Erosie in goudmijn belbedrijven

De prijs van vast naar mobiel bellen daalt over enkele weken sterk. Daardoor zien mobiele aanbieders een belangrijke goudmijn verdwijnen. Wat gaan ze daar tegen doen? Hogere mobiele beltarieven is een mogelijke uitkomst.

Menig ouder zal voortaan met een glimlach naar de deurmat lopen als de wit-groene envelop van KPN is te ontwaren. De tweemaandelijke rekening van KPN valt vanaf begin volgend jaar een stuk lager uit nu het bellen naar het mobieltje van zoon- of dochterlief bijna eenvijfde in prijs daalt. Niet 18,9 eurocent maar 15,5 eurocent per minuut zal het telefoontje kosten. En eind 2005 daalt het tarief zelfs naar 11 eurocent per minuut.

In Nederland is bellen van een vaste lijn naar een mobiele telefoon veel duurder dan in ander Europese landen. De verschillen liepen op tot rond de 25 procent. Voor Opta, de Nederlandse telecomtoezichthouder, een onaanvaardbaar verschil dat moest worden aangepakt. De toezichthouder had daarbij kartelautoriteit NMa, die onderlinge prijsafspraken vermoedde, aan zijn zijde.

Opta en NMa vermoeden dat vaste telefoonabonnees volgend jaar circa 200 miljoen euro zullen besparen – omzet die de mobiele belbedrijven straks kwijt zijn. Het is een publiek geheim dat de vijf mobiele aanbieders goud geld verdienden met de afwikkeling van telefoontjes van het vaste naar het mobiele net. Niet voor niets sleepte de kwestie bijna drie jaar. ,,De belangen zijn groot. Het is substantieel wat hier gebeurt'', zegt Telfort-directeur Ton aan de Stegge.

KPN heeft als marktleider vermoedelijk het meeste last van de tariefsverlaging. Het telecomconcern ziet het bedrijfsresultaat volgend jaar en het jaar daarop met respectievelijk 65 en 110 miljoen euro dalen, maakte KPN gisteren bekend. Ook Vodafone, na KPN de grootste speler in Nederland, zal de lagere tarieven waarschijnlijk zien doortikken in het bedrijfsresultaat, maar weigert daarover helderheid te verschaffen. Telfort zegt dat de beslissing een ,,negatief effect heeft op de winst''.

Het effect op de winst wordt duidelijk door de route van een telefoontje te volgen. Wanneer iemand van een vaste telefoon van KPN belt naar bijvoorbeeld een mobiele beller aangesloten bij Vodafone, moet KPN aan Vodafone een bedrag betalen omdat KPN gebruik maakt van het netwerk van Vodafone. De lagere tarieven zullen ervoor zorgen dat Vodafone minder inkomsten krijgt. Aan de andere kant betaalt KPN minder (lagere kosten) aan Vodafone door de lagere tarieven. Het verschil tussen de lagere kosten en de lagere inkomsten bepaalt het effect op de winst.

De vraag is wat de mobiele aanbieders gaan doen om de invloed op de winst zo beperkt mogelijk te houden. De meest aangewezen weg hiervoor is verhoging van de mobiele beltarieven, een gebied waar de Opta geen zeggenschap over heeft omdat er voldoende concurrentie is. KPN sluit verhoging niet op voorhand uit, maar onthoudt zich momenteel van uitspraken daarover. Ook Vodafone wil niet op de kwestie ingaan. Opta zegt niet te weten wat er gebeurt, maar acht de kans op hogere mobiele beltarieven aanwezig.

Verschillende marktdeskundigen wachten met spanning af. De concurrentie op de Nederlandse mobiele belmarkt is hevig. Met name T-Mobile, het voormalige Ben en onderdeel van Deutsche Telekom, vecht zich een plek richting de twee sterkste spelers KPN en Vodafone. Maar ook Orange, onderdeel van France Telecom, laat zich niet onbetuigd.

De vraag is of een van de spelers met een verhoogd mobiel beltarief tevoorschijn durft te komen en wat de reactie hierop is van de concurrentie. Vodafone zegt de marktontwikkelingen af te wachten, net zoals KPN. Telfort `denkt na'.

Hoe dan ook, de NMa volgt de mobiele belmarkt met argusogen. Niet voor niets zijn de vijf aanbieders door de knieën gegaan nadat de kartelautoriteit zich met de `mogelijk excessieve tarieven' van vast naar mobiel ging bemoeien. Een vrijwel gelijktijdige tariefsverhoging zal bij de NMa de sirenes wederom laten loeien.