Vlees

De Venusbeeldjes uit de prehistorische oudheid dagen uit tot fantasierijke theorieën: er zou een prijs moeten komen voor paleopoëzie.

Schouderbladeren, knieschijven, sleutelbeenderen. Het is moeilijk om in het skelet in het Naturhistorisches Museum een vrouw te zien. Een bordje zegt het. Leken kunnen een bot geen geslacht geven. Borsten, vagina's, penissen, ze vergaan eerder dan schedels en bekkens, alsof na de dood de sekse er niet meer toe doet; mensen zijn slechts mensen geweest. Toch krijgt het bijschrift van dit skelet zichtbaar ondersteuning. Het ligt in een familiegraf, dat zoals het is gevonden, in dit museum in Wenen terecht is gekomen. Aan de overkant van het plein, in het Kulturhistorisches, zijn Arcimboldo, Breughel, Vermeer. Hier sabeltandtijgers, dinosaurusdrollen en skeletten. Er liggen ook kinderen in het graf. Dat is wel duidelijk te zien, hun botjes zijn zoveel kleiner; zelfs nu nog schattig. Door hen wordt het skelet toch een vrouw. `Ze' heeft haar spaakbeen, haar ellepijp, haar middenhandsbeentjes en vingerkootjes om de kleinste hoop botten geslagen. Het vlees is weg, het gebaar is gebleven. 2700 jaar al beschermt ze haar kind.

Mag dit ontroeren? Is het wel waar? Misschien liggen de beenderen toevallig zo, misschien is er in de Oostenrijkse prehistorie een fase geweest waarin mannen voor de kinderen zorgden. De Amerikaanse wetenschapper Jared Diamond waarschuwt wel eens tegen `paleopoëzie'. De interpretatie van het verre verleden loopt constant gevaar daarin te ontaarden.

Het is een aantrekkelijk gevaar. Niets stimuleert de verbeelding zo als iets waar we zo weinig van af weten als de prehistorie. Waren de goden kosmonauten? Zo'n perfect geschilderde bizon uit Chauvet of Lascaux, die moet toch iets betekenen? Volgens Jared Diamond, ondanks zijn waarschuwing zelf niet vies van paleopoëzie, zouden de Cro-Magnon mensen, verantwoordelijk voor deze schilderingen, ook best een vliegtuig hebben kunnen besturen, als dat er toen was geweest. Volgens anderen waren ze in het Paleolithicum nog te stom om te begrijpen dat er van seks kinderen kunnen komen.

Een zaal verder is nog een vrouw. Zij heeft wel vlees. Veel vlees. Dikke dijen, dikke tieten, dikke buik, dikke billen, dikke vulva. Meer heeft ze ook niet. Geen ogen, geen mond, geen neus, geen voeten. De kunst van het weglaten, tot de essentie verpletterend overblijft. Deze vrouw is geen man.

Dit elf centimeter hoge, waarschijnlijk 25.000 jaar oude beeldje heet sinds ze in 1908 in een Oostenrijkse Donauvallei werd opgegraven de Venus van Willendorf. Ze is populair; in de museumwinkel is haar replica uitverkocht. Ook in het Drents Museum in Assen is een replica te koop, maar al na drie dagen uitverkocht. Bestellen kan wel.

Raquel Welch

Toch kom je haar tegenwoordig het vaakst tegen in artikelen over diëten. Zoals de Venus van Willendorf wil niemand eruitzien. Maar haar populariteit kan ook duiden op een geheime wens. Mocht je er maar zo uitzien. De schoonheid van het beeldje vergemakkelijkt dat verlangen. Een vrouw die er echt zo uitzag als deze Venus was wellicht walgelijk. Voor een beeldje zijn de proporties goed. Realistisch hoeft de afbeelding natuurlijk niet te zijn. Misschien is het tegendeel het geval. In tijden van overvloed zijn dunne mensen begeerlijk. McDonald's baart anorexia. Schaarste doet Willendorfjes wensen.

De Venus van Willendorf is nu in Nederland. Ze is een van de pronkstukken op 100.000 jaar sex, een tentoonstelling die in het Drents Museum in Assen begint en later doorreist naar Duitsland en België. Het is de vraag of Willendorf op deze tentoonstelling thuishoort. Volgens sommige geleerden heeft zij niets met seks te maken. Venus heeft niet zo lang in de grond gezeten om nu als prehistorisch prikkelpopje te worden afgedaan, redeneren zij. Ze is een symbool, een icoon, een godin. Toch blijft ze hardnekkig met wellust geassocieerd worden. Dat past bij het bronstige beeld dat de populaire cultuur van de steentijd heeft geschapen – alleen zien vrouwen er in films over de prehistorie eerder uit als Raquel Welch in One Million Years B.C. . Jan Wolkers leek bijvoorbeeld van Venus op een huiverende manier toch wel een beetje geil te worden, toen hij in 1992 in een lezing schreef: ,,Wie ziet niet aan de klonterige Venus van Willendorf dat de makers in duistere spelonken tussen bloederige vellen van holenberen en mammoeten op de gulzige tast de liefde bedreven in bestiale bronst. De opgepompte vormen van het liederlijke knolgewas lijken uit gestolde liefdessappen te zijn gekneed.''

100.000 jaar sex is een tentoonstelling die maar één zaal van het Drents Museum bezet houdt. Dat is weinig voor zo'n oeverloos onderwerp. Eigenlijk zijn het ook maar 25.000 jaren, maar dat is nog een lange periode. Gelukkig voor de makers is er uit de prehistorie niet zoveel over. De tentoonstelling begint pas goed bij de Oude Grieken. Je zou bijna zeggen dat de conservatoren ook het christendom dankbaar moeten zijn. Door de opvattingen van deze godsdienst over seks ging de uitbeelding ervan bijkans ondergronds. Voor Griekse vazen met vrolijk in allerlei standjes copulerende mensen en dieren bestaan in de Middeleeuwen geen equivalenten.

Het christendom heeft ook het beeld van de prehistorie beïnvloed. In de film Quest for Fire (1981) van Jean-Jacques Annaud, die zich 80.000 jaar geleden afspeelt, pakt een man het achterwerk van een vrouw vast als ze zich vooroverbuigt om water te scheppen. Tegelijkertijd met het vuur vinden deze holbewoners de missionarishouding uit. De beschaving doet haar intrede.

Voor de kerk was de missionarishouding de houding waarin mensen zich van de beesten konden onderscheiden, een houding die ook aan de wilden buiten Europa geleerd moest worden. In middeleeuws Europa konden ze gelukkig niet weten dat ook bonobo's van het `Adam en Eva standje' genieten. Niet alle dieren zijn hondjes.

Misschien is het christendom er ook wel verantwoordelijk voor dat de Venus van Willendorf toch op een tentoonstelling over seks thuishoort. Eeuwen preutsheid hebben haar geërotiseerd. Hetzelfde geldt voor de fallussen met vleugels uit de oudheid, die gezellig door de tentoonstelling vliegen. Misschien raakten Grieken en Romeinen daar helemaal niet opgewonden van.

De Venus van Willendorf is in Assen niet alleen. Ze is samen met een elftal andere Venusbeeldjes, van de ongeveer 150 beeldjes die in heel Europa, van Frankrijk tot Rusland zijn gevonden. Ze lijken niet allemaal op die uit Willendorf. Sommige zijn dun, andere dik, jong, zwanger, oud, nog gedetailleerder, schematischer, van been, ivoor, kalksteen of zeepsteen. Maar ze delen wel één eigenschap. Als je ze ziet, voel je ze bijna. Al dat ronde past precies in je hand. Als zeepje zouden ze perfect zijn. Met Venus zou je je moeten kunnen wassen; met haar borsten die van jezelf schoon te wrijven.

Opmerkelijk is dat er geen gelijksoortige beeldjes van mannen bekend zijn uit dezelfde periode, 30.000 tot 20.000 jaar geleden of BP, `before present', zoals de Engelsen zeggen – veel archeologen willen ook in hun datering geen last meer hebben van het christendom.

Mannen werden meestal niet als mannen maar als halve dieren uitgebeeld. Een mannenlijf met een stierenkop, een bizonkop, een leeuwenkop. Of is die indeling te netjes? Een 28 cm hoog uit mammoettand gesneden beeldje van een mens met een leeuwenkop wordt meestal gezien als een man. Maar volgens Randall White is dat allen maar zo omdat het beeldje niet helemaal goed geconserveerd is. Niet de paleolitische kunstenaar, maar een beschadiging op kruishoogte gaf de leeuw zijn mannelijkheid. Het kan heus ook een leeuwin zijn.

Andersom zijn er ook Venusbeeldjes die niet zo duidelijk vrouw zijn. Uit de Tsjechische vindplaats Dolci Vestonice zijn bijvoorbeeld zulke gestileerde Venussen bekend dat het ook penissen zouden kunnen zijn. Een vrouw met borsten of een pik met ballen? Of is het nog iets heel anders? Een steen op Mars is ook wel eens voor een menselijk gezicht versleten.

Impudique

Het eerste Venusbeeldje dat uit de grond kwam, werd in 1864 gevonden door markies Paul de Vibraye in de Dordogne. Dit beeldje was slank, maar het had wel een duidelijke vagina, en werd daarom door de markies de `Venus impudique' genoemd, de onkuise Venus. Hoewel de vagina slechts door een streepje wordt aangeduid, was dit toch heel wat onkuiser dan de `Venus pudique', de naam van een type standbeeld uit de oudheid waarop de klassieke godin haar vagina en borsten probeert te verbergen. Zo staat ze ook afgebeeld op het beroemde schilderij van Botticelli.

In 1892 noemde de Franse archeoloog Edouard Piette een van de elf Italiaanse vrouwenbeeldjes die hij had gekocht een Venus. Het was de dikkerd van de groep, van wie de vagina bovendien nog veel gedetailleerder was weergegeven dan op de Venus impudique. Volgens de Amerikaanse antropoloog Randall White heeft Piette de naam overgenomen van de Hottentotse Venus, de onder die naam tentoongestelde Saartjie Baartman, een Khoi vrouw uit Zuid-Afrika, die in Europa in een kooi werd tentoongesteld. Na haar dood in 1810 werden haar hersenen, skelet en geslachtsdelen in een Parijs museum tot 1974 tentoongesteld. Baartman bezat de onder Khoi vrouwen gebruikelijke lange schaamlippen (ook wel bekend als het `Hottentottenschort') en grote billen. Piette meende dat de dikke en de slanke Venusbeeldjes wezen op het bestaan van twee rassen in Europa in het Paleolithicum, een `Egyptisch' en een `Afrikaans'. White stelt voor om de term Venus maar helemaal niet meer te gebruiken.

De Venusbeeldjes in het Drents Museum zijn geen echte Venusbeeldjes. Het zijn replica's, de echte zijn te kostbaar om te reizen. De Venus van Willendorf is op haar zwarte altaartje in Wenen blijven staan, omfloerst door zacht licht. Is het raar om in een museumzaal naar replica's te kijken? Het hangt er misschien van af welke interpretatie van Venus je volgt. Als ze kunst was, geeft het minder pas. Er is geopperd dat de Venussen poppen zijn, waar meisjes mee speelden. Geen prehistorische pin-up, maar een prehistorische Barbie. Misschien kregen ze wel kleertjes aan. Sommige hebben ook kleertjes aan. In het steen of ivoor zijn althans lijnen gegraveerd die zo geïnterpreteerd kunnen worden. De meest recente theorie over de beeldjes is dat ze bewijzen dat de weefkunst in het Paleolithicum al uitgevonden was. De cirkels op het hoofd van de Venus van Willendorf zijn geen haar, maar een kapje.

Afsmeken

Er zijn nu meer theorieën over Venusbeeldjes dan er Venusbeeldjes zijn. Bij gebrek aan feiten is bijna elke interpretatie mogelijk. Ze zouden door mannen gemaakt zijn omdat het vrouwen zijn. Ze zouden door vrouwen gemaakt zijn omdat het vrouwen zijn. Enzovoorts. Elke theorie kan evengoed weerlegd worden. Zelfs de bekende gedachte dat de beeldjes op een of andere manier vruchtbaarheid moeten afsmeken, is niet waterdicht. Voedsel was schaars in de ijstijd, dus het was helemaal niet zo'n goed idee om nog meer kinderen te vragen. Anderen beweren weer dat voedsel voor jagers/verzamelaars wel overvloedig aanwezig was. Landbouw kost veel meer tijd en leverde in het begin minder calorieën op.

De mooiste theorie over de Venusbeeldjes werd opgesteld door de Amerikaanse antropoloog LeRoy McDermott. Hij bedacht in 1996 dat de Venussen zelfportretten zijn, gemaakt door vrouwen toen de spiegel nog niet was uitgevonden. De vreemde proporties van de beeldjes zouden overeenkomen met de de manier waarop een vrouw haar eigen lichaam ziet als ze naar beneden kijkt. Ten bewijze voegde McDermott in zijn artikel foto's bij die inderdaad door een echte Venus van Willendorf lijken te zijn genomen. Zwangere en dikke vrouwen kunnen hun eigen voeten niet zien als ze staan, dus heeft de kunstenares uit de steentijd die ook niet gebeeldhouwd. Er zou een prijs moeten komen voor paleopoëzie.

Ook de weerleggers van de theorie zijn op dreef. Om jezelf te kunnen zien zijn geen spiegels nodig. Je kunt ook in het water kijken. Randall White heeft er zelfs een bewijs voor dat mensen dat toen al deden. Op een kalkstenen reliëf uit dezelfde tijd is inderdaad een vrouw te zien die geknield naar haar eigen reflectie kijkt. Tweede plaats! Deze vrouw uit Laussel heeft ook nog eens dezelfde proporties als Willendorf. Helaas gooien andere geleerden weer roet in het eten. Een spiegelbeeld moet je leren lezen. Ook in het water jezelf zien is een vaardigheid die geleerd moet worden; Venus is nog geen Narcissus. Bovendien kan het reliëf uit Laussel ook geïnterpreteerd worden als een soort Januskop, als een vrouw die een kind baart, als twee mensen die vrijen.

Ze arriveert per post, post uit het Paleolithicum. Een Venus van epoxyhars, `het resultaat van vele uren minutieus handwerk'. Zelfs de resten van de rode oker waarmee ze in Willendorf was ingesmeerd – een imitatie van menstruatiebloed? – zijn handmatig meegerepliceerd.

Ze is op een sokkeltje gemonteerd. Ze moet eraf. Alle geleerden zeggen dat de beeldjes bedoeld zijn om in de hand te houden. Zou kalksteen anders voelen dan epoxyhars? Ze voelt een beetje stroef en korrelig, niet zo glad en zepig als je het zou wensen. Deze replica is voor het oog gemaakt. Vingers zijn te grof. `Beperk u tot het afstoffen met een langharige zachte kwast, dan zult u er jarenlang plezier van hebben.'

Jarenlang. 25.000 jaar?

100.000 jaar sex. Over liefde, vruchtbaarheid en wellust. Drents Museum, Assen. T/m 8 febr. 2004. Di t/m zo 11-17 uur. Catalogus, uitg. Waanders, 107 blz. €16,50.

Randall White: Prehistoric Art. The Symbolic Journey of Humankind. Uitg. Harry N. Abrams, 239 blz. Prijs €52,35.

    • Bianca Stigter