Een politiek van improvisaties

Nieuwe politiek: onze minister van Sociale Zaken opent binnenkort een zogenaamde `Robin-Hood-rekening', waarop Nederlanders die het goed of uitstekend hebben geld kunnen storten, dat vervolgens onder de armen van Nederland verdeeld zal worden. Er komt ook een speciale telefoonlijn, waar Barmhartige Samaritanen zich kunnen melden. Minister De Geus zegt het ingezamelde geld in de potjes voor de bijzondere bijstand van de gemeenten te zullen storten, zodat die het aan de allerzwaksten in onze samenleving kunnen uitdelen. De minister benadrukt, meldt het Algemeen Dagblad, dat hij solidariteit onder mensen waardeert. ,,Waar de overheid niet meer kan helpen, kunnen best mensen een duit in het zakje doen die zelf wat overhebben.''

Het voornemen van De Geus was een reactie op de door GroenLinks voorgestelde zogenoemde Robin-Hood-heffing, waarbij eenmalig vijfhonderd euro bij veelverdieners zou worden afgeschreven, ten behoeve van de armen van Nederland. GroenLinks juicht het geïmproviseerde plannetje van De Geus dan ook toe. Het Algemeen Dagblad: ,,GroenLinks-Kamerlid Van Gent is daarmee in haar nopjes. [...] Zo wordt de kloof tussen arm en rijk volgend jaar niet al te groot, hoopt ze. Van Gent sluisde gisteren zelf alvast een eerste donatie door naar De Geus: een bejaarde dame uit Nijmegen wilde ,,met genoegen'' vijfhonderd euro overmaken voor de minima.''

Vijfhonderd euro voor de minima – het is een van die berichten die je onwillekeurig naar de kalender doen kijken, in de hoopvolle verwachting dat het toch weer ongemerkt 1 april is geworden. Rechts cynisme, christen-democratische hypocrisie, linkse zelfgenoegzaamheid, in het nieuwe Nederland schudden ze elkaar innig de hand. Onder het mom van menslievendheid en solidariteit verruilt deze regering klakkeloos beleid voor liefdadigheid. Ogenschijnlijk gaat het om een initiatief om de burger onafhankelijker te maken van die gezichtsloze overheid – die gedachteloze mantra van de nieuwe politiek – maar in werkelijkheid is het de overheid die met een pontificaal gebaar de handdoek in de ring gooit. In plaats van het beoogde nieuwe gevoel van gemeenschap wordt de tweedeling in de samenleving nog eens benadrukt – en tegelijk overgoten met een saus van weemakend sentiment. Het wachten is op de eerste commerciële omroep die zich tegen betaling (alles voor de zwakken in de samenleving!) van het initiatief van De Geus meester maakt en er een kijkcijferfenomeen van weet te maken: glimmende directeuren van bedrijven met reusachtige kartonnen cheques waarop naast de naam van het bedrijf ook een ongelofelijk bedrag staat vermeld, een belangeloos lied van de cast van GTST en de carrière van Henny Huisman uit het slop.

Was het maar een incident, een larmoyante oprisping van een minister die ook niet weet waar hij het vandaan moet halen. Het is meer dan dat – in Nederland keert na de burger nu ook de politiek zich af van een algemene wetgeving, die een praktische aanpak maar in de weg zit. Formele regels, eindeloze procedures, ongevoelige algemeenheden, die verheffende principes huldigen, maar in de praktijk alleen maar misstanden in de hand werken – ze worden nu ook in de politiek vervangen door een pragmatische aanpak, die vooral neerkomt op improvisatie. Als de regels in de weg zitten, dan veranderen we die regels toch gewoon? Wat heb je aan het gelijkheidsprincipe, wanneer een kind kan zien dat echte mensen helemaal niet gelijk zijn? Praktische problemen vragen om praktische oplossingen, en alle fraaie denkbeelden die in abstracte wetgeving zijn vastgelegd, wat koop je ervoor als niemand in je buurt meer Nederlands spreekt en de jongens die je tasje hebben geroofd na een paar uur weer op straat lopen? En niets is zo wezenloos abstract als de Grondwet, dus daar moet eerst iets aan gedaan worden.

Er heerst dus veel weerzin tegen algemene principes – precies omdat ze algemeen zijn en geen oog hebben voor specifieke situaties, en ten tweede omdat ze onpersoonlijk zijn; liever door de overheid gestuurde liefdadigheid dan een zoveelste belastingverhoging. Weg met de bureaucratie, leve de noodverordening.

Helemaal kwaad hoeft dat niet te zijn, want iedereen weet dat die algemene principes in die abstracte regelgeving al gauw tot drogredenen kunnen worden, waardoor de harde maatschappelijke werkelijkheid uit zicht raakt. Maar andersom dreigt een minstens zo groot gevaar: wanneer regelgeving zich steeds opnieuw toespitst op specifieke situaties, raakt het algemene uit het zicht.

Dat levert een vreemde paradox op, waar de huidige politiek zich nauwelijks van bewust lijkt: juist de pleitbezorgers van volledige integratie van minderheden zijn de eerste die het gelijkheidsbeginsel in specifieke situaties in twijfel trekken. De gedachte van minister Donner om allochtone criminelen relatief zwaarder te straffen dan autochtonen, omdat zij de strafmaat anders zouden beleven, toont de situatie in een notendop: juist om de boel bij elkaar te houden, wordt getornd aan principes die bedoeld zijn om de boel bij elkaar te houden.

Donner staat niet alleen; vooral de VVD maakt er tegenwoordig een gewoonte van alle algemene principes overboord te gooien in het belang van algemene principes. De tournure van minister Zalm om islamitisch onderwijs onmogelijk te maken zonder aan artikel 23 van de Grondwet te komen, is een lachwekkende schijnbeweging. Het is evident dat die partij de islam beschouwd als een vijfde colonne, een duister monsterverbond tussen jihadstrijders en jodenhatende tasjesdieven, die bijna niet kan wachten om hier de boel over te nemen en stante pede de sharia in te voeren. Dat mag je vinden, maar verschuil je dan niet achter drogredenen over achterstandsgroepen. Je kunt niet discussiëren over islamitisch onderwijs zonder ook over christelijk onderwijs te discussiëren, zo is het nu eenmaal; en als je ervan overtuigd bent dat het islamitisch onderwijs een bijzonder gevaar vormt voor de Nederlandse samenleving, dan zul je dat moeten bewijzen – daar heeft Said Benayad, voorzitter van de organisatie van islamitische scholen, volkomen gelijk in.

In een samenleving waarin grote verschillen bestaan – iedere samenleving dus – is het de taak van de overheid het ideaal van gemeenschap hoog te houden, als een soort paraplu waaronder iedereen kan schuilen. Nu die gemeenschap als een illusie ontmaskerd lijkt te zijn, is er sprake van paniekvoetbal. In plaats van zich te verliezen in een politiek van eindeloze improvisaties, zou geprobeerd moeten worden de algemene principes nieuw leven in te blazen. De Nederlandse Grondwet lijkt me daarbij een uitstekende leidraad.

    • Bas Heijne