Hypotheekverwarring

In 2001 kochten wij een ander huis van 540.000 euro, met een nieuwe hypotheek van 408.000 euro, waarvan 295.000 euro beleggingshypotheek en 113.000 euro aflossingsvrij, met een levensverzekering van 295.000 euro, die uitkeert bij overlijden van een van ons beiden, of in 2026, als we beiden nog leven. We sloten voor ons oude huis in 1994 een hypotheek af van 59.000 euro, met daarnaast een levensverzekering, een gemengde vorm op onze levens en winstdeling. Bij het afsluiten van de nieuwe lening werd de oude hypotheek afgelost. We merken nu dat de oude levensverzekering onbedoeld is gecontinueerd. De afkoopwaarde ervan bedraagt 11.213 euro en de premievrije waarde 21.742 euro. Bij het premievrij maken vervalt de winstdeling. Onze tussenpersoon adviseert om beide verzekeringen te continueren.

(A. de E.)

Dit is de bekende verwarring van huizenbezitters die niet weten hoe hun spaar-, beleggings- of levenhypotheek in elkaar zit. Het zijn altijd minimaal twee delen. Een schuld, die je af mag of moet lossen bij de verkoop van het onderliggende huis, en een verzekeringscontract dat in feite los staat van de schuld en niet `aflosbaar' is. In situaties als de uwe geeft dat complicaties. Daardoor bent u niet meer flexibel. Dat is mede mijn bezwaar tegen dergelijke hypotheekconstructies. Wat u met die overbodige polis moet doen, die in box 3 met 1,2 procent per jaar belast wordt, is een kwestie waarover u zelf moet beslissen. U kent uw persoonlijke situatie het best. Uw tussenpersoon heeft gelijk.

Adriaan Hiele beantwoordt ook vragen op de website www.nrc.nl/hiele