het zeewater. Via een loopbrug is het hotel vanaf de dijk te bereiken. Het uitzicht is weids en waterrijk. De maritieme ligging heeft geen inspiratie opgeleverd voor de inrichting. Het Eemshotel biedt de comfortabele uitrusting en decoratie van het doorsnee hotel voor landrotten. Het is een plek waar het altijd waait, ook binnen. Geen tochtstrip kan tegen een fikse zeebries op. De erwtensoep is gelukkig goed warm. De kleur is wat onbestemd groen. Kennelijk is de soep door de roerzeef gegaan of met de staafmixer behandeld. Ik zie oranje spikkels die op wortel wijzen en lichtbruine spikkels die iets vlezigs doen vermoeden. De snert is in elk geval smaakrijk, in de mond blijft behoorlijk wat peper hangen. De Rotterdamse erwtensoep heeft een Italiaanse inslag door de ciabatta, ook hier is de presentatie mediterraan. Men moet zich in Delfzijl hebben laten inspireren door de gastronomische tradities van Marseille - het blijven tenslotte havensteden onder elkaar. Het Eemshotel brengt snert met een knipoog naar de bouillabaisse. Op een apart bord wordt naast het roggebrood met spek de vulling van de soep geserveerd, en die is niet gering met maar liefst een halve rookworst.

Voor een genereuze inburgeringssoep gaat er niets boven Delfzijl.

Grand café Engels, Stationsplein 45, Rotterdam, 010 4119551, www.engels.nl

Eemshotel, Zwembadweg 2, Delfzijl, 0596 612636, www.eemshotel.nl

    • Joep Habets