De intimiteit van technobeestjes

De geluidsbeestjes van fysicus en kunstenaar Felix Hess kunnen rijden, verschillende geluiden maken en luisteren. Is het stil, dan bewegen ze naar elkaar toe; eenmaal op een kluitje zenden ze een geluid uit dat ze ertoe aanzet uit elkaar te gaan. Met deze dans verbeeldt Hess de gewaarwording van een wereld die zich voor de zintuigen opent.

Deze maand zag Hess, die in 1975 `cum laude' promoveerde op de aërodynamica van de boemerang, zijn oeuvre bekroond met de Witteveen+Bosprijs voor Kunst+Techniek. Het is de tweede keer dat deze prijs is uitgereikt. Vorig jaar ging hij naar Theo Jansen, eveneens fysicus en bekend van zijn uit pvc-buizen opgetrokken, door de wind voortgedreven strandbeesten.

Geïnspireerd door concerten van kwakende, tsjirpende, fluitende en ratelende boomkikkers nabij een beekje in nachtelijk Adelaide, ontwikkelde Hess in 1982 zijn eerste verzamelingen elektronische geluidsbeestjes. Vreemde geluiden deden hen zwijgen, het geluid van een soortgenoot zette aan tot tsjirpen. Wonderbaarlijke concerten waren het resultaat. De robotbeestjes bouwden voort op dit thema.

In 1994 maakte Hess `It's in the air', een verzameling rusteloze vaantjes van wit rijstpapier. Concerten van zijn interactieve werken zijn op cd's vastgelegd.