De val van het vrijheidsbeeld

Eens waren de Verenigde Staten een land dat voor iedereen openstond.

Maar na 11 september 2001 is elke moslim-immigrant een potentiële terrorist. De overheid heeft een sfeer van patriottische angst geschapen. Duizenden immigranten uit de Arabische en Zuidoost-Aziatische wereld verloren hun baan, anderen verdwenen voor onbepaalde tijd achter slot en grendel. De Caraïbische schrijver Caryl Phillips, die al 13 jaar in Amerika woont, betreurt het nieuwe klimaat in het land van de onbegrensde mogelijkheden.

Jaren geleden besloot ik een tijdje in de Verenigde Staten te gaan wonen, deels wegens het idealistische optimisme in het nationale motto van dat land: 'E Pluribus Unum.' Uit velen één. Dertien jaar later woon ik nog steeds in de Verenigde Staten, in de bonte mengeling van de stad New York, waar 40 procent van de bevolking van buitenlandse afkomst is, waar dagelijks 120 talen worden gesproken, waar elke grote godsdienst wordt beleden. Een wereldstad bij uitstek, met een verbazende verscheidenheid en een groot vermogen tot dynamische culturele versmelting. Rijk en arm, zwart en blank, Spaans-Amerikaan en Aziaat, jood en christen, burger en vluchteling ze zijn in deze wriemelende metropool bijeengeworpen en worden gedwongen met elkaar om te gaan.

De spanning en energie van de stad zijn positief, maar toen kwam 11 september 2001 en er verrees een ander Amerika.

Ik woon hier nu dertien jaar, eerst met een verblijfsvergunning en nu als ingezetene. Ik krijg een steeds onbehaaglijker gevoel, want de veranderingen in de nationale stemming hebben ook invloed op de grote immigrantenstad New York. Dichters, timmerlieden, boksers, natuurkundigen, filmsterren, ingenieurs, advocaten, uit alle hoeken van de wereld zijn ze langs het Vrijheidsbeeld naar het hart van deze wereldstad gevaren. Het zal niemand verbazen dat op die betreurde septemberochtend mensen uit meer dan 90 verschillende landen in de Twin Towers het leven hebben gelaten. Een immigrantenstad, maar na 11 september wel een verraden immigrantenstad.

Eigenlijk zou het nationale motto nu moeten luiden: 'Uit enkelen één.' Maar dat is niet het programma dat ik heb onderschreven. Een paar dagen geleden nam ik de pont naar Staten Island om nog eens goed naar het Vrijheidsbeeld te kijken. Zoals ik al vermoedde blijken deze veranderde Verenigde Staten van Amerika ook voor Lady Liberty moeilijk te verdragen. Ik zweer dat ze haar ogen inmiddels gesloten heeft.

Landen zijn meestal gegrondvest op de gedachte van uitsluiting, naar ras of godsdienst, maar de Verenigde Staten hebben zich altijd gepresenteerd als een open land, waar de vreemdeling welkom is zoals hij is, een land dat bereid is onderdak en kansen te bieden aan mensen van vele rassen, culturen en godsdiensten. Immigranten krijgen vrijheid in de ruimste zin geboden, plus de kans om het kleine verhaal van hun vaak getraumatiseerde leven met het grote verhaal van hun nieuwe land te verbinden. Ook kunnen ze redelijkerwijs verwachten economisch welvarend te worden.

Op dit moment vormen de Verenigde Staten een angstige maatschappij. Het volk wordt aangespoord zijn ramen af te plakken, eerste levensbehoeften te hamsteren, flessen water in te slaan, te weten in welke kleur alarmfase het land zich bevindt en verdacht te zijn op 'terroristen'. De overheid heeft een sfeer van patriottische angst geschapen waarin het raadzaam is om bang en waakzaam en sterk te zijn. De wrange gebeurtenissen van 11 september 2001 leverden het excuus voor de platvloerse vlucht in nationalisme en vlagvertoon.

Er wonen in de Verenigde Staten meer dan 33 miljoen immigranten van buitenlandse herkomst, legaal en illegaal. Meer dan 10 procent van de bevolking van het land bestaat uit zulke mensen, ruwweg hetzelfde percentage als in de tijd van de grootste immigratie, in de jaren vlak voor de Eerste Wereldoorlog. De Amerikanen hebben altijd ingezien dat immigranten noodzakelijk zijn om de economie van het land gezond te houden, of het nu gaat om fruitplukkers, pizzabezorgers, tuinlieden, kindermeisjes, inpakkers bij de supermarkt of computerexperts in Silicon Valley die al gewapend met een werkvergunning uit India komen.

Maar de Amerikanen zijn ook altijd heel beducht geweest om te worden 'overspoeld' en hun geliefde Amerikaanse way of life aangetast te zien. Waar ze zelden bij stilstaan is dat tal van deze immigranten slecht betaalde banen hebben in restaurants, fabrieken en textielbedrijven, ook al beoefenden ze in hun geboorteland een vrij beroep of hadden ze een leidinggevende functie. Als de Amerikanen willen dat er schone lakens op hun hotelbed liggen, dat het kantoor waarin ze werken schoon is en dat hun restauranttafeltje wordt afgeruimd, dan mogen ze blij zijn met de immigranten in hun midden, legaal en illegaal. Als ze een maatschappij willen met ambitie en creativiteit, dan zouden ze immigranten uit de hele wereld moeten smeken om hun kant op te blijven komen en zouden ze zichzelf en hun land als geheel dienen te vernieuwen.

Maar ook al voor 11 september was de overgrote meerderheid niet gelukkig met de immigranten, al werd wel erkend dat ze nodig waren. Natuurlijk zijn de klagers op enig moment in hun geschiedenis zelf ook allemaal immigrant geweest.

Aan het einde van de negentiende eeuw, toen de immigranten in drommen van de boten kwamen, was er nagenoeg eenzelfde anti-immigrantengevoel. De brede stroom immigranten uit Ierland, Rusland, Duitsland en andere Europese landen was voor een groot deel katholiek of joods, wat bij veel Amerikanen leidde tot openbare aversie tegen immigranten en vooral tot antikatholieke en antisemitische sentimenten. Ze vonden niet alleen dat er niet genoeg ruimte was, maar die mensen met andere accenten en gebruiken bedreigden ook hun banen. Zij zagen de economie als een beperkte hoeveelheid werk. Het ging er bij hen niet in dat een economie actief wordt gestimuleerd door immigranten die hunkeren naar vrijheid en kansen.

De vijandigheid jegens deze buitenstaanders hield natuurlijk direct verband met de uitheemse en 'andere' indruk die ze maakten. Tot 1865 liep de identiteit van de Verenigde Staten immers vooral langs raciale lijnen. Maar na de emancipatie van de slaven en dankzij de voortdurende migratiegolven uit Europa ging etnische afkomst een grotere rol spelen in de nationale identiteit, doordat de Amerikaanse familie werd uitgebreid met vreemdelingen uit vele landen.

Bij aankomst werden de Ieren, Russen, Duitsers en anderen als 'niet-helemaal-blank' beschouwd, maar de meesten waren wel bezig 'blank te worden'. Deze opwaartse mobiliteit zou uiteindelijk voor hen de deur openen tot vakbondslidmaatschap, sociale voorzieningen en huisvesting. Terwijl zij stegen op de maatschappelijke ladder, drukten ze onvermijdelijk niet-blanken, vooral zwarte Amerikanen, in de laagst betaalde banen of erger nog helemaal uit het betaalde werk. Op het ogenblik zijn het in de Verenigde Staten de immigranten uit de Spaans-Amerikaanse wereld of het Verre Oosten die op weg zijn blank te worden. Hun sociale stijging van de afgelopen eeuw bevestigt alleen maar het bestaan van een systeem van rassendiscriminatie dat zwarten doeltreffend op de onderste sport van de sociaal-economische ladder houdt. Maar na

11 september 2001 staan de zwarten niet meer onderaan, daar bevinden zich nu de immi granten uit de Arabische, Zuidoost-Aziatische en islamitische wereld, van wie velen onder normale omstandigheden misschien wel als 'blanken-in-spe' zouden zijn beschouwd.

Deze situatie is ontstaan doordat de grondbeginselen van het Amerikaanse rechtsstelsel na de aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington ernstig zijn ondermijnd. Op 25 oktober 2001 diende minister John Ashcroft (Justitie) het wetsontwerp van de Patriot Act in. Het verbijsterende was dat het document van 342 pagina's door 98 van de 99 senatoren die hun stem uitbrachten werd aangenomen, zonder dat er een openbaar debat was gevoerd en nog voordat de meesten van hen het ook maar hadden gelezen. Deze wet leidde tot het Terrorist Information Awareness-programma, dat mensen actief aanspoorde om hun buren te bespieden en dat de fbi toestond allerlei heel gewone gegevens van burgers te vergaren, zoals creditcardbetalingen, geleende bibliotheekboeken en deelname aan universitaire cursussen. Anti-oorlogsbetogers, pacifisten en leden van bepaalde groeperingen moesten systematisch in computerbestanden van mogelijke 'verraders' worden opgenomen en het programma gaf de overheid het recht Amerikaanse burgers die als 'vijandelijke strijders' werden gezien, voor onbepaalde tijd op te pakken en vast te houden. Voortaan was het toegestaan stiekem immigranten aan te houden en het land uit te zetten zonder een aanklacht tegen hen in te dienen, en de overheid had het recht te weigeren de namen van gevangenen vrij te geven en hun rechtszaken achter gesloten deuren te houden.

Een van de eerste gevolgen van deze wet was dat 10.000 gastarbeiders op luchthavens hun baan kwijtraakten, omdat de nieuwe wetgeving buitenlanders verbood in de luchtvaart te werken. Het ging om schoonmakers, cateraars of werknemers in het bagagedepot, die allemaal een werkvisum of verblijfsvergunning hadden. (Er is uiteraard geen wetgeving die buitenlanders belet voor de Verenigde Staten te vechten of te sneuvelen, en op het ogenblik dienen in het Amerikaanse leger 38.000 buitenlanders.) Kort na het ontslag van de luchtvaartarbeiders werden 762 illegale immigranten aangehouden voornamelijk Arabische, Zuidoost-Aziatische en islamitische mannen die van banden met het terrorisme werden verdacht. Van deze mannen is er maar één, Zacarias Moussaoui, ooit van iets beschuldigd dat ook maar vaag met terrorisme te maken had. Toch zijn er van hen 500 zonder pardon uitgezet aangehouden wegens onbeduidende immigratieovertredingen als een verlopen visum of overschrijding van een toeristenvisum na zich eerst nog van alles te hebben moeten laten welgevallen, van grove schendingen van hun mensenrechten tot benepen bureaucratische vernederingen.

In juni 2003, na een waslijst met klachten van organisaties en personen over de opsluiting van die 762 vermeende terroristen, bracht de inspecteur-generaal van het ministerie van Justitie een zeer kritisch rapport uit. Beschuldigingen van fysiek en verbaal geweld tegen de gevangenen werden bevestigd, onder verwijzing naar individuele gevallen. Zo was één man gearresteerd, nadat een bekende de autoriteiten had geschreven dat hij de man 'anti-Amerikaanse uitspraken' had horen doen. Deze uitspraken waren volgens het rapport 'heel algemeen en behelsden geen bedreiging met geweld of enig rechtstreeks verband met terrorisme'. Toch werd de man voor verhoor aangehouden, 'schuldig' bevonden aan overschrijding van zijn visum en maandenlang vastgehouden, zonder contact met zijn familie. In het rapport werd vastgesteld dat de overheid geen onderscheid maakte tussen overtreders van de immigratiewetten en vermeende terroristen, waarmee een direct verband werd gelegd tussen immigratie en terrorisme en de toch al vijandige gevoelens van het volk tegenover immigranten legaal of niet verder werden aangewakkerd. Het gevolg was uiteraard dat een oorlog tegen de zogeheten 'terreur' al heel gauw een oorlog tegen immigranten werd.

Wie dat hardop durfde te zeggen was Edward Kennedy, Democratisch senator uit Massachusetts en vooraanstaand lid van de Commissie van Justitie. Hij verklaarde dat hij heel bezorgd was over de bevindingen van de inspecteur-generaal inzake de Patriot Act en vergeleek vervolgens de behandeling van de arrestanten na 11 september 2001 met de Japanse Amerikanen die in de Tweede Wereldoorlog waren geïnterneerd, 'toen de overheid in naam van de nationale veiligheid de grondrechten vertrapte'.

Na 11 september 2001 waren de grootste slachtoffers van deze ontwikkelingen niet de blanke immigranten of degenen die aardig op weg waren blank te worden maar de immigranten die vanwege hun godsdienst of etnische afkomst wel eens terroristen zouden kunnen zijn.

Het gerichte overheidsoptreden tegen immigranten werd in november 2002 nog verder uitgebreid toen de immigratieen naturalisatiedienst (ins) een bijzondere richtlijn uitvaardigde volgens welke mannen van boven de 16 uit 25 'verdachte' Arabische, Zuidoost-Aziatische en islamitische landen zich bij het ministerie van Justitie moesten melden. Houders van een verblijfsvergunning en Amerikaanse staatsburgers waren vrijgesteld, maar docenten, studenten, mensen op langere zakenreizen, toeristen of bezoekers van familie of vrienden moesten zich melden. Dit gold dus ook voor personen wier visum of papieren verlopen waren, of die een aanvraag voor een verblijfsvergunning of naturalisatie hadden lopen.

In totaal 82.000 mensen meldden zich en circa 13.000 van hen, ofwel 16 procent, dreigden plotseling wegens overtredingen van de immigratieregels het land te worden uitgezet. Veel mensen werden zelfs domweg gearresteerd, omdat ze bij hun aanmelding 'onvoldoende' papieren bij zich hadden. Eenzelfde 'overtreding' van een Mexicaanse of Albanese immigrant zou zo niet worden vervolgd of bestraft. Een deel van de mensen die inmiddels zijn uitgezet, was volstrekt onschuldig en wachtte al maanden of jaren op de verwerking van hun ambtelijke en wettelijke aanvragen toen ze opeens gevangen bleken te zitten in een bureaucratische nachtmerrie. Omdat hun naam Arabisch klonk of hun land van herkomst of hun godsdienst eruitsprong het zou lachwekkend zijn als het niet zo tragisch was.

Neem het geval van een man in New Jersey die op een middag een pakje thuisbezorgd kreeg. Hij werd gearresteerd en bijna zes maanden vastgehouden, omdat een waakzame en patriottische buurman op de doos Arabische letters had gezien. Helaas is deze man geen uitzondering.

Neem het geval van Mohammed Junaid, die op 19 mei van dit jaar naar Federal Plaza 26 in het centrum van Manhattan ging om te voldoen aan het bijzondere aanmeldingsprogramma. Toen Junaid niet meer thuiskwam, moesten zijn zwangere vrouw, dochtertje en schoonvader plotseling hun huis uit omdat ze geen kostwinner meer hadden. Wat Ju naid misdaan had? Hij woonde en werkte al tien jaar in de Verenigde Staten, maar er bleek een uitwijzingsbevel voor hem klaar te liggen waar hij noch zijn gezin weet van had.

In zekere zin heeft Junaid nog geluk gehad. Tal van mensen zijn het slachtoffer geworden van 'de klop op de deur' en middenin de nacht voor de ogen van hun doodsbange gezin gearresteerd door fbi-agenten; ze zijn thuis of op hun werk overvallen of eenvoudig verdwenen in het 'systeem', met achterlating van een ontredderd gezin dat hen vaak wekenlang niet heeft kunnen opsporen. Uitzetting van ouders wier kinderen Amerikaans staatsburger zijn, meestal wegens onbeduidende overtredingen die normaal niet als grond tot uitzetting zouden worden beschouwd, is de gewoonste zaak van de wereld geworden. Deze afgrenzing van een hele etnische en godsdienstige groepering heeft verstrekkende gevolgen gehad voor de politie, die nu de bevoegdheid heeft iemand aan te houden die wordt verdacht van immigratieonregelmatigheden, iets wat altijd aan de ins voorbehouden was. Het ligt voor de hand dat de verhouding tussen de politie en de Arabische, Zuidoost-Aziatische en islamitische gemeenschap steeds meer onder druk komt

te staan.

Helaas is als natuurlijk uitvloeisel van de gebeurtenissen van 11 september en het gedrag van de overheid daarna het geweld tegen deze gemeenschappen sterk toegenomen. In januari 2003 werd de jonge moslim Zakir H. op weg naar huis in Brooklyn door vijf man aangevallen en neergestoken, maar hij heeft nooit een aanklacht ingediend, omdat hij bang was dat de politie aan de immigratiedienst zou doorgeven dat zijn visum was verlopen. Dat soort haatmisdaden komt dagelijks voor en vooral taxichauffeurs in de stad New York, die voor 60 procent afkomstig zijn van het subcontinent India, lopen groot gevaar, wat de vlaggen en patriottische stickers verklaart die de New-Yorkse taxi's tegenwoordig overvloedig sieren. Maar ook bezorgers, kruideniers en restauranthouders worden geregeld aangevallen door mensen die niet schromen hun slachtoffers voordat ze hen neerslaan ofsteken ofschieten voor 'Bin Laden' of 'Osama' uit te maken, gewoon omdat ze op 'de vijand' lijken. Kort na 11 september 2001 vermoordde een man in Arizona een sikh, beschoot even verderop een Libanese bediende van een Mobil-pomp en opende daarna het vuur op het huis van een Afghaans gezin. 'Ik ben een patriot', zei Frank S. Roque bij zijn aanhouding. 'Ik ben verdomme een ras-Amerikaan.'

Het geniepigste en beschamendste element van alle discriminerende wetgeving die na 11 september is ingevoerd, is misschien wel de operatie-Liberty Shield, die in maart 2003 van kracht werd. Onderdeel van dit nationale programma was de verplichte insluiting van de asielzoekers uit

33 landen. Als mensen uit deze landen asiel probeerden aan te vragen in de Verenigde Staten, zouden ze eenvoudigweg voor onbepaalde tijd worden opgesloten, totdat hun zaak kon worden behandeld. De normale gang van zaken is dat iemand die in de Verenigde Staten asiel aanvraagt, aantoont dat hij een 'gegronde vrees voor vervolging' heeft, en dat hij de immigratieautoriteiten zelf bewijst dat hij geen bedreiging voor de Verenigde Staten is. Zolang hun zaak nog in behandeling is, krijgen de meesten hulp bij hun oriëntatie op de maatschappij. Maar onder deze nieuwe wetgeving moesten de asielzoekers uit 33 specifieke landen ofwel Arabische, Zuidoost-Aziatische en islamitische landen worden opgesloten omdat alleen al hun komst naar de Verenigde Staten een bedreiging voor de nationale veiligheid vormde. Volgens Tom Ridge, minister van Binnenlandse Veiligheid, beoogde het beleid te voorkomen dat terroristen, vooral afkomstig uit de 'as van het kwaad', de Verenigde Staten probeerden binnen te komen, waarmee eens te meer het terrorisme doeltreffend werd gelijkgesteld met immigratie in het algemeen en met een bepaalde etnische of godsdienstige groepering in het bijzonder.

Het goede nieuws is dat het ministerie van Binnenlandse Veiligheid een maand na de start dit onderdeel van het nationale programma alweer stilletjes heeft geschrapt, na een spervuur van kritiek van juridische en godsdienstige organisaties. Ook hebben duizenden hun verzet geuit in persoonlijke brieven aan Tom Ridge, zoals de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de vn, die stelde dat de 'detentie van asielzoekers de uitzondering en niet de regel dient te zijn, en behoort te berusten op een individuele

beoordeling van het veiligheidsrisico dat

iemand vormt'. Dergelijke druk heeft er ook toe geleid dat de regering in 2003 stilzwijgend heeft afgezien van de wet 'verhoging binnenlandse veiligheid', in de wandeling aangeduid als Patriot Act ii, die het volk nog verder had moeten overdonderen met de bespottelijke, bijna Faustiaanse keuze tussen vrijheid en veiligheid. Het ongelooflijke was dat de regering krachtens deze wet een Amerikaan zijn staatsburgerschap had kunnen ontnemen als hij steun verleende aan een groepering die volgens de federale regering sympathiek stond tegenover het terrorisme. En alsof dat nog niet genoeg was, voorzag de wet ook in een dna-databank van mensen die de overheid van banden met het terrorisme verdacht.

Van de honderden beelden van 11 september is er één die ik niet uit mijn hoofd kan krijgen. Het is een foto van het Vrijheidsbeeld, gezien vanaf het water, op die vreselijke ochtend. Achter het beeld zien we de brandende torens van het World Trade Center de horizon verduisteren. Iets later werd er op Liberty Island een herdenkingsboek neergelegd, waarin bezoekers hun gedachten konden noteren. De gevoelens varieerden van diepzinnig en filosofisch tot uiterst banaal, maar het meest gebruikte woord was 'vrijheid'. Typerend was een notitie uit Georgia: 'Ze kunnen ons onze Trade Centers afpakken, maar nooit nemen ze ons onze vrijheid en trots af. Dit fantastische standbeeld vertegenwoordigt zó veel!'

De afgelopen twee jaar is er veel schade aangericht, niet alleen aan de burgerlijke vrijheid en de mensenrechten, maar ook aan het morele gehalte van het land. Feit blijft dat één godsdienstige en etnische groepering er door de regering is uitgepikt. Intussen vormen immigranten het snelst groeiende deel van de Amerikaanse gevangenisbevolking en is het hele vraagstuk van nationale identiteit en samenhang onmiskenbaar ingewikkelder geworden dan het was voor 11 september 2001.

Vertaling: Rien Verhoef

Dit is een ingekorte versie van Caryl Phillips' essay 'Give me your tired, your poor, your huddled masses'.

Copyright Caryl Phillips, 2003.

[streamers]

De wrange gebeurtenissen van 11 september leverden het excuus voor de platvloerse vlucht in nationalisme en vlagvertoon.

Een man in New Jersey werd bijna zes maanden vastgehouden omdat hij een pakketje kreeg met Arabische letters erop.

Tal van mensen zijn het slachtoffer geworden van 'de klop op de deur' en midden in de nacht gearresteerd door FBI-agenten.