Weinig werk voor schoolverlaters

De meerderheid van de schoolverlaters zal de komende jaren problemen hebben om aan het werk te komen. Alleen jongeren die een opleiding in techniek, het onderwijs en de zorg hebben afgemaakt, komen gemakkelijk aan de slag en kunnen rekenen op een aantrekkelijke baan.

Dat blijkt uit een vandaag gepubliceerd onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht.

Ruim 220.000 van de circa 320.000 schoolverlaters die jaarlijks de arbeidsmarkt opkomen, zullen tot het jaar 2008 moeilijkheden hebben om een baan te vinden.

Velen van hen dreigen werkloos te worden of moeten onder hun niveau een baan accepteren voor weinig geld. Het zijn vooral ongeschoolden (drop outs) en gediplomeerde schoolverlaters van het vmbo en havo/vwo die problemen zullen ondervinden in hun zoektocht naar een baan, luidt de voorspelling van het het Researchcentrum.

Een van de oorzaken van de verwachte problemen is dat het aantal banen op middellange termijn zal afnemen. De verwachte gemiddelde jaarlijkse groei van de werkgelegenheid bedraagt slechts 0,2 procent. Dat is beduidend lager dan de werkgelegenheidsgroei van 2,2 procent jaarlijks in de periode tussen 1998 en 2002.

Het midden- en kleinbedrijf verwacht dat tienduizenden banen in de sector, die tijdens de recessie zijn verdwenen, niet meer terug zullen komen.

Daardoor wordt het dringen op de arbeidsmarkt. Mbo'ers worden verdrongen door hbo'ers.

Hoe beter iemand is opgeleid, hoe groter de kansen op de arbeidsmarkt zijn, blijkt uit het rapport van het Researchcentrum in Maastricht. Schoolverlaters zonder startkwalificatie voor de arbeidsmarkt (vmbo'ers en ongeschoolden) zullen het extra moeilijk krijgen.

Nu al stijgt de jeugdwerkloosheid in Nederland verontrustend snel, vooral onder jonge migranten, stelde het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs vast.