Balkanscènes

Oorlog is de grote constante in de literatuur van en over de Balkan, constateert Pieter Steinz in deel 49 van zijn serie over lezen op locatie.

In de gastronomie is een macedoine een gerecht dat bestaat uit een veelheid van groenten en/of vruchten. De naam werd er halverwege de negentiende eeuw aan gegeven omdat Macedonië bekend stond als een lappendeken van volkeren en tegenstrijdige belangen. En ook tegenwoordig, nu er een onafhankelijke staat Macedonië is, geldt het gebied als een symbool voor de hele Balkan: ernstig verdeeld (er zijn ook stukjes Macedonië in Griekenland en Bulgarije), en voortdurend balancerend op de rand van etnische conflicten.

`Wie de Balkan begrijpen wil moet zich tot zijn schrijvers wenden,' schreef een Oost-Europacorrespondente van NRC Handelsblad in 1994. En niemand zal verbaasd zijn dat het vooral de oorlog is die een belangrijke rol speelt in de literatuur van voormalig Joegoslavië, Albanië en Bulgarije. Het kan de eeuwenlange oorlog tegen de Turken zijn, die in 1389 culmineerde in de beruchte Slag op het Merelveld; de Eerste Wereldoorlog, die per slot van rekening in Sarajevo is begonnen; de Tweede, waarin bovenal het Kroatische fascisme, de jodenvervolging en het Duitse bombardement op Belgrado traumatisch was; of natuurlijk de Joegoslavische Oorlog van de jaren negentig, die ironisch genoeg het afgelopen decennium heeft geleid tot een opleving in het aantal vertalingen uit het Servokroatisch.

Ook in het werk van de enige Nobelprijswinnaar uit voormalig Joegoslavië, Ivo Andric (1892-1975), is de oorlog een constante, met name in zijn magnum opus De brug over de Drina, waarin het stadje Visegrad door de eeuwen heen beschreven wordt – inclusief de vijandige overname door achtereenvolgens de Turken, de Oostenrijkers en de Serviërs. Wie lichtere kost met de Balkan als locatie wil lezen, is aangewezen op Kuifje en de scepter van Ottokar of Rates of Exchange van Malcolm Bradbury. Maar dat is eigenlijk valsspelen, want het zijn allebei boeken die zich afspelen in een fictief land tussen de Adriatische en de Zwarte Zee.

En dan is er Albanië – gezegend met een op zichzelf staande, niet-Slavische taal, en van 1945 tot 1985 in quarantaine gehouden door de communistische dictatuur van Enver Hoxha. Eén grote schrijver heeft dat opgeleverd: Ismail Kadare, die onder meer door zijn politieke allegorie Het dromenpaleis (1981) in botsing kwam met de censuur, maar toch jarenlang door het regime als cultureel visitiekaartje gedoogd werd. Net vóór het ophalen van het IJzeren Gordijn emigreerde Kadare naar Parijs, waar hij nu al een tijdje wacht tot hij door de Zweedse Academie – na Andric (1961) en de geboren Bulgaar Canetti (1981) – tot de derde Nobelprijswinnaar uit de Balkan zal worden uitgeroepen.

Volgende week Noord-Afrika. Reacties: steinz@nrc.nl

    • Pieter Steinz