Hoe het vóélt als leraar

Vóór de stagetijd voor de klas staan en intussen je bevoegdheid halen als leraar. Heel belangrijk voor het kweken van pedagogische vaardigheden. `Het meest verraste mij hoe hard de leraar moet werken.'

`HET IDEE dat vmbo-leerlingen een jonge leraar als hongerige wolven aanvallen valt hartstikke mee', zegt leraar Engels-in-opleiding Christiaan Putter (19). ``Leerlingen zijn wel heel nieuwsgierig naar wie er voor de klas staat. Doordat ik zelf nog maar net van school ben, kan ik mij heel goed inleven in hun wereld. En juist daardoor hebben ze respect voor me. En het maakt het makkelijk een goede band met ze te krijgen, maar ook weer niet zo dat ze mij als een vriendje zien. Ik heb wel overwicht.''

Sinds vorig jaar is het mogelijk om op de Hogeschool Rotterdam al werkend je bevoegdheid als tweedegraads leraar te halen. In dit duale traject werken de studenten twee tot drie dagen per week als leraar op een middelbare school (voor een maandsalaris van zo'n €400 netto) en schuiven ze de rest van de tijd zelf weer in de schoolbanken.

``Hiermee voorkom je dat mensen pas halverwege hun studie als ze echt stage gaan lopen beseffen dat het leraarschap niets voor hen is'', zegt Ans Huurman-van Buren, directeur Lerarenopleiding Voortgezet Onderwijs van de Hogeschool Rotterdam. Dat vindt ook leraar biologie-in-opleiding Carolien Muller Kobolt (20): ``Je hebt zo snel een idee hoe het vóélt om als leraar voor de klas te staan. Dat leer je niet uit een boekje.'' Kennelijk is er een schril contrast tussen theorie en praktijk, want slechts 58 procent van de afgestudeerden aan de lerarenopleidingen gaat ook daadwerkelijk in het onderwijs werken. ``Daarom profileren wij ons meer op het beroep'', aldus Huurman. ``Je kiest eerst voor het docentschap, dan pas voor het vak.''

Maar er speelt nog iets anders, en dat is dat de scholen voor voortgezet onderwijs een ander type leraar vragen dan de traditionele `lesboer'. Vooral in het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) blijkt er behoefte aan leraren met meer pedagogische vaardigheden: leraren die oog hebben voor ongelukkige leerlingen, die zien dat leerlingen minder goed presteren dan anders en daar aandacht aan besteden.

Op de nieuwe lerarenopleiding heeft dit geresulteerd in een lijst van `competenties' die de leraren-in-opleiding zich eigen moeten maken. Ze moeten blijk geven van inzicht in wat ze wel en niet kunnen (bijvoorbeeld orde houden) en daar via `leervragen' dieper op ingaan. En ze moeten kunnen reflecteren op hun eigen prestaties.

Christiaan vindt het dan ook volstrekt normaal om zichzelf te beoordelen. In het eerste jaar heeft hij een sterkte/zwakte-analyse gemaakt van zichzelf op basis waarvan hij zijn eigen `leervragen' formuleert. ``Orde houden is een zwak punt van mij'', zegt Christiaan. ``Daarom heb ik bijvoorbeeld vandaag in een 3-vmbo klas geobserveerd hoe de docent daar orde houdt en die dingen probeer ik dan weer zelf uit om te zien wat bij mij werkt.''

Maar gaat de nadruk op pedagogische vaardigheden niet ten koste van de vakkennis? ``Vroeger was de lerarenopleiding een aftreksel van de academische kennis'', zegt Huurman. ``Maar in de nieuwe opleiding leggen wij ons meer toe op het schoolvak. Wij bieden die kennis aan die de student nodig heeft om voor de klas te functioneren. En dus moeten er inderdaad keuzes gemaakt worden. Wat is wel belangrijk en wat niet? Over die herdefiniëring van het curriculum voeren wij op dit moment als gezamenlijke lerarenopleidingen overleg met de scholen. Dit gebeurt in het kader van het wetsvoorstel `Wet op de beroepen in het onderwijs', waarin vastgelegd gaat worden aan welke bekwaamheidseisen leraren moeten voldoen.''

Christiaan en Carolien hebben allebei op het Penta-college CSG gezeten, dat acht vestigingen heeft in de regio Rotterdam. En ze werken dit jaar allebei op één van deze vestigingen, de Blaise Pascal in Spijkenisse. Dat is geen toeval. Het Penta-college gebruikt het duale opleidingstraject namelijk voor `eigen kweek'. In de laatste jaren van havo en vwo werft de school actief leerlingen voor deze opleiding. Geïnteresseerde leerlingen worden via een `assessment' geselecteerd. Inmiddels zijn dat er twintig. Op de vraag of het zo niet een erg klein wereldje wordt, antwoordt Ton Roelofs, directeur onderwijs, ontkennend. ``Ze zijn wel werkzaam op hun eigen school, maar in de eerste twee jaar niet op de vestiging waar zij als scholier hebben gezeten.'' Het Penta-college moet in 2011 zo'n honderd vacatures hebben ingevuld en hoopt dat voor een deel op deze manier te kunnen doen, met leraren die beter beslagen ten ijs komen.

Volgens Roelofs werkt het duale traject motivatieverhogend. ``Als werknemer moeten de studenten op school verantwoording afleggen over hun aanpak. En dat werkt vormend.'' Daar is Christiaan het mee eens. ``Ik voelde me op mijn eerste werkdag al meteen docent'', zegt hij. ``Je loopt dan de lerarenkamer in en wordt door andere docenten, vooral de jongere, behandeld als een collega. Ook denk ik dat ik meer geïnteresseerd ben in de theorie dan sommige voltijdstudenten. Je kijkt er anders naar omdat je weet `dit ga ik dadelijk in de klas ook uitleggen'. Dan heb je een drive om het goed te doen.''

Om de abrupte omschakeling van leerling naar leraar in goede banen te leiden gaan de leraren-in-opleiding de eerste maanden van hun studie in de keukens van verschillende scholen kijken. Ze lopen mee met leraren om hun manier van lesgeven te zien en met een klas om inzicht te krijgen in het gedrag van leerlingen (waarom zijn ze bij leraar A niet te handhaven en bij leraar B juist heel rustig?), ze wonen vergaderingen bij en gaan dan langzamerhand zelf aan de slag. Aanvankelijk door kleine groepjes leerlingen les te geven of een deel van een les. Christiaan: ``Wat mij het meest verraste was hoe hard je als leraar moet werken. Dat besef je niet als leerling. Nu weet ik dat je van het eerste uur tot een uur of half vijf op school bent, dat je moet vergaderen, dat je je lessen moet voorbereiden en daarvoor op Internet materiaal gaat zoeken. Als duale student moet je je daar serieus in storten.''

Ook de studiedruk is hoog, want de duale studenten volgen hetzelfde lesrooster als de voltijdstudenten, die de dagen dat de dualen lesgeven aan hun studie kunnen besteden. Toch zou Christiaan niet willen ruilen. ``Wij staan er gewoon al anders in. Als wij elkaar proeflessen geven op de opleiding, geven duale studenten feedback als `dit slaat niet aan' of `dit werkt heel goed'. Dat is onze praktijkervaring.''

    • Jacqueline Kuijpers