'Alles is moreel complex geworden'

Zuid-Afrika is tien jaar na het verdwijnen van de Apartheid nog altijd zeer gewelddadig. Toch is dichteres Antjie Krog optimistisch.

Het isolement is doorbroken, het debat floreert en iedereen zoekt naar nieuwe gemeenschappelijke elementen. Krog ziet veel in Ubuntu. Die Zoeloe-filosofie van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid vormde het ethisch fundament van de Waarheidscommissie.

'We hebben altijd aan de rand van de afgrond geleefd.' In haar woorden klinkt een onmiskenbare echo van pijn en verlies door, maar de toon is nuchter, constaterend. Antjie Krog, groot Zuid-Afrikaans dichteres, indringend verslaggever van de Waarheidscommissie in Country of my Skull, weet haar eigen lot nog altijd verbonden met dat van haar land. Maar dat is nu geen zware last meer. Ze spreekt Engels, maar wanneer ze persoonlijk wordt, schakelt ze razendsnel op Zuid-Afrikaans over. 'Zo nu en dan kan het lijken alsof er niets veranderd is, omdat er schrijnende armoede is, racisme en geweld, maar dat is schijn. In mijn nieuwe boek, A Change of Tongue, schrijf ik over het nieuwe Zuid-Afrika, vooral over de meer afgelegen streken, die ik het beste ken. Het is een meer ontspannen boek geworden, er zit ook veel meer humor is. Tijdens de Apartheid schreef je altijd gekwelde teksten. Je dacht altijd, kan ik dit wel schrijven, terwijl er mensen gemarteld en gedood worden? Nu verlies ik me ook meer onbekommerd in het Zuid-Afrikaans, die taal is veel minder gepantserd dan het Engels.'

Ik spreek Antjie Krog in de lunchroom op de bovenste etage van Metz & Co te Amsterdam, vanwege het uitzicht. Ze is een paar dagen in Nederland voor een door het Tilburgse Nexus-instituut georganiseerde conferentie, waar ze met andere buitenlandse schrijvers en denkers heeft gediscussieerd over het verwerken van verlies. Zoiets doet ze graag, want hoewel haar weerbarstige poëzie intens en persoonlijk is, is er een andere kant aan haar die zich voortdurend voedt met discussie en debat. Dat die nu ook in het nieuwe Zuid-Afrika floreren, is wat haar betreft de grootste winst van de laatste jaren. 'We hebben zo lang in afwachting geleefd. Eerst was het: als P.W. Botha nu maar weg is, dan komt het goed. Toen was het de vrijlating van Mandela die alles goed zou maken, vervolgens de verkiezingen, toen de opvolger van Mandela. Nu pas heb ik voor het eerst het

gevoel dat we een stapje van de rand van de afgrond verwijderd zijn. Het gaat ons economisch beter, er is groei, de Rand is redelijk sterk, en het is alsof de politieke problemen niet zo sterk meer in het licht van ras worden gezien. Wat mijzelf betreft: ik voel me nu betrokken bij een enorm stimulerende intellectuele omgeving. Als ik terugdenk aan de jaren tachtig en negentig, toen ik op het platteland woonde, herinner ik me hoe geïsoleerd ik was. Ik had het gevoel dat ik alles voor mezelf moest bedenken. Dat is voorbij. De afgelopen maanden zijn er weer fantastische boeken en scripties verschenen. Het debat is nog niet publiek geworden, in de kranten zul je er niet over lezen, maar op feestjes en discussieavonden komen de meest uitdagende onderwerpen aan bod.'

Civil society

Zulk optimisme verhoudt zich slecht met de berichten over Zuid-Afrika die Nederland bereiken: over een niet aflatende geweldsspiraal en een van regeringswege gruwelijk onderschatte aids-epidemie. Krog: 'De regering heeft het schandalig af laten weten. Er doen allerlei onbevestigde verhalen de ronde waarom Mbeki zo heeft gereageerd op de epidemie, maar behalve onjuiste informatie lijkt me de belangrijkste reden dat men zich snel aangevallen voelt. Wel hoopgevend is dat alle discussies over de aanpak van aids vanuit het idee van een civil society plaatsvinden. Na het einde van de Apartheid was er lang niets wat iedereen gezamenlijk op de been bracht. We hadden eindelijk gekregen wat we wilden hebben, maar omdat het niet volmaakt bleek te zijn, raakte men op drift, verdween de saamhorigheid. Nu leeft er het besef dat we samen de problemen met aids en armoede het hoofd moeten bieden, anders wachten ons nog grotere rampen.'

In het nawoord dat ze speciaal schreef voor de Nederlandse vertaling van haar novelle Relaas van een moord, blijkt dat het leven in het nieuwe Zuid-Afrika veel gecompliceerder is geworden, nu de handelingen van een individu niet langer gerechtvaardigd worden door een ideologische strijd tegen een onrechtvaardig systeem. Wat voorheen een moedige daad van verzet leek, kan ontdaan van alle anti-apartheidsretoriek ineens een ordinaire moord blijken te zijn. Krog: 'Wat het ongelofelijk pijnlijke proces van de Waarheidscommissie draaglijk maakte, was dat het zich voltrok volgens de richtlijnen van de bevrijding, van de strijd tegen de Apartheid. Het was goed tegen slecht. Maar nu is alles moreel complex. Het is nu ook moeilijker geworden om deel uit te maken van het nieuwe Zuid-Afrika. Als ik vroeger, vóór 1990, naar een township ging, was dat een politiek statement. De mensen daar zagen dat ook zo en verwelkomden me als een bondgenoot. Als zij op hun beurt naar een blanke buurt kwamen, was dat ook een daad van verzet. Nu hebben zulke bezoeken geen betekenis meer die boven het persoonlijke uitstijgt. Hoewel er veel meer wordt samengewerkt en naar school gegaan, wonen we nog steeds apart. Als je elkaar nu opzoekt, moet je elkaar ook echt graag mogen, je werkelijk op je gemak voelen in elkaars aanwezigheid en omgeving. Veel mensen vinden het tegenwoordig moeilijker om een normaal leven te leiden dan vroeger. Vroeger deden ze veel dingen voor de goede zaak, nu voelen ze zich ongemakkelijk of bedreigd, ze vervelen zich met elkaar, vinden elkaars eten niet lekker, enzovoort. Nu moet je voor jezelf besluiten wat je wel en wat je niet wilt. Je moet je persoonlijke wortels ontdekken in een gemeenschappelijke Zuid-Afrikaanse identiteit.'

In dat opzicht lijkt Zuid-Afrika op West-Europa, zij het in een extremere vorm. Wanneer het ideologische harnas is afgelegd, ben je op jezelf aangewezen. Voor veel mensen is dat onverdraaglijk, die zoeken harde, onbuigzame waarheden die hun leven vorm geven.

'In het verleden hadden wij die fractuur in de werkelijkheid. Zwarten mochten bepaalde dingen niet, en blanken weer andere niet. Als zwarte mocht je gerust een blanke bestelen en doden, maar geen zwarte, en andersom stond je als blanke in je recht wanneer je een zwarte doodde, maar niet als je een blanke vermoordde. Nu moeten we iets maken dat voor iedereen geldt. Daar wordt heftig over gedacht en gediscussieerd in zwarte intellectuele kringen. Sommige denkbeelden uit die hoek doen me denken aan het gedrag van de Afrikaners van weleer. Hun

reactie was altijd defensief; heel de wereld was tegen hen. Dat zie je nu ook bij bepaalde zwarte intellectuelen: ze willen alleen hun eigen mensen accepteren, zij zijn de beste denkers, de beste schrijvers. Maar er bevinden zich aan linkerzijde ook gedurfde zwarte denkers. En binnen het anc woedden er discussies tussen de communisten en de vakbonden. Op alle fronten worden nieuwe gedachten ontwikkeld over de samenleving, hoe we ons tot elkaar moeten verhouden. Dat aftastende zie je ook in de nieuwe literatuur. A Change of Tongue is daar een voorbeeld van. Je beschrijft een Zuid-Afrikaanse werkelijkheid die in alles herkenbaar is, zonder de pretentie dat je de waarheid beschrijft. Mijn boek opent met een beschrijving van een atletiekwedstrijd ergens op het platteland. Ogenschijnlijk ziet die manifestatie eruit als het zichtbare bewijs van het nieuwe Zuid-Afrika, blank en zwart samen aan het sporten, en het werkt! Maar dan spreek je de blanken en die blijken er dan op een totaal verschillende manier naar te kijken dan de zwarten. Dat gebeurt voortdurend. Je bent getuige van iets, maar je kunt niet zeggen wat het precies is. Iedereen in Zuid-Afrika kent die gewaarwording, want ons verleden is gescheiden geweest, zodat we nu niet in staat zijn het heden op een adequate manier te doorgronden.'

Nostalgie

Maar in een situatie waarin alles onzeker is, kun je je voorstellen dat er veel nostalgie ontstaat naar vroeger, toen alles nog helder was. 'Zeker, er is de laatste tijd veel openlijk racisme, en dan zeggen ze: zie je wel, die blanken zijn niets veranderd. Maar dat racisme is een symptoom van een wezenlijke verandering, het besef dat men niet langer aan de macht is, een minderheid is geworden. Uit eenzelfde gevoel kun je de ruk naar rechts in Europa verklaren, de verharde opstelling tegen immigranten uit andere culturen. Er vindt een fundamentele verandering plaats. In het verleden hoefde je helemaal geen racist te zijn, omdat althans wij een regering hadden die een raamwerk schiep waarin al het andere op een afstand bleef, waarin je slechts racist hoefde te zijn in stilte of anderen op hun racisme kon aanspreken. Je kon van zwarten houden, zolang je er maar niet naast hoefde te wonen. Dat is voorbij. Nu moet ieder een manier vinden om zich tot de ander te verhouden, alles is direct geworden, er zijn geen vaste scheidslijnen meer.'

Dus al die nieuwe heftigheid is op zichzelf geen slecht teken? Dat doet me denken aan V.S. Naipauls derde boek over India, India: A Million Mutinies Now waarin hij de gewelddadige uitbarstingen van sectarisme en nationalisme beschouwt als tekenen van een land dat na eeuwen van kolonisatie eindelijk zichzelf onder ogen ziet.

'Het is niet per definitie regressie. Alleen moet je wel zien te voorkomen dat al die hevige gevoelens die nu aan de oppervlakte komen, gekaapt worden door de politiek. De linkse politiek verkeert in

moeilijkheden, die moet steeds weer het antwoord schuldig blijven. Ik heb laatst een bijeenkomst bijgewoond waarop naar nieuwe uitgangspunten van linkse politiek werd gezocht. Er was een interessante discussie over de vraag wanneer een intellectueel tekortschiet tegenover zijn eigen land. Het antwoord was: wanneer hij geen ruimte weet te maken voor de aanwezigheid van de buitenstaander. Ik voel me aangetrokken tot de in zwarte intellectuele kringen heersende notie van humaneness, menslievendheid.'

Ze doelt op Ubuntu, een Zoeloe-woord voor een wereldbeeld waarin de individuele mens gezien wordt als een geïntegreerd onderdeel van een groter geheel. De menselijke waardigheid is gebaseerd op sociale, culturele en spirituele criteria en het is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van mensen om die waardigheid in stand te houden. Het is die filosofie die volgens Krog de Waarheidscommissie mogelijk maakte.

'Het irriteert me nogal wanneer mensen maar blijven zeggen dat Nelson Mandela het symbool van vergiffenis is. Is het niet geweldig dat hij geen haat voelt, enzovoort. Dat is het natuurlijk ook, maar men vergeet dat die vergevingsgezindheid deel uitmaakt van zijn filosofie van leiderschap. Zijn uitgangspunt is dat iedereen deel moet kunnen uitmaken van één enkele gemeenschap. Dan zeggen mensen, jajaja, dat zegt hij wel, maar dat meent hij natuurlijk niet. Maar hij meent het wel! Dat idee van ruimte maken vind je ook in de theologie van iemand als aartsbisschop Tutu. Die is christelijk van aard, maar bevat ook een element van het Afrikaanse Ubuntu. Je vindt het ook in de recente literatuur. In The Cry of Winnie Mandela, een roman van Njabulo S. Ndebele zijn vijf verschillende vrouwen aan het woord, zonder dat een van hen de hoofdpersoon is, niemands verhaal domineert dat van de anderen.'

Menselijkheid

Maar hoe moet ik mij die notie in de praktijk voorstellen, in een verdeelde en gewelddadige samenleving als de Zuid-Afrikaanse? 'Het werkt zo: als jij mijn kind doodt, is er iets in jou dat je onmenselijk heeft gemaakt. Maar jij bent niet de enige, door de moord op mijn kind ben ik ook iets van mijn menselijkheid kwijtgeraakt. Die kan ik niet herstellen door jou op mijn beurt te vermoorden, integendeel. Als ik jou zou doden, verspeel ik mijn enige kans om mijn menselijkheid te herwinnen. Het is dus ook in mijn belang jou te helpen. Die notie is niet christelijk, in de zin dat ik jou mijn andere wang toekeer, nee, ik moet actief reageren en de dader opzoeken en hem terugbrengen naar het idee van een gemeenschappelijke menselijkheid. Hetzelfde geldt voor zoiets gruwelijks als de aanslag op de Twin Towers in New York. De mensen die dat gedaan hebben, zijn door iets in henzelf onmenselijk geworden. Maar het is in het belang van de getroffenen om de daders niet te doden, maar om ze te vinden en het gevoel van menselijkheid aan beide zijden te herstellen. Je moet proberen te begrijpen hoe ze zo zijn geworden. En zien of je dat niet kan veranderen. Ik vind het een ongelofelijk interessante notie, een begin van een nieuw idee over wat een samenleving is of kan zijn.'

Maar Krog is niet naïef. Ze zal toch ook beseffen dat het geen recept voor vrede op aarde zal blijken te zijn. 'Nee, natuurlijk niet. Maar het is wel een recept voor moreel leiderschap. Het ergert me wanneer mensen Zuid-Afrika prijzen voor wat daar tot stand is gebracht, maar zelf in vergelijkbare situaties absoluut niet van plan zijn hetzelfde te doen. Heel mooi dat zwarte mensen tot zoiets moois in staat zijn, jazeker, maar voor ons werkt het niet. Wanneer iemand ons iets aandoet, slaan we erop los. Laatst kreeg ik bezoek van een cameraploeg uit Tel-Aviv die een programma over Zuid-Afrika maakte. Die mensen zeiden: wat hier gelukt is, zou bij ons nooit werken, want jullie zijn hier allemaal christenen. Het heeft helemaal niets met het christendom te maken! Tot tien jaar geleden vertelden Hollanders mij altijd wat er gedaan zou moeten worden in Zuid-Afrika. Zij wisten wat er mis was. Nu gaat de discussie hier over of nieuwkomers de Hollandse taal moeten kunnen spreken, of in scholen baarden en hoofddoekjes gedragen mogen worden.'

Toch zal er altijd een spanning blijven bestaan tussen een gedeeld idee van menselijkheid en iemands culturele achtergrond. Krog zelf heeft prachtig geschreven over haar verdeelde loyaliteiten als Afrikaner in Country of my Skull. Identiteit is een verraderlijk rekbaar begrip. Een groepje Canadezen dat zichzelf als wereldburgers beschouwt, wordt in aanwezigheid van een Amerikaan plotseling veel meer Canadees. Een Hollandse liberale jood zal zich meer jood gaan voelen wanneer hij aan tafel zit met een aantal moslims. Krog: 'En ik voel me meer wit wanneer ik onder zwarten ben. Natuurlijk, maar het gaat erom die spanningen te overwinnen, je geaccepteerd te voelen vanwege het feit dat je een mens bent. Daarmee bedoel ik niet dat je je er vanaf kunt maken door te constateren dat we allemaal maar mensen zijn, of zoiets. Het gaat om een specifieke manier om je in de wereld te willen begeven. Het is ook een begeerte naar de wereld. In A Change of Tongue beschrijf ik hoe een Australiër die voor een zwart radiostation in Zuid-Afrika werkt, te verstaan wordt gegeven dat hij altijd een kangoeroe zal blijven. Tegen die notie verzet ik me. Je bent misschien wel van elders afkomstig, maar dat wil niet zeggen dat je geen deel kunt uitmaken van het landschap.'

Landschap

Het beeld dat Krog gebruikt, lijkt me veelzeggend. Uit haar poëzie spreekt een intense verbondenheid met het Zuid-Afrikaanse landschap, en tegelijk een wanhopige verscheurdheid over de liefde voor een land dat ze niet het hare mag noemen. 'Dat is waar, wanneer je in een land woont waarin je altijd te verstaan is gegeven dat je er niet thuis hoort, zodat je gedwongen werd valse identiteiten te ontwikkelen om te kunnen zeggen, ik hoor hier wel dan moet je op een gegeven moment wel gaan onderzoeken wat je werkelijke plaats is. Van schrijvers wordt gezegd dat ze erbij willen horen, voor mij is het een obsessie. Toen Country of my Skull op de tophonderd van boeken uit Afrika kwam te staan, kon ik mijn geluk niet op. Het betekende dat ik een stem heb op het continent waar ik leef, en een die niet alleen door een paar andere blanken wordt gehoord.'

Krogs eigen poëzie gaat ook over het verlies van die vanzelfsprekende band met het land. 'In mijn nieuwe boek schrijf ik over de families die hun boerderijen kwijtraken. De literatuur van de Afrikaners ging altijd over het land, de hoofdpersonen waren altijd boeren. Ik vraag me af hoe je werkelijk van een stuk land kunt houden zonder het te bezitten, of je geworteld kunt zijn zonder ook eigenaar te zijn. Tegelijkertijd zie je nu dat veel zwarte schrijvers het Zuid-Afrikaanse landschap hebben ontdekt. Vroeger was dat nauwelijks een onderwerp voor hen. Nu het land hun eigendom is, krijgen ze ook interesse voor het landschap zelf.'

Het is ook dat landschap dat zoveel bezoekers aan Zuid-Afrika terstond verliefd doet worden. Wat is dat toch? 'Dat weet ik niet. Maar neem Cradock, bij Windhoek. Daar hebben zich verschrikkelijke toestanden afgespeeld. Er heerst daar nu bovendien een godvergeten armoede. En toch is het daar adembenemend mooi. Verschrikking en verrukking, dat is Zuid-Afrika.'

De boeken van Antjie Krog verschijnen in het Nederlands bij uitgeverij Podium. Country of my Skull verscheen als

'De kleur van je hart' bij uitgeverij Mets & Schilt.

Bas Heijne is schrijver en redacteur van NRC Handelsblad.

Bram Budel is freelance fotograaf.

[streamers]

'De linkse politiek verkeert in moeilijkheden, die moet steeds weer het antwoord schuldig blijven.'

'Als jij mijn kind doodt, maakt dat ons beiden onmenselijk.'

    • Bas Heijne