De kruissteek staat voor `nee'

Het vak textiele vormgeving verdwijnt uit het onderwijs. Er groeit nu een generatie op die niet meer kan breien. `Het ambacht verdwijnt.'

IN HET lokaal textiele werkvormen van de Hilversumse Savornin Lohman vmbo staat de radio hard aan, maar ook klinkt het gesnor van naaimachines en geklets van de zeven meiden van klas 4c. Ze leggen de laatste hand aan hun eindexamenwerkstuk voor het vak textiele werkvormen; ze naaien bloemblaadjes vast, toveren een stoel om tot een koe of hebben een beeld gemaakt van gesteven kleding. Lerares textiele werkvormen Christine Vonk (38) doet af en toe een draad in een naald en bekijkt de werkstukken met kritische blik: ``Vind je die paarse sjaal wel bij dat goud van de boeddha passen?''

In de regio Hilversum is Christine Vonk de enige die examens textiele werkvormen afneemt. Vonk: ``Het vak verdwijnt. Terwijl juist vmbo-meiden het leuk vinden om met hun handen te werken. Maar er sluit op dit vak niets aan op mbo-niveau behalve de mode-opleidingen.'' Vonk betreurt het dat haar vak textiele werkvormen op het punt van verdwijnen staat: ``Er kleeft iets truttigs aan het vak. Maar dat is onterecht. Ik geef geen nuttige handwerkjes meer. De tijd van de katoenen breiwerkjes op ijzeren pennen is al lang voorbij. Het vak is nu vooral beeldend. Als ik brei doe ik dat bijvoorbeeld met uit elkaar gehaalde plastic zakjes in plaats van wol. De techniek staat niet meer zoals vroeger voorop.''

Er zijn nog twee sectoren in het onderwijs waar het handwerkonderwijs wél springlevend is: de antroposofische scholen en het speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs is het handwerkonderwijs een vorm van bezigheidstherapie. In het antroposofische basisonderwijs is het handwerkonderwijs met een of twee uur in de week een vast onderdeel van het leerplan. Er wordt een strak schema gevolgd dat aansluit op de ontwikkeling van het kind zoals Rudolf Steiner, de grondlegger van het antroposofische onderwijs, die voor ogen had.

GEDULD EN RUST Paula Boon is docent textiel van de antroposofische pedagogische opleiding van de Hogeschool Helicon in Zeist. ``Ik ben zelf heel enthousiast over mijn vak, maar ik benadruk altijd dat leerplanaanwijzingen niet al te letterlijk genomen moet worden. Er moet niets, je kijkt wat een kind aankan. Ook Steiner zei dat handwerken een van de moeilijkste vakken is om leerlingen toe aan te zetten vanwege het geduld en de rust die het van kinderen vergt. Maar kinderen moeten wel leren kennismaken met de verschillende technieken. Deze zijn zo waardevol omdat door ritmisch herhaalde en gedifferentieerde handelingen ook logische denkactiviteiten gestimuleerd worden. Naast natuurlijk creativiteit en fantasie.''

Alle aspirant-docenten moeten in de lessen van Paula Boon breien en haken. Ook de mannen. ``Die kruipen van ergernis onder tafel, maar aan het eind van de cursus heeft iedereen gebreid. Daarmee hebben ze doorvoeld wat de kinderen in de les doen.''

VIERKANT LAPJE Het echte handwerkonderwijs op een Vrije School begint in groep 3 met het zelf snijden van breipennen uit hout. Op die pennen kunnen de kinderen een vierkant lapje breien waarvan later een tasje voor een fluit of een schaapje wordt gemaakt. De achterliggende gedachte is volgens Paula Boon dat kinderen leren zelf handelend in de wereld te staan. ``Het geeft zelfvertrouwen.'' Pas in groep 5 wordt een begin gemaakt met het averechts breien. Paula Boon: ``In groep 5 staan ze meer in de wereld en denken helderder. Ze kunnen dan een volgende stap aan. De kinderen van groep 7 die er veel plezier in hebben mogen dan ook een sok breien. Maar dat zijn er niet veel meer.'' In groep 6 leren kinderen borduren. Paula Boon: ``Kinderen zijn in die periode vaak dwars en bezig met wie ze zijn. De kruissteek staat voor `nee' maar staat ook symbool voor het `ik'. Door borduren versterk je het `ik', maar het is ook rustgevend. Het is ook heel goed voor de fijne motoriek want die gaat schrikbarend achteruit bij kinderen.''

Aanstaande leerkrachten voor de basisschool krijgen wel les in handenarbeid, maar het hangt helemaal van de invulling van de docent af of handwerken daar een onderdeel van is. Op de pabo van de gereformeerde Hogeschool in Zwolle is handwerken niet meer een apart vak, maar onderdeel van het vak `beeldende vorming', vertelt docent beeldende vakken Anneke Goldstee. ``En sokken breien doen we echt niet meer. Dat zie je in de rest van de maatschappij toch ook niet meer. Alleen oudere vrouwen kunnen dat nog. Wie maakt nu nog zijn kleding zelf? Als vroeger het Hema-breiboek uitkwam holde je naar de winkel. De Hema verkoopt nu zelfs geen wol meer.''

Anneke Goldstee ziet `die vreselijke tv' als een van de oorzaken van het verdwijnen van het ambacht. Het gebrek aan geduld bij de leerlingen is volgens Christine Vonk ook een van de reden dat het handwerkonderwijs verloren gaat. ``Ze vragen heel vaak of ze iets mogen plakken in plaats van met naald en draad vast te maken.'' Paula Boon erkent dat handwerkonderwijs steeds lastiger is `te verkopen'. ``De huidige cultuur is een zap-cultuur. Kinderen gaan van het een naar het andere en hebben geen concentratie. Maar daarom is juist dit soort onderwijs zo belangrijk. Ze leren zich te concentreren.''

De pedagogische academies verwijzen verder allemaal door naar de lerarenopleidingen voor beeldende vorming in Breda, Maastricht en Amsterdam. Daarvan is alleen in Amsterdam aan de Academie voor Beeldende Vorming nog een afdeling textiel en die staat ook op het punt van verdwijnen. De Academie voor Beeldende Vorming is een fusie van twee lerarenopleidingen: de eerste-graads opleiding tekenen en handvaardigheid en de tweede-graads opleiding tekenen, handvaardigheid en textiel, kortweg Tehatex . Bij deze fusie zijn deze drie aparte richtingen opgegaan in een bredere opleiding tot docent beeldende kunst en vorming. In het derde jaar kunnen studenten zich specialiseren.

Joke Werkhoven is een van de twee docenten textielvormgeving die de oude lichting studenten textiel nog lesgeven. De meeste van haar studenten kunnen niet meer breien of haken. ``We lossen dat op door iedere student een les in een speciale techniek voor te laten bereiden. Dat varieert inderdaad van quilten, kantklossen tot sokken breien'', aldus Joke Werkhoven. Naaimachines, dozen vol wol en strijkplanken staan opgestapeld in het lokaal op zolder. Van de twee lokalen is er nog maar een overgebleven door ruimtegebrek voor de theorievakken.

APARTE WERELD Werkhoven: ``We gooien het kind met het badwater weg als er geen opleiding meer is waar textiel een onderdeel van uitmaakt. Tekenen en handvaardigheid staan veel meer op zichzelf, maar met textiel is het toch een beetje van alles: zowel twee- als driedimensionaal, zowel beeldend als toegepast. Het is altijd al een wat aparte wereld geweest. Allemaal vrouwen, een heel enkele keer een man. En inderdaad, we hebben een theepot, koekjes en de radio erbij en dat versterkt dan inderdaad weer dat imago van dat truttige. Terwijl het gewoon een ambacht is dat verdwijnt. Als er geen mensen meer worden opgeleid tot docent textielvormgeving ontstaat een vicieuze cirkel. Dan leert ook niemand meer breien, haken of achter de naaimachine zitten. Er is dan niemand meer om dat te onderwijzen.''