Het geheime ogenpaar

In deel 3 van de serie Italiaanse klassieken op dvd deze maand Matrimonio all'Italiana van Vittorio de Sica. Een hoer met een hart van goud en een zwarthandelaar met zijn haar in de war.

Marsmuziek. Sophia Loren beent over de hobbelige Napolitaanse straatstenen en, via een dvd, over het scherm van mijn pc. Haar rode krullen deinen; de halslijn van haar zomerjurk koestert haar boezem, de zoom zoent haar knieën, kus kus kus. Het scènetje duurt nog geen minuut, maar ik ben niet meer alleen, achter mijn rug heeft zich een kleine menigte collega's verzameld. Mannen, aardige mannen, maar nu willen ze loeien, juichen, brullen.

Het komt er niet van. Ze staan versteld. Verstomd door de aanblik van Sofia Loren in 1964 (ze was toen al strategisch omgedoopt tot Sophia, pfff, of zij die ph nodig had om de internationale filmmarkt te behagen). Dertig jaar jong en op haar mooist. Veertig jaar geleden en nog altijd ademstokkend.

Tot zover. Hier zal ik het verder niet over hebben.

Koningshuis

Marsmuziek. Even lijkt het of regisseur Vittorio de Sica (inderdaad, die van Fietsendieven) het roodkoperen geschetter onder de scène heeft geplakt als komisch effect. Maar de marsmuziek komt uit de luidsprekers van de monarchistische partij. Door een krakende microfoon wordt op een podium vol vlaggen gepleit voor de terugkeer van het Italiaanse koningshuis op de Italiaanse troon. De marsmuziek is er niet zomaar; die markeert een punt in de geschiedenis van het naoorlogse Italië. Net zo achteloos komt aan de orde hoe er in die dagen nog gebivakkeerd werd in ruïnes. Een krantenkop meldt even later in het voorbijgaan de verkiezing van president Eisenhower, en terloops zien we de grimmige woonkazernes en de hijskranen Napels vergrauwen, maar dan zijn we al ver in de jaren vijftig.

Matrimonio all'Italiana is een komedie, De Sica regisseerde hem navenant. Hij deed dat con amore en maakte een schat van een film, over de strijd tussen veilige kilte versus onverschrokken liefde. Goed voor een lachje hier en een traantje daar, tot de juiste de strijd wint.

Echter, wie dat wil, beseft dat

De Sica in die strijd tussen kil en lief de ontwikkeling van dat naoorlogse Italië laat doorschemeren: die herkent de corruptie van een cynische middenklasse tegenover de eerlijke passie van de 'gewone' Italiaan. Want ondanks zijn ommezwaai naar luchtiger genres, resoneren in De Sica's

latere werk zijn vroege films, waarmee hij schetste hoe de grote politiek de kleine mensen verplettert.

De veilige kilte krijgt gestalte in de rol van Marcello Mastroianni als Domenico. Hij maakte fortuin als zwarthandelaar, en werd eigenaar van een pasticceria, zo'n glimmend luxe koffiehuis annex taartjeszaak zoals ze alleen in Italiaanse steden bestaan. Het 'matrimonio all'Italiana', het huwelijk op zijn Italiaans, lijkt te verwijzen naar zijn relatie met Filumena (Sophia Loren), een Napolitaanse prostituée uit de heffe des volks. Toen ze elkaar ontmoetten, was zij 17 en net in het vak, hij zo'n tien jaar ouder en bikkelhard.

Domenico houdt Filumena in zijn greep. Ze is weerloos, altijd opnieuw lijmt hij haar met valse schijn. In het bordeel is ze zijn vaste aanlegplaats en als ze wat ouder is, neemt hij haar in huis. Als eerste reserve-maîtresse en als verpleegster voor zijn demente moeder, na wier dood ze promoveert tot huishoudster. Ten slotte bestiert ze ook nog zijn bedrijf kan hij rustig aan de rol. En steeds blijft haar bed in de dienstbodenkamer.

Drie geheimen

Nu is Filumena veertig, Domenico gaat trouwen. Niet met haar, nee, met een heerlijk onbenullig, jong ding. Meer dan twintig jaar verdroeg ze zijn kilte, nu is haar onverschrokken liefde aan zet.

Want ze heeft een geheim. Drie geheimen. Drie bijna volwassen buitenechtelijk geboren zoons. Herkomst onbekend. Het zou, bij nadere beschouwing, kunnen dat de film de goede verstaander de omstandigheden van hun

respectieve conceptie verraadt. Zeker is dat niet. Ondergeschoven werden de jongens, maar nu moeten ze een naam krijgen.

Een eerbare naam, een met een erfenis. Die van Domenico. Filumena dwingt hem tot een huwelijk, maar dan op zijn Italiaans: gevaarlijk, krabbend en bloedend, ongebreideld, gepassioneerd en vol verantwoordelijkheid voor een ander. Alles waar hij niks van weten wil.

Ruimte zat voor komische incidenten, ruimte te over voor een verborgen ernstige ondertoon, alle ruimte voor de ras-filmverteller die Vittorio de Sica was. Let op wat er op de achtergrond van de taferelen beweegt, op de blikken en gebaren van bijrollen zoals de bartenders in de pasticceria, die ergeren zich stiekem wild aan hun baas. Of bestudeer de eerste scène: Filumena wordt zieltogend binnengedragen, de dienstmeid en het manusje-van-alles uit 'haar' huis schreeuwen en gebaren zo bezeten dat je denkt: nou nou, tut tut, dit is wel erg overdreven, zelfs voor Italiaanse begrippen. Bij de tweede keer kijken weet je: dit zijn geen schmierende acteurs. Integendeel, De Sica speelt ermee dat de intenties van hun spel in eerste instantie misverstaan zullen worden. Bij drie keer besef je: ze overdrijven en dat doen ze meesterlijk.

Hart van goud

De rol van Sophia Loren was voor De Sica geen probleem: de hoer met het hart van goud in wie de moeder losbarst, dat is glamour en gevoel ineen, dat kan niet stuk. Hij haalde er alles uit wat erin zit, terwijl de kijker van nu als extraatje ontdekt hoe Loren haar veel latere prestatie in

Una giornata particolare al in 1964 in zich had.

Nee, de moeilijkheid van Matrimonio all'Italiana steekt in Domenico. Dat personage is geestig, een ijdele playboy die geen winkelruit kan passeren zonder te kijken of zijn haar goed zit en zelfs in opperste woede de spiegel niet met rust kan laten. Maak dat haar in de war en er is niemand die niet zit te lachen. Domenico's kleingeestigheid, zijn verwende gedrag, zijn onredelijkheid en zijn egomanie in alles vindt De Sica aanleiding voor een grappig effect. Waar hij kan, profiteert hij van Mastroianni's malicieusonschuldige blik, van zijn kluchtige motoriek, van zijn flegmatieke body language van de moederszoon.

Maar deze figuur moet toch de man zijn die we Filumena toewensen. Veel aanleiding geeft hij niet. Vanaf het eerste moment, paraderend in een bordeel of hij er woont terwijl Napels beeft onder een Amerikaans bombardement en Duitse bevelen, gedraagt hij zich hetzij honds hetzij burlesk. En dat blijft zo, ook als hij zich tegen wil en dank laat vertederen tot het vaderschap van het ongelooflijk aanminnige drietal jongvolwassenen dat hij aanvankelijk van zich af brulde: 'Figli di puttana! Hoerenzonen!' waarmee hij vooral hun moeder wenste te beledigen.

Toch vond De Sica een cruciaal moment waar hij zonder te wrikken het noodzakelijke gevoel kwijt kon. Het zit in het begin van de film. Domenico ziet Filumena, zijn Filumena die niet weet wat tranen zijn, zoals hij haar nooit eerder zag: doodziek in de kussens, tam. Met donkere kringen om haar ogen, haar felle stem afgezwakt tot gefluister. Geslagen zit hij op een stoel in de keuken. Haar keuken. Zijn gedachten dwarrelen achter zijn gefronste voorhoofd. De Sica zoomt in op zijn ogen, tot ze, even maar, het complete beeld vullen.

Domenico's ogen zijn Mastroianni's ogen en hij vult ze met donker verdriet. Onversneden is zijn pijn, te erg voor tranen. De film is nog maar net begonnen, we kennen deze man al als een hardvochtige ijdeltuit. Dat hij wordt bedrogen, weten we nog geen van allen. Het maakt niets uit. Door deze onvoorwaardelijk tragische blik wordt Domenico ingekleurd met liefde en dat blijft van kracht, de volle film lang, wat hij ook doet, wat er ook gebeurt.

Tot slot, na de huwelijksplechtigheid, kan Filumena eindelijk huilen. De reden kan van alles zijn. Geluk waarschijnlijk. Maar misschien stort ze haar tranen wel om dat geheime ogenpaar. Omdat deze man, haar man, is zoals hij is, liefderijk maar liefdeloos.

Joyce Roodnat is chef kunst van NRC Handelsblad.

Volgende maand: 'Rocco e i suoi fratelli' van Luchino Visconti

    • Joyce Roodnat