Zalm en het strafbankje

Het is geen vrolijke sinterklaas dit jaar voor minister van Financiën Zalm. Er valt niets uit te delen en des te meer te incasseren. De Nederlandse economie verkeert in een deplorabele toestand en het begrotingstekort, de ijklijn voor goed gedrag voor de landen die deelnemen aan de euro, loopt almaar verder op. Nog een geluk voor Zalm dat het Centraal Planbureau de jongste economische ramingen niet twee weken eerder publiceerde. Het tekort van de overheid kan volgens het CPB dit jaar uitkomen op 3 en volgend jaar op 3,25 procent. Daarmee zou Nederland twee achtereenvolgende jaren de norm van het Stabiliteitspact, de begrotingsregels voor de eurolanden, schenden. Voor Zalm, die in de Europese raad van ministers van Financiën fel van leer trok tegen de overtredingen van het pact door Frankrijk en Duitsland, zou het erg pijnlijk zijn als de Europese Commissie ook Nederland op het strafbankje zou zetten.

Eén relativering is op zijn plaats. Het Stabiliteitspact voorziet in de mogelijkheid van een oplopend overheidstekort als de economie tegenzit, maar niet langer dan gedurende drie jaar. Duitsland en Frankrijk doorbreken in 2004 voor het derde achtereenvolgende jaar het plafond en zullen dat naar alle waarschijnlijkheid in 2005 ook doen. Nederland verkeert nog niet in die situatie en bovendien maakt het Stabiliteitspact een uitzondering voor economieën die met 0,75 procent krimpen. Dat zou volgens het CPB dit jaar in Nederland het geval zijn en dan mag het tekort tijdelijk verder oplopen.

Maar zorgwekkend is de situatie wel. Des te meer omdat Nederland in 2000 nog een overschot op de begroting had van ruim twee procent van het bruto binnenlandse product. In drie jaar tijd heeft zich dus een omslag in de overheidsfinanciën met vijf procentpunten voorgedaan. Van de jubelstemming over de poldereconomie uit de laatste jaren van het paarse kabinet is niets meer over. De Nederlandse economie maakt al drie jaar pas op de plaats. Dat is een gederfde welvaartstoename van zo'n 36 miljard euro in vergelijking met de zogenoemde behoedzame ramingen waarop de kabinetsplannen zijn gebaseerd. Die tegenvaller moet op de een of andere manier worden opgevangen.

Hier komt bij dat het politieke bedrijf in de ban is geweest van andere dramatische gebeurtenissen. Er is minstens twee jaar aan politieke verlamming verloren gegaan waarin beperkte bijsturing had moeten plaatsvinden. Daarvoor is het nu te laat. Het kabinet-Balkenende II heeft een historisch groot ombuigingspakket door het parlement gejaagd en een akkoord met de sociale partners gesloten over loonbevriezing. De uitwerking hiervan op de overheidsfinanciën zal op zijn vroegst pas in 2005 zichtbaar worden. Hetgeen betekent dat Nederland in ieder geval een waarschuwing van de Europese Commissie te wachten staat en wellicht een aanbeveling om alsnog extra om te buigen. Voor het kabinet-Balkenende, en voor Zalm in het bijzonder, een uitermate pijnlijk vooruitzicht.