Brugge

Toevallig kwam ik Ronald Koeman tegen. De altijd goedlachse markies van Ajax was gespannen. Dat overkomt hem niet vaak. Koeman heeft wat topsporters meestal ademen: een verheven soort doodsverachting. Zelfs in de donkerste uren van wanhoop en achterklap vraagt hij nog om een kopje koffie. De Ajax-coach is een man mét nekspier, geen puddinkje verdriet.

Maar deze week stond hij dus wat te lanterfanten met schizofrene zieleroerselen. Althans, de strijdvaardigheid om aan een blauwdruk voor een nieuwe wereld te beginnen wankelde. Het rommelde een beetje in zijn hoofd en misschien ook wel in andere organen van zijn uit klei, wind en mist gekapte lichaam. Een heerlijk lichaam, overigens. Ronald was een beetje bang. De gerenommeerde tacticus was niet langer het product van een rekenkundig stelsel. Dat was hem aan te zien.

Bang voor Brugge.

Wat stelt Brugge voor? Club van zandgronden, folklore en middenstand. Niet eens beursgenoteerd. Maar wel een club met een Hollandse traditie en dus geïnfecteerd met een aura van arrogantie, gogme en grote bekken. Om Rudi Fuchs te parafraseren: in Brugge kijken ze naar Caravaggio zoals Nederlanders een ouwe kaas ruiken. Zo kijken ze dus, in dit mistige achterland van Jacques Brel, ook naar Ajax.

Club Brugge was ooit La flandre profonde. Alles rond en antiek, georganiseerde chaos, amateurisme, jezuïtenstreken, sappig en oubollig. Geluk was een Mars-reep voor het slapengaan en in de winter een hete waterkruik tussen de benen.

Toen kwam Nico Rijnders, de fenomenale middenvelder van Ajax, in De Klokke spelen. Als een benzinebom ging hij te keer, in de kleedkamer, op het trainingsveld, tijdens de wedstrijd. Nico dweepte de boel op in zijn fanatieke ijdelheid. De provincie werd stad, in de regie van een kannibaal. Lang mocht het niet duren. Nico viel dood op het veld, letterlijk. Mevrouw Rijnders werd door clubarts Michel D'Hooghe getroost met een kapsalon in Knokke. Zo goedkoop was medische dubbelzinnigheid in die tijd.

Na Rijnders kwamen Henk Houwaart, Rob Rensenbrink, trainer Leo Canjels, René Eijkelkamp. Nederlanders die nog niet verrafeld waren door halfslachtige glorie of door het Vlaamse motto `Een beetje geluk is ook al mooi'. Zij continueerden het temperament van Nico Rijnders, het gif van de winnaar, moderne kunst in het voetbal. Club bleef een hondenclub: ongeluk bijt je dood. Brugge was nog altijd een satelliet van FC Holland. De Hollanders sleepten de Belgen mee naar de dwang van vorm en naar de dwang van succes, zowaar in combinatie. Communisme met een sauce Hollandaise.

Nog steeds worden Rijnders, Rensenbrink, Houwaart en Eijkelkamp in Brugge gekoesterd als engelen van de revolutie. Maar dat is cafépraat, niet meer terug te vinden in het beleid van de club noch in het spel van de selectie. Mazzel wint het nu van talent en van drift. Club Brugge is nog een paar keer landskampioen geworden,

maar je kan niet zeggen dat er een hemelse regenboog hangt over de exploten. Outsiders als Rensenbrink hebben het gevoel dat je Club in een doosje kunt stoppen. De spelers zijn nog alleen stoned na de wedstrijd. Mooie torso's, dat wel.

Marc Degryse is nu sportief directeur van FC Brugge. De bankzitter van PSV, de rat van de Rode Duivels, de zwevende figuur in een wereld van combines, intriges en lucratieve ijdeltuiterij. Een duivenmelker zonder duiven. Met zo'n leider kan je wel op een doordeweekse dag van AC Milan winnen, maar alleen als toevalstreffer. Op beslissende momenten neemt professionalisme het over van de kerkgang naar God en duiven.

Ronald Koeman hoeft dus niet bang te zijn. Of toch? Misschien dromen zijn spelers wel eens van leegte, hebben ze geen zin meer in het sexy bestaan van Ajacied, willen ze gewoon ten onder gaan in een Sinterklaasfeestje. Al helemaal na de zege tegen Feyenoord. Ook luxe en succes kennen metaalmoeheid. Vraag dat maar aan Patrick Kluivert. Ik stel me voor dat Rafael van der Vaart op een blauwe maandag voor een stoplicht wil staan en dan nog alleen wil denken aan de tijd dat zijn oma op het raam van de camper een tikje gaf om te zeggen: ik besta!

Ajax kan alleen verliezen als het dinsdag in het mes van de arrogantie loopt. Als de selectie denkt de aura van alter ego's te betreden en niet de afwerkplaats van provinciale groeistuipen. Als de heren er hoogmoedig van uitgaan dat Club Brugge het visitekaartje is van kantklossende begijnen, opeens straalbezopen door de erotiek van de Champions League. Ajax kan alleen van zichzelf verliezen.

    • Hugo Camps