`Als ik een dag heb opgepast, ben ik kapot, dan wil ik naar bed'

Elly van Meijl (38) uit Eindhoven, coördinator leerwerktrajecten bij de sociale werkvoorziening in Bladel: ,,Ik woon nu bijna veertien jaar samen. Het is best een lang proces geweest, beslissen om geen kinderen te nemen. Om te beginnen: ik ben de jongste van een heel groot gezin. Ik was al op mijn vijftiende tante, ik heb heel veel neefjes en nichtjes. Toen ik 24 was, heb ik een half jaar drie dagen op de kinderen van een zus gepast. Zij ging werken en ik was een half jaar werkloos. Toen dacht ik: ik vind dit geloof ik niet zo leuk.

Als ik mijn zussen zie: die zijn altijd moe, het is altijd stressen en racen tegen de klok. Ik zit toch gewoon graag met een boek op de bank, heerlijk. Ik ben er ook te ongeduldig voor, denk ik. Ik ben niet zo'n verzorgend type. Als ik een dag op een kind heb gepast, ben ik kapot, dan wil ik naar bed.

Pieter heeft eigenlijk nooit kinderen gewild. Maar hij zei wel tegen mij: jij moet die beslissing los van mij nemen. En als jij ze ooit echt wilt, dan wil ik ook wel. Maar als ik vriendinnen zie met kinderen – na een uur ben ik blij dat ik weg kan. Wij trekken meer op met mensen die ook geen kinderen hebben. Die hebben zelf ook meer vrijheid. Als mensen kinderen hebben, hebben ze vaak geen tijd meer, heel lastig. Je moet er ook altijd naartoe, anders moeten ze een oppas regelen. En het gesprek gaat bovendien toch vaak over de kinderen.

Op mijn werk spreek ik weleens ouders van pubers van zestien die verstandelijk op een heel laag niveau zitten. Dan denk ik: oh god, die ouders waren toch ook heel blij toen die kinderen geboren werden, die hadden natuurlijk een bepaald verwachtingspatroon. Als ik die ouders dan gesproken heb, ben ik zó blij dat ik geen kinderen heb.''

    • Ellen de Bruin