De Klaasboom

VANDAAG GAAN wij het internet op om het wezen van Sinterklaas te achterhalen. 't Gaat niet om Sint Nicolaas zelf maar om wat er uit hem geworden is. Hoe hij is misbruikt voor het kerstfeest en contre coeur de plaats van het kindeke in moest nemen. Hoe ook zijn attributen werden overgeheveld.

Wij hier in Holland denken dat we de enigen op aarde zijn die Sinterklaas vieren, met hoogstens wat Noord-Belgen en West-Duitsers als bondgenoot. Dat is niet zo. Er is waarschijnlijk geen christelijk land te vinden waar het feest niet ergens, ooit op enigerlei wijze gevierd wordt of werd (vóór het door protestanten of communisten werd verboden). Maar die landen weten het niet van elkaar, want ze beschouwen hun feesten als een soort marginale folklore. Er is geen cultuuroverdracht meer in de Nicolaas-feesten. Een buitenkans.

De sterfdag (en dus de feestdag) van de heilige Nicolaas was 6 december, daarover bestaat geen twijfel. Deze datum wordt over de hele wereld aangehouden, met dien verstande dat hier en daar de gewoonte is ontstaan om het feest een avondje eerder te vieren (zoals ook Kerstmis overkwam) en dat de Russisch-orthodoxe kerk, die de Juliaanse kalender hanteert, op 16 december uitkwam. De naam Nicolaas wordt niet overal gespeld zoals hier, maar in Nicholas, Nicolas, Nicola, Nikolaus of Sanicklaus, Samichlaus en Santa Claus ziet men toch makkelijk eenzelfde stam. Kortom: wie zich in Nicolaas-vieringen wil verdiepen vindt makkelijk zijn weg op internet.

Het zijn geen wetenschappelijke beschouwingen die daar zijn verzameld, maar wervende aardigheden van winkeliersverenigingen en VVV's, reportages van lokale krantjes en de onbeholpen verslagen van kleuterscholen, kantoren en diabetes-instituten. Vaak met veel klunzige foto's en een korte beschrijving van de gang van zaken. Precies wat je hebben wil als amateur-volkskundige.

Het wordt al gauw duidelijk dat er wonderlijke verschillen zijn in de Nicolaas-vieringen, maar ook veel treffende overeenkomsten. Zo blijkt `het zetten van schoentjes' tot diep in Rusland gangbaar te zijn geweest. Ook laat men op heel veel plaatsen, vooral daar waar het feest een kinderfeest is, op de sterfdag van Nicolaas een nep-bisschop optreden die zich laat vergezellen van een wat onguur, donker kereltje met een zak en een takkenbos. Geen neger of moor, maar een boeman of duivel. In Zwitserland heet-ie Schmutzli, in Frankrijk père Fouettard. In Engeland en Spanje (Baskenland) werd en wordt de bisschop trouwens vaak door een kind gespeeld: de boy-bishop of obispillo. Ook in Nederland trad lang geleden een kinderbisschop op. Aardig is dat de Baskische obispillo op een paardje zit en dat de Zwitserse Samichlaus een ezeltje bij zich heeft. Dat een bisschop een paard bij zich heeft spreekt toch niet vanzelf.

Waar het vandaag om gaat is de Klaasboom. Het oog was erop gevallen bij het inzien van het boek `Van Nicolaas van Myra tot Sinterklaas' van de Leuvense hoogleraar Rita Ghesquière (Davidsfonds, 1989). Het rijk geïllustreerde werk is een soort tweeluik dat enerzijds de geschiedenins van de folklore bespreekt en anderzijds moderne Sinterklaas-lectuur analyseert. Het historisch deel heeft twee intrigerende afbeeldingen die zijn overgenomen uit de Swissair `Gazette' van december 1986. Ze illustreerden destijds een betoog van de volkskundige Theo Gantner over de herkomst van de kerstboom. Rond Zürich had men, zeker tussen 1750 en 1800, de gewoonte op de dag van St. Nicolaas sparretjes in huis te halen en die vol te hangen met versiersels en lekkernijen: Sanicklaus-Baümli. Het klinkt raar genoeg, maar blijkt geen misverstand. Ghesquière stelt van de weeromstuit vast dat `de denneboom oorspronkelijk verbonden was met zes december en met Sint Nicolaas'. Toen Sinterklaas door het protestantisme in het nauw werd gedreven verhuisde de boom naar Kerstmis.

Interessant! Want de kerstboom is, zoals bekend, pas relatief laat in gebruik genomen. De gewoonte met kerst een versierde spar op tafel te zetten zou zijn ontstaan in de Duitse Elzas en pas tegen 1800 Europees zijn doorgebroken. In Nederland werd pas rond 1835 de eerste kerstboom geplaatst. (De kerstman arriveerde pas tegen 1920.) Het gemak en de snelheid waarmee de kerstboom inburgerde is een klein raadsel. Maar nu opeens wordt de indruk gewekt dat de met snoepgoed behangen boom eenvoudig van het oude Sinterklaasfeest werd overgenomen. Dus dat de Klaasboom als het ware de wegbereider was voor de kerstboom.

Zou het kunnen? Onderzoeker John Helsloot van het Meertens-instituut wil er niet aan, hoewel uit het artikel dat hij opstuurt (A.J. Dekker in het Volkskundig Bulletin van december 1982) nu juist blijkt dat ook halverwege de negentiende eeuw in Nederland soms `denneboompjes' met `lekkernij en kindergoed' op 5 december stonden opgesteld. ``Het lijken me eerder vrije variaties op een toen in Nederland nieuw thema (de kerstboom)'', laat Helsloot weten.

Bij nader inzien verwijst de studie `Nicolaas, de duivel en de doden' van Louis Janssen (Ambo, 1993) ook al expliciet naar de Zwitserse traditie. Al in 1819 werd de Zwitserse boom volgens Janssen de `Klausbaum' genoemd. Janssen meent te weten dat de Zwitsers de Klausbaum meestal pas op oudejaarsavond (Silvester) in huis haalden. Maar Theo Gantner sprak dat deze week met klem tegen: ``Eindeutig vor 6.12.''

Gaan we nu internet op met het trefwoord `Samichlaus' dan vinden we talrijke Zwitserse sites met kantoor- en familiekiekjes van een waardige Samichlaus die genoeglijk naast zijn eigen boom zit, een versierde spar vol snoepgoed. Op 6 december en Schmutzli nooit ver weg. Nu naar Franse sites.In veel dorpen en steden uit het gebied tussen Zwitserland en Straatsburg, uitgerekend de Elzas dus, houdt men op 6 december een `marché de St Nicolas' waar de lokale bevolking gewoontegetrouw zijn `sapin' (spar) koopt. En naar Duitse sites. Ook Duitsland houdt rond 5 december op veel plaatsen een Nikolausmarkt voor het kopen van een Tannenbaum. Niet zelden wordt die een Nikolausbaum of zelfs Klausbaum genoemd.

En het houdt niet op. Ook in oude Russische enclaves binnen de VS en Canada viert men nog Sint Nicolaas (op 16 december), zij het volgens Russisch-orthodoxe traditie. Een priester zegent het een en ander en er wordt met een Nicolaas-ikoon rondgelopen. Zo te zien geen kinderfeest. Maar foto's van zo'n plechtigheid op internet tonen duidelijk een (onversierde) spar in de hoek van het vertrek.

Nu, Rusland is geen Holland, zegt de lezer. Dat is waar, maar er zijn ook oude Hollandse enclaves binnen de VS waar nog Sinterklaas gevierd wordt volgens overgeleverde richtlijnen. Men viert er op het juiste moment `St Nicholas Day' en tuigt er al half november de `St Nicholas Tree' op met pakjes en snoep. Het `Holland Museum' in Michigan geeft er een beschrijving van.

Voorlopige conclusie: de oer-kerstboom uit de Elzas was een Klaasboom. En er is geen reden om aan te nemen dat Nederland geen Klaasboom kende.

    • Karel Knip