Dr. Strangelove waart door Brussel

Terwijl de beurzen zich verrassend goed houden bij de stijgende euro, sleutelt de Europese Commissie aan een Doomsday Machine.

Niets zo verfrissend als de zaken eens geheel van een andere kant te bekijken. Zakt de dollar weg, en is de dure euro een serieuze bedreiging voor het economisch herstel in Europa? De OESO, de club van rijke industrielanden, vond deze week van wel. In theorie is dat natuurlijk ook zo. Maar de aandelenmarkten laten zich er kennelijk weinig aan gelegen liggen.

Wat deze week vooral opviel was hoe goed de Europese beurzen zich houden in het licht van de almaar stijgende Europese munt. De Amsterdamse AEX-index is er een voorbeeld van. Notoir dollargevoelig, maar de laatste tijd niet bijster onder de indruk van de dollar.

Het vorige tussentijdse hoogtepunt van de AEX-index was op 7 november, met een waarde van 344,62 punten. De euro stond toen op ruim 1,14 dollar. Het hoogtepunt van de AEX daarvóór bedroeg 344,33 punten. Dat was op 4 september. De euro was toen 1,09 dollar waard. En op 6 januari piekte de AEX even op 340,24 punten, bij een euro die toen 1,05 dollar waard was.

Afgelopen donderdag steeg de AEX-index op 339,67 punten. En dat bij een inmiddels doordenderende euro tot boven de 1,21 dollar. Waarom? Allereerst is er de constatering dat de beursindex wellicht veel hoger had kunnen stijgen als de dollar sinds begin dit jaar op zijn plaats gebleven was. De winst voor de AEX over heel 2003 is tot nu toe niet bijster groot. De index sloot vorig jaar af op 322,73 punten, zodat de koerswinst tot nu toe ruim 5 procent bedraagt. Dat lucht, na drie jaar van koersdalingen, behoorlijk op. Maar veel is het nog steeds niet. Het hoogtepunt van september 2002 van meer dan 700 punten blijft hoe dan ook het belangrijkste referentiepunt. En in dit tempo gaat de evenaring daarvan nog wel even duren. Bij een jaarlijkse koersstijging van 6 procent wordt dat het jaar 2016, om precies te zijn.

Hoe mager ook, toch is de winst dit jaar behaald tegen de achtergrond van een sterk afkalvende dollar. Ook hier is een andere kijk op de zaak verfrissend. De euro stijgt niet zomaar. Speculatieve transacties en de activiteiten van handelaren in de dealingrooms van de grote banken, kunnen de waarde van een munt slechts tot zekere hoogte bepalen. Echte en blijvende wisselkoersverschuivingen vergen echt kapitaal.

Hoewel statistisch materiaal over kapitaalstromen in de regel te anekdotisch is om al te harde conclusies uit te trekken, zou het heel goed kunnen zijn dat juist buitenlandse vraag de Europese aandelen op dit moment op peil houdt. Voor niet-Europeanen is de stijgende euro juist een impuls om de Europese portefeuille uit te breiden.

Wat is er in dit opzicht te denken van veronderstelde plannen van de Europese Commissie om buitenlandse transacties in euro's in te dammen als de euro te sterk zou stijgen? Donderdag kwam de Britse krant The Daily Telegraph met het bericht dat de Commissie heeft laten uitzoeken of de Europese Verdragen daartoe de ruimte geven. De Commissie ontkende snel, en fel.

Het neemt niet weg dat in de vorige week verschenen The EU Economy: 2003 Review, dat de economische ramingen van de Europese Commissie bevat voor 2004 en 2005, inderdaad een annex staat waarin de zaak wordt uitgezocht. In de bijlage wordt op pagina 241 onder meer gesteld: ,,Zouden extreem verstorende kapitaalbewegingen met derde landen de werking van de Economische en Monetaire Unie in gevaar brengen, dan verschaft artikel 59 (van het Verdrag van de Europese Gemeenschappen) de mogelijkheid tot het invoeren van restrictieve maatregelen voor een periode van niet langer dan zes maanden.''

Dergelijke ingrepen zijn niet erg waarschijnlijk. Net als de Doomsday Machine van Doctor Strangelove zijn ze vergelijkbaar met een wapen dat niet alleen het probleem uitschakelt, maar ook degene die het probleem heeft. Alleen al het vooruitzicht van mogelijke kapitaalsbeperkingen kan beleggers en directe investeerders afschrikken.

Erg slim lijkt het niet van de Europese Commissie om de analyse van de mogelijkheden die de Europese verdragen bieden zo openlijk op tafel te leggen. De koersstijging van de euro is op dit moment inderdaad hoogst onwelkom, maar heeft een aantal positieve bijverschijnselen die de zaak verzachten.

Het rentebeleid van de Europese Centrale Bank kan er wat milder door worden, met minder sterke of latere verhogingen van de rente. De inflatiedruk, die de inflatie in het eurogebied opvallend lang boven de 2 procent houdt, kan er minder door worden als het herstel van de economie doorzet. Dat is weer gunstig voor de langetermijnrente. En het animo van buitenlandse beleggers voor Europese aandelen kan er door worden gestimuleerd.

De koersval van 2001 en 2002 heeft in Europa tot een flinke kapitaalvernietiging geleid, een negatieve impuls gegeven aan de bestedingen en bijvoorbeeld in Nederland de pensioenfondsen in het nauw gebracht. Een verder herstel van de beurskoersen kan behoorlijk bijdragen aan de opwaartse beweging van de economie, aangezien de binnenlandse vraag de conjunctuur nu een volgende zet opwaarts zal moeten gaan geven. Het afschrikken van buitenlandse investeerders, hoe tentatief en onschuldig ook, is daarbij dodelijk.

    • Maarten Schinkel