Handelsoorlog verzinsel van pers

Ondanks verhalen over een naderende handelsoorlog hebben China en de VS het samen nog nooit zo goed gehad. Premier Wen Jibao kan van zijn bezoek aan Amerika een succes maken. Ook dankzij het terrorisme en Noord-Korea.

Het bezoek van de Chinese premier Wen Jibao aan president Bush, dat dit weekeinde begint, wordt met enige spanning tegemoet gezien. Amerika legde eind november tarieven op aan de invoer van bh's, tv's en andere goedkope Chinese producten. De term handelsoorlog hangt in de lucht.

De regering-Bush zag China in het begin van haar termijn als een strategisch gevaar. Het communistische systeem en de gigantische economische groei werkten als een rode lap op de Republikeinen. Het incident met een Amerikaans spionagevliegtuig in april 2001 maakte de sfeer er niet beter op.

,,Daar kwamen nog eens de verklaringen bij dat Amerika alles zou doen wat nodig was om Taiwan te verdedigen. Er was sprake van een wederzijds strategisch wantrouwen'', zegt David Lampton, hoogleraar-directeur van het China Studies Program aan de School of Advanced International Studies van Johns Hopkins University in Washington.

Toen kwamen de aanslagen van 11 september 2001. Peking zag, net als Poetins Rusland, een kans een wit voetje te halen bij de Amerikanen. Toen de Chinezen later ook behulpzaam bleken bij het aanpakken van de spanningen rond Noord-Korea's nucleaire ambities, werd duidelijk dat zowel de Verenigde Staten als China meer baat hadden bij een gemeenschappelijke aanpak van strategische vraagstukken. ,,De Chinees-Amerikaanse betrekkingen zijn nog nooit zo goed geweest als nu'', taxeert Lampton. Hoe kan er dan een handelsoorlog dreigen? ,,Die is er niet en komt er ook niet. Dat is een product van koppenmakers in de pers. Natuurlijk zijn er wel eens spanningen, zoals de VS die ook heeft met de EU, Japan, Canada of Mexico. Die zijn een normaal onderdeel van de relaties tussen economische grootmachten.''

De Verenigde Staten kondigden eind vorige maand importheffingen af tegen een aantal Chinese producten. Toen speelden ook nog de tarieven ter bescherming van de Amerikaanse staalindustrie, die president Bush donderdag afschafte. Voor Federal Reserve Board-president Alan Greenspan waren al die maatregelen aanleiding tot een waarschuwing tegen `sluipend protectionisme'.

Een andere kenner van de Amerikaans-Chinese economische betrekkingen, Pieter Bottelier, voormalig afgezant van de Wereldbank in Peking, is het met Lampton eens dat er maar op kleine schaal sprake is van oneerlijke handelspraktijken door de Chinezen. Hij wijst er op dat het tekort dat Amerika heeft in de handel met China een onderdeel is van het totale handelstekort van de VS. Die is een Amerikaans probleem, niet veroorzaakt door China. De VS verliest veel meer banen door groei van de binnenlandse productiviteit en de algemene globalisering dan door goedkope Chinese producten.

Lampton voegt er aan toe dat de Chinese producten waar de Amerikanen straftarieven op hebben gelegd maar een klein percentage belopen van het totale Chinees-Amerikaanse handelsvolume. ,,Het grootste deel van het handelstekort met China is niet het gevolg van oneerlijke praktijken, maar van het feit dat Amerikanen niet genoeg sparen. Het resultaat is dat wij geld en goederen moeten lenen in het buitenland om het tekort te financieren'', zegt Lampton.

De onevenwichtigheid in de Chinees-Amerikaanse handelsbetrekkingen wordt om verschillende redenen overschat. Bottelier wijst er op dat aanzienlijke doorvoer via pakhuizen in Hong Kong bij de Chinese handel wordt opgeteld. Bovendien kijkt men meestal alleen naar de handel in goederen, en niet naar de handel in dienstverlening, waarin de Amerikanen een overschot hebben, noch naar inkomen dat Amerikaanse bedrijven in China verdienen.

Volgens David Lampton is het handelstekort met China ook gezwollen doordat landen als Japan, Zuid-Korea, Hong Kong en Singapore - gedwongen door het stijgend loonpeil in eigen land - hun productie deels hebben ondergebracht in China. Vroeger had Amerika met al die landen een handelstekort. Een deel daarvan is nu overgebracht naar China.

De minister van financiën Snow heeft Peking bij herhaling beticht van het kunstmatig laag houden van de Chinese munt, de renminbi (yuan). De deskundigen zijn opnieuw niet zo onder de indruk van de verwijten, die vooral met binnenlandse politiek te maken hebben. Amerikaanse boeren en makers van producten die last hebben van goedkope Chinese concurrentie, klagen dat de Chinese munt oneerlijk laag gewaardeerd is.

David Lampton bestrijdt dat: ,,Als de renminbi zwaar ondergewaardeerd zou zijn, had China een gigantisch handelsoverschot met iedereen. Dat is niet het geval.'' Bottelier verwacht dat Chinese economie en betalingsbalans zo sterk zijn dat de munt vanzelf sterker wordt. Dat zou de opwaartse druk op de euro en de yen verminderen, wat de Europese en de Japanse economieën zou helpen. En daarmee exporteur China. Wie het minst zitten te wachten op opwaardering van de Chinese munt? Amerikaanse bedrijven als Wal Mart die goedkoop in China produceren.