De straat

Met de tijden verandert ook de journalistiek.

In de eerste plaats is er méér van alles. Meer tv, meer internet, meer informatie, meer journalisten, meer speciale bijlagen. Dat is al lastig: wat is belangrijk, wat niet? Wat kies je, wat laat je weg?

In de tweede plaats bestaat er steeds meer onduidelijkheid over de taak van de journalistiek. Informeren of ook amuseren? Steeds meer actualiteitenrubrieken worden praatprogramma's, steeds meer informatie wordt borrelpraat, steeds meer feiten worden vervangen door meningen. Saai mag niet meer, nieuws moet 'leuk' zijn, en vooral niet te moeilijk.

En dan is er nog de discussie die nu kennelijk woedt op de redactie van het NOS-Journaal: de staat of de straat. Moeten wij journalisten er niet meer 'op uit', de wijken in, het nieuws 'vertalen naar de mensen toe', weg van de Haagse instituties?

Die discussie wordt bij het Journaal nu opgehangen aan Pim Fortuyn, maar in feite woedt die natuurlijk al veel langer. Op redacties wordt al jaren gebakkeleid over straatrumoer in de kolommen van de krant. NRC Handelsblad gold altijd als een bij uitstek institutionele krant en zo lang ik er werk heel lang wordt daar al tegen gefulmineerd door collega's die vinden dat een journalist 'met zijn poten in het bluswater moet staan', zoals dat vroeger zo mooi heette. En dat moet hij ook.

Maar pijnlijk duidelijk wordt uit het verhaal van Gerard van Westerloo in deze M dat je wel weten moet waarom je de straat op gaat. De vox populi wordt zo langzamerhand tot de maat aller dingen verheven. Ergens verstand van hebben is nauwelijks nog een aanbeveling, als het maar 'lekker bekt'. Bij het Journaal zijn ze er niet uit. En zij zijn de enigen niet.

Zorgelijk is, en ook dat laat Van Westerloo zien, dat in de journalistiek steeds vaker 'kwesties' tot nieuws verheven worden. Niet de feiten over de vermeende levenswandel van de secretaris-generaal van Justitie, maar het lawaai eromheen in de Gaykrant en Panorama. Als iets een 'kwestie' is geworden, mag het als nieuws worden gebracht. Ook als er niets te melden valt.

    • Laura Starink