Wat kost de nachtwacht?

Eindelijk goed nieuws uit Brussel voor Nederlandse ondernemers die zelf graag scheppend bezig zijn. Zij mogen beschermingswallen blijven opwerpen tegen vijandige bieders die het, tegen de zin van de directie in, op `hun' onderneming hebben voorzien.

De meeste Europese landen hebben wel een of andere vorm van bescherming tegen opkopers die met de deur in huis vallen. Bedrijven bezitten soms over en weer aandelen en steunen elkaar op die manier. Of een bevriende bank heeft een stevig pakket aandelen. Of de oprichtersfamilie. Maar Nederland staat met het karakter van zijn bescherming tamelijk geïsoleerd.

In de Nederlandse variant koopt een bevriende stichting voor een habbekrats speciale nieuwe aandelen van de belaagde onderneming, waarmee de stichting genoeg stemmen heeft om in een aandeelhoudersvergadering alles tegen te houden.

Het bestuur van de stichting is formeel onafhankelijk van de belaagde onderneming, maar hoe zit het met de financiën van de stichting? Hoe betaalt de slapende stichting de speciale aandelen die de beschermingswal vormen? Het gros van de ondernemingen zwijgt over de kosten van zijn nachtwacht. Maar niet Ahold, de door een fraudeschandaal geplaagde keten van supermarkten, die 3 miljard euro vers kapitaal ophaalt bij beleggers.

Ahold vertelt hoe het zit: het concern vergoedt de provisie die zijn beschermende stichting aan de banken moet betalen om over de benodigde kredieten te beschikken als een beursoverval dreigt. Deze provisie kostte vorig jaar 97.000 euro en dit jaar 169.000 euro, een stijging van 74 procent.

Volgend jaar zal het waarschijnlijk nog meer zijn, niet alleen omdat Ahold nu verse aandelen uitgeeft, waardoor de stichting straks meer geld achter de hand moet hebben om extra beschermingsaandelen te kopen. Belangrijker is dat de financiële reputatie van Ahold is geschaad. De banken vermoeden hogere risico's en dat vertaalt zich in een hogere provisie.

Het bevordert de heldere verhoudingen als bedrijven de kosten van hun bescherming expliciet vertellen aan hun aandeelhouders. Zoals zij, op last van de wetgever, ook vertellen wat zij hun bestuurders betalen en hoe hoog gouden handdrukken uitvallen. En zoals zij, op verzoek van de commissie Tabaksblat, straks moeten aangeven wat de werkelijke waarde is van optieregelingen die zij bestuurders aanbieden. Zo is het ook met de kosten van bescherming: de bedragen zijn misschien niet imponerend, maar het is goed als de buitenwereld kan zien dat op de kleintjes wordt gelet.

    • Menno Tamminga