Alleen de honden en ik zijn niet Hongaars

De man van Dora schreeuwt vanaf het tuinhek dat we moeten stoppen. Het klinkt urgent. Op een houten tafel in de tuin ligt een opengesneden varken, ernaast een vuur met een reusachtige pan, zo een waar kannibalen missionarissen in koken. We houden de paarden in. Dora's huis ligt tien meter onder de verharde weg. De status in het dorp T. wordt in eerste plaats bepaald door het aantal meters dat men boven n.a.p. woont.

Op de heuvelrug staan de oude huizen van de rijke boeren, de weg volgend heuvelafwaarts worden de huizen kleiner. De herenhuis-achtige boerderijen zijn Habsburggeel. In de pre-socialistische tijd had men een beter gevoel voor verhoudingen – bouwkundig bedoel ik – zelfs bij de kleinste schuur paste men de gulden snede toe. Het idee dat allen gelijk zijn heeft – bouwkundig – weinig fraais opgeleverd.

De boerderijen uit de communistische tijd zijn vierkante dozen die doen denken aan als huizen vermomde bunkers. Het enige wat de socialistische planner die op een donkere middag alle huizen voor het Hongaarse platteland uit z'n mouw heeft geschud (in alle dorpen vindt je dezelfde plompe bakken) goed heeft gedaan is dat hij het laag bij de grond heeft gehouden. Tot tien jaar geleden waren alle huizen op het Hongaarse platteland gelijkvloers. Onze architect gaf als verklaring dat de boeren na een dag fysiek zwaar werk niet nog eens een trap op willen klimmen om te gaan slapen.

De burgemeester van T. (vrijwel ieder dorp, hoe klein ook, heeft een eigen, lokaal gekozen burgemeester, niet direct een baan waar je een burn-out oploopt) die meestal in Adidas trainingspak rondloopt, is doende een huis te bouwen, waarbij hij met vrouw en kinderen zelf het meeste werk verzet. Dit huis is het onvermijdelijke twee verdiepingen huis dat bij 's mans status past. In de dorpen aan verbindingswegen, met hogere welvaart, staan hele rijen van dit soort gedrochten, met aan de voorzijde op één hoog een inpandig drie à vier meter breed balkon. Om duistere reden ontbreekt bij de helft het balkonhek, terwijl alles er op duidt dat de huizen al jaren in gebruik zijn. Goed, zo'n detonerend monster is de burgemeester van T. aan het optrekken. De recente vruchten van de welvaart aanschouwend wens je dat het nog eeuwen duurt voordat de EU-landbouwmiljoenen naar de lokale partijleiders stromen.

De man van Dora komt haastig met o-benen het pad opgelopen. Hij ademt zwaar, hij heeft een behoorlijke pens. Het is 11 uur 's morgens en hij heeft al een kegel. Dora vertelde dat zij geen alcohol drinkt, ,,Want maar één van de twee kan drinken.'' Dat heeft haar echtgenoot goed opgepakt. Hij is waarschijnlijk jonger dan wij, maar ziet er uit als achterin de vijftig. Het is een beer van een vent met een kale kop. Hij mist een aantal tanden en schreeuwt meer dan hij spreekt; dat boezemt de kinderen angst in.

Hij maakt een grote boog zodat hij recht van voren de paarden schuifelend kan benaderen en aait voorzichtig over de neuzen van de paarden. Dit doet hij een tijdje geconcentreerd, dan doet hij een stap terug en zegt dan dat hij bang voor ze is. Ilona informeert naar het varken. Hij haalt zijn rechterwijsvinger van linksonder naar rechtsboven met een ruk voor zijn strot langs en zijn gezicht begint te stralen. Het is 30 november, slachtdag. Hij loopt terug naar het uitgespreide varken en de mannen met de messen die van huis tot huis gaan. Hij loopt als een man die zojuist een belangrijke missie heeft volbracht. Wij gaan stapvoets voort.

Voor Alcoholics Anonymous is er nog enig werk te verzetten in T., zoals in heel Somogy en de omringende provincies. Van de 10 miljoen Hongaren is volgens de statistieken 1 miljoen alcoholist. 11,4% van de sterfgevallen in Hongarije is terug te voeren op overmatig alcoholgebruik. Veel huwelijken lopen spaak, wat weer voor verslavingen ontvankelijke kinderen oplevert.

In de jaren dertig had Hongarije het hoogste opiumgebruik per inwoner in Europa – papaver wordt nog altijd op grote schaal verbouwd, en gebruikt voor de traditionele beigli, dé familietractatie met kerst – en wijn was altijd geliefd. Met het communisme werd hardliquor populair, vooral zelfgestookte palinka. Er zijn ook Hongaren die benzine weten om te werken tot een drankje dat ze willen drinken.

Met de introductie van het kapitalisme raakten marihuana, cocaïne en heroïne breder bekend. Nu de maatschappij harder wordt, en overeind blijven agressie en assertiviteit vereist, verschuift het gebruik naar amfetamine en xtc. Iedere tijd en samenleving vraagt zijn eigen roesmiddel. Van opium en wijn naar speed, palinka en benzine – de onvermijdelijke vooruitgang. En ik, romantische dromer, verlang juist naar de tijd van wijn, opium en absint. Ja, voor je het weet transformeer je op het platteland tot een oer-conservatief.

De man van Dora klopt aan de keukendeur. Hij, koerier van de tsaar, staat erop mijn echtgenote te spreken. In zijn ene hand een groezelige plastic tas met grote hompen vlees en zelfgemaakte worsten, in de ander vier paarse viooltjes, platgewalst en verkreukeld in zijn grote knuisten.