`De terroristen worden steeds sterker'

Deze week besloot minister Kamp (Defensie) opnieuw Nederlandse militairen naar Afghanistan te sturen, om bij te dragen aan de wederopbouw. Maar daarvan komt niets terecht, zegt Afghanistan-kenner Ahmed Rashid. Het land is onveiliger dan voor `911', beloften zijn nooit ingelost, en de Talibaan zijn terug. `Intussen is de wereld weggezakt in slangenkuil Irak.'

Afghanistan, een jaar geleden. Een onbekende man opent het vuur op de auto van het nieuwe Afghaanse staatshoofd, president Hamid Karzai. Hij rijdt dan net met zijn gevolg van Amerikaanse lijfwachten door de toegangspoort van de residentie van de gouverneur van Kandahar. De kogels missen het hoofd van Karzai op enkele centimeters en omstanders spreken van een wonderbaarlijke ontsnapping. Een doortastende cameraman die met Karzai is meegereisd, heeft de aanslag gefilmd. De beelden gaan meteen de wereld rond.

Enkele dagen later gaat bij de Pakistaanse journalist Ahmed Rashid, de telefoon. Het is long distance – Washington aan de lijn. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken wil met hem praten, want er is beroering ontstaan op het ministerie na de mislukte aanslag. Of Rashid, Afghanistan-kenner bij uitstek, weet wie Karzai zou moeten opvolgen wanneer de charismatische leider daadwerkelijk wordt uitgeschakeld. Rashid, niet langer onder de indruk van een telefoontje vanuit het zenuwcentrum van 's werelds machtigste natie, bevestigt het angstige vermoeden dat aan de andere kant van de lijn wordt verwoord. ,,Er is alleen Karzai en niemand anders'', zegt hij. Hij is de enige die in binnen- en buitenland steun kan afdwingen voor zijn land.

Ahmed Rashid praat liever niet over dat contact. Hij is een onafhankelijk journalist en wordt niet graag geassocieerd met welke buitenlandse mogendheid dan ook. Maar het voorval illustreert wel hoe weinig toegang tot precieze informatie uit Afghanistan de Amerikaanse buitenlandse beleidsmakers klaarblijkelijk hebben gehad. ,,Ze hadden geen idee'', zegt Rashid over de Afghanistan-kennis op het State Department.

Hij was niet verrast. Na de aanslagen van 11 september, twee jaar geleden, hing Washington vaker bij hem aan de lijn. De verdenking van die bloedige terreurdaden op Amerikaanse bodem ging meteen al uit naar Al-Qaeda, de terreurgroep die in Afghanistan een veilig onderkomen had gevonden. Maar er was vrijwel geen inlichtingendienst, geen ministerie en geen denktank in de Verenigde Staten met actuele informatie over het land, het regime en de terroristen die het onderdak bood.

Rashid had die kennis paraat. Zijn boek Taliban: militant islam, oil and fundamentalism in Central Asia, dat in de winter voor het rampjaar was verschenen, werd van de ene op de andere dag een hit en stond wekenlang bovenaan de lijst van bestsellers van The New York Times. De auteur verklaarde daarin min of meer wat er nu was gebeurd. Hij legde uit hoe de Afghanen halverwege de jaren negentig na lange tijd van (burger)oorlog en desintegratie rijp werden voor het streng fundamentalistische bewind van de Talibaan. En hij beschreef hoe in het land moslimextremistische terreurorganisaties als Al-Qaeda konden groeien en gedijen.

,,In die tijd was er wereldwijd misschien maar een handvol Afghanistan-specialisten. Nu zijn het er velen. Na `911' is iedereen expert geworden'', schampert hij.

Rashid had toen al 25 jaar verslaggeving in Afghanistan achter de rug, de meeste tijd als correspondent voor de Hongkongse Far Eastern Economic Review en het Britse dagblad The Daily Telegraph. ,,Ik had nog nooit zo'n overweldigende belangstelling voor Afghanistan meegemaakt'', zegt Rashid. Maar dat is alweer verleden tijd.

,,Een gemiste kans.'' Zo beschrijft Rashid twee jaar buitenlandse inmenging en steun in Afghanistan. De auteur, die begin vorige week op initiatief van de Rotterdamse Kunststichting en Eutopia even in Nederland was, maakt zich naar eigen zeggen zelden illusies. Maar na de aanval op Afghanistan en de val van de Talibaan waren zijn verwachtingen hooggespannen.

Decennia van strijd hadden Afghanistan in een diepe, uitzichtloze crisis geworpen. De wereld was dat vrijwel ontgaan, maar het Afghaanse volk leed als nooit tevoren. En nu was daar door een drama in een andere wereld, lichtjaren van de met bloed besmeurde aarde van de Pathanen, Tadzjieken, Oezbeken en Hazaren verwijderd, opeens internationale steun om het ultrafundamentalistische regime van de Talibaan te verwijderen en het land een toekomst te bieden.

,,Ik had met het einde van de oorlog in Afghanistan zeker gehoopt dat de Amerikanen en Europeanen zouden begrijpen dat ze moesten meewerken aan de wederopbouw van het land. Niet alleen om de Afghanen te helpen, maar als model voor de hele islamitische wereld. Om die te laten zien en te zeggen: `Kijk, we kunnen je bombarderen, maar ook weer helpen opbouwen.' Dat is niet gebeurd.''

Clash of civilizations

Geen, maar dan ook geen één van de doelstellingen die door de Verenigde Staten en hun bondgenoten over de kwestie Afghanistan voorafgaand aan de oorlog werden geformuleerd is bereikt. De wereld zou één zijn in de strijd tegen de terreur, de Verenigde Staten beloofden te vechten – Europa was verantwoordelijk voor het bewaren van de vrede en de wederopbouw, buurlanden die tot dan toe altijd één van de strijdende partijen in Afghanistan hadden gesteund beloofden zich niet te mengen in de strijd, Washington nam zich een actieve naoorlogse opstelling voor en de hele operatie moest model staan voor de gezamenlijkheid en de doortastendheid van de westerse grootmachten. ,,Het had het einde van de clash of civilizations moeten betekenen'', zegt Rashid.

Het werd het vervolg op onbegrip en verwijdering.

Afghanistan, waarschuwt Rashid, bevindt zich inmiddels in de meest kritieke fase van zijn moderne bestaan. Maar niemand die dat wil zien: de wereld is weggezakt in de slangenkuil Irak. ,,Irak heeft de internationale samenwerking aan diggelen gegooid. De Europese regeringen zijn nerveus en de hele geschiedenis in het Midden-Oosten heeft de wens van de Europeanen om betrokken te blijven in Afghanistan gebroken.''

Wat rest is een chaotisch en instabiel Afghanistan: de internationale vredesmacht begeeft zich nog altijd niet buiten Kabul, krijgsheren hebben hun posities weer ingenomen, de humanitaire hulp blijft uit (waardoor veel Afghaanse boeren de opiumproductie opnieuw hebben opgepakt), er is niet één infrastructureel project volbracht, er worden op grote schaal mensenrechten geschonden en de armoede en criminaliteit zijn nog altijd torenhoog. Rashid schat dat nog geen twee procent van de gelden die Afghanistan na afloop van de oorlog zijn toegezegd daadwerkelijk is besteed aan concrete wederopbouw.

De Verenigde Staten, verklaart Rashid het gebrek aan prestaties en betrokkenheid, hebben ,,een notoir kort concentratievermogen. En Europa is hard op weg Amerika daarin te evenaren''. Washington wil wel vechten, maar nazorg is nooit zijn sterkste punt geweest. ,,In Irak gaat het niet anders.''

Het grote verschíl met Irak, zegt Rashid, is dat de Verenigde Staten en Europa veel steun hadden van het Afghaanse volk. ,,De mensen waren de Talibaan beu en hadden meer dan genoeg van de jarenlange conflicten. Hun verwachtingen waren bescheiden, ze hebben hun portie ellende gehad, maar niet het minste van wat hen is beloofd is waargemaakt.''

De Talibaan gedijen goed bij chaos. Of de aanhangers van het gevallen Afghaanse bewind nu zijn uitgeweken naar Pakistan of niet, overal nemen de Talibaan weer in aantal en sterkte toe. Het schrikeffect van de oorlog is lang geleden alweer uitgewerkt.

Een van de laatste reportages die Rashid in de Far Eastern Economic Review heeft gepubliceerd komt uit Quetta, hoofdstad van de wetteloze Pakistaanse grensprovincie Baluchistan. Rashid herkent Quetta als het nieuwe hoofdkwartier van de Talibaan. Daar begeven mannen met zwarte tulbanden, het waarmerk van de extremistische stroming, zich inmiddels weer openlijk op straat.

,,Voorheen woonden de Afghaanse vluchtelingen in kampen buiten de stad. Nu zijn ze Quetta massaal binnengetrokken. De madrassa's [de religieuze islamscholen] puilen uit en overal op straat lummelen jonge jongens rond die zich laten rekruteren door Talibaan-leiders. De spanning in Quetta is om te snijden.''

Rashid gelooft dat veel aanslagen op doelen in Afghanistan vanuit Quetta worden georganiseerd. ,,De Pakistaanse geheime dienst weet dat ook.'' En toch doet die niets. De Amerikaanse geheime dienst roert zich evenmin. ,,Pakistan spreekt met een dubbele tong'', weet Rashid. ,,[De Pakistaanse] president Musharraf doet zich voor als een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten. Hij steunt de strijd tegen Al-Qaeda, maar niet de strijd tegen de Talibaan. Hij weet dat de Talibaan in Pakistan meer aanhang hebben dan in Afghanistan. Bovendien heeft hij de Talibaan nodig in de strijd om Kasjmir. De Talibaan steunen de militante groeperingen daar en dat doet Pakistan ook. De eerste prioriteit van Musharraf is India, niet de stabiliteit van Afghanistan.''

Het bewijs daarvoor ziet Rashid onder andere in het feit dat de Pakistaanse autoriteiten tot op de dag van vandaag geen vooraanstaande leiders van de Talibaan hebben opgepakt, hoewel de Pakistaanse geheime dienst precies hoort te weten waar ze zitten. Dat de Verenigde Staten tot dusver weinig kritiek hebben geleverd op die ogenschijnlijke nalatigheid vindt hij heel verklaarbaar. ,,Het is de neoconservatieven [in Washington] nooit te doen geweest om de Talibaan of Afghanistan. Osama bin Laden en Al-Qaeda wilden ze hebben, en daarna meteen door naar Irak. Daarom mengen ze zich ook niet in de Pakistaanse binnenlandse politiek. Zolang Musharraf maar af en toe een lid van Al-Qaeda uit de weg ruimt, hoor je Amerika niet klagen.''

Yousuf Pashtun, de gouverneur van de Zuid-Afghaanse stad Kandahar, zegt in een van Rashids artikelen dat hij schoon genoeg heeft van het gebrek aan optreden door Pakistan. ,,Zijn de Amerikanen bereid te zwijgen over Pakistan met het risico dat Afghanistan gedestabiliseerd raakt?'', vraagt de gouverneur boos. Rashid stelt daar het voor Amerika weinig aantrekkelijke alternatief tegenover: ,,Afghanistan stabiliseren met het risico Pakistan en Musharraf te destabiliseren''. Geen optie voor Washington, dat nog altijd hoopt dat Pakistan 9.000 militairen zal leveren voor Irak.

Rashid, de filantroop

De Talibaan zijn de lachende derde en hebben hun offensief van aanslagen in Afghanistan opgevoerd. Volgens Rashid nog altijd niet voldoende om de regering van Karzai structureel te ontwrichten, maar bedreigend genoeg voor de wereldgemeenschap om zich uiteindelijk geheel uit het land terug te trekken. ,,De Talibaan hebben een geniale strategie. Ze voeren aanslagen uit op buitenlandse hulpverleners, de soft targets, met een grote kans van slagen. Op die manier jagen ze alle hulp het land uit. Daardoor raakt Karzai weer steeds verder geïsoleerd. En dat is precies de bedoeling''. De aan Talibaan-leider Mullah Omar toegeschreven boodschap, vorige week aangehaald door het in Pakistan gevestigde Afghan Islamic Press, bevestigt die strategie. Daarin zegt Omar: ,,Het door de Verenigde Staten gesteunde stelsel is twee jaar oud. Waar zijn de democratie, de vrijheid, de mensenrechten en de wederopbouw?''

Het Afghaanse volk ziet het ook niet. En hoewel vrijwel niemand in Afghanistan openlijk roept om terugkeer van de Talibaan, geven sommige Afghanen toe zich veiliger te hebben gevoeld onder het rigide bestuur van de ultrafundamentalistische moslims.

Rashid is ervan overtuigd dat de kansen voor Afghanistan met de dag afnemen. ,,De meeste landen zeggen nu al: laat maar hangen. Ze malen er niet meer om.'' Hij maakt zich daar grote zorgen over en geeft vooral de Verenigde Staten de schuld. Het land waar hij zo vaak te gast is en dat hij van advies heeft voorzien, maar waar hij sinds 11 september 2001 bij binnenkomst en vertrek en op iedere vlucht binnenstebuiten wordt gekeerd – omdat hij Ahmed heet, uit Pakistan komt, een baard draagt en moslim is.

,,Als [de oorlog in] Irak was vermeden, was ons een hoop ellende bespaard'', zegt hij. Rashid was tegen die oorlog omdat de gevreesde Iraakse leider Saddam Hussein volgens hem geen dreiging vormde voor de wereld en hij vroeg of laat wel ten val was gekomen als Irak blijvend was geïsoleerd.

Om zijn eigen geweten te schonen en het falen van de internationale gemeenschap op zijn manier te compenseren heeft `Rashid, de journalist' zich een jaar geleden ontpopt als `Rashid, de filantroop'. Zo heeft hij na het internationale succes van Taliban een kwart van zijn royalties in een eigen stichting gestoken, het Open media fund for Afghanistan, die kranten en tijdschriften in Afghanistan financiert. ,,We steunen veertien kwalitatief goede en levensvatbare publicaties en proberen op die manier een intellectuele basis op te bouwen voor goede, geschreven media. Daar ontbreekt het aan in het land.''

In het grotendeels analfabetische Afghanistan vertrouwen de meeste mensen, voor zover zij daar beschikking over hebben, op radio en televisie. Maar goede kranten zijn schaars. Een nationale krant bestaat niet.

Daarom is de journalist zijn onderwerp geworden. Rashid praat over `mijn' publicaties en noemt ze cutting edge – de kranten en tijdschriften die hij steunt nemen standpunten in en durven de strijd aan te gaan met lokale strijdheren. Met alle gevolgen van dien, dat wel. ,,Veel van mijn mensen zitten gevangen. Dan moet ik bemiddelen en bel ik Karzai.'' Rashid heeft zo zijn contacten, maar ,,gemakkelijk is het niet''. Toch geeft die inspanning in het tragische land waar hij zijn hart aan heeft verpand hem veel voldoening. ,,Na meer dan twintig jaar mijn boterham te hebben verdiend aan het conflict, vond ik het tijd iets terug te doen. Dit is mijn bijdrage aan een toekomst voor Afghanistan.''

    • Floris-Jan van Luyn