Op een boodschappenbriefje

Eén waarheid als een koe en drie waarheden als dansende vlinders en stekende bijen – soms vind je iets terug waar je eerder niet aan toe was.

Niemand is vlugger vergeten dan een tuinman. Je moet je een gedicht nooit helemaal herinneren. De eeuwigheid duurt altijd tot zaterdag. We worden kostbaarder met de jaren.

Het duurde even voordat ik mijn eigen handschrift ontcijferd had, maar dát waren de vier zinnen op de achterkant van een oud boodschappenlijstje dat ik vond in een jasje dat ik lang niet had gedragen maar per se aan wilde toen ik onlangs moest vliegen. In een vliegtuig, bedoel ik. Gewoon vliegen doe ik zonder jas.

Niemand is vlugger vergeten dan een tuinman. Je moet je een gedicht nooit helemaal herinneren. De eeuwigheid duurt altijd tot zaterdag. We worden kostbaarder met de jaren. Ingeklemd tussen twee fanatiek in Lonely Planet-gidsen en op breeduit uitgevouwen kaarten turende, Duits sprekende vrouwelijke stedentrippers, las en herlas ik wat er op het gekreukelde papiertje stond en kon een zelfingenomen glimlach niet onderdrukken. Right on, brother! De waarheid van de laatste van mijn vier statements was er – hoe behartigenswaardig en dwars tegen de huidige tijdgeest in dan ook – misschien een als een koe, maar de andere drie dansten als vlinders en staken als bijen. Hun waarheid was van het soort dat je niet aan ziet komen, maar waar je wel klaar voor en aan toe moet zijn om hem te snappen, een poëtische waarheid, de waarheid-in-actie, een bevrijdingsactie van de verbeelding. In Sinterklaas-termen: het soort cadeau dat niet eens op je verlanglijstje stond, en waarvan je pas weet hoe ontzettend graag je het altijd al had willen hebben op het moment dat je het hebt uitgepakt. Liefde op het eerste gezicht. Een epifanie? Toe maar.

Afgemeten

Ik probeer me uit alle macht te herinneren bij welke gelegenheid ik al dat moois heb opgeschreven wanneer ik op mijn schouder word getikt. `Entschuldigung, bitte.' Mijn buurvrouw rechts staat al half over mij heengebogen en haar afgemeten toon suggereert dat ik toch wel een ongelooflijke boer moet zijn dat ik niet allang doorheb wat een onverdraaglijke inperking van haar persoonlijke vrijheid het voor haar betekent dat ik daar, juist daar, naast haar, een plaats toegewezen heb gekregen op grond waarvan ik veel te intiem betrokken ben bij haar persoonlijke, al te persoonlijke behoeften.

Ik maak mezelf klein en schuif het briefje achter in het boek dat ik aan het lezen ben: Papieren tijger van Olivier Rolin, een roman over een schrijver van tegen de zestig die een nachtlang rondjes rijdt over de boulevard périférique rond Parijs en onderwijl in alle toonaarden zijn levensverhaal vertelt aan zijn enige passagiere, de jonge dochter van zijn gestorven kameraad `Dertien', met wie hij zich eind jaren zestig als lid van een maoïstische splintergroepering inzette voor de revolutie. Zijn monoloog van driehonderd bladzijden is een mooie, zowel tragikomische als kritisch-melancholische oefening in omzien in verwondering, woede, ironie, vertedering en zelfverwijt. Terwijl ze in het donker voortdurend (`smaragdgroen op nachtblauw') verkeers- en reclameborden passeren is het is net alsof het niet de Citroën DX met de naam `Remember' is die beweegt, maar Parijs. `Die enorme draaitol van duisternis bestaat uit samengepakte, geïmplodeerde geschiedenis, zeg je tegen de dochter van Dertien, de stad is het kluwen waar miljoenen draden geknoopt en aangespannen worden, levens van nu en van vroeger, echte en gedroomde levens (...), en je hoeft alleen maar de juiste draad te pakken en er zachtjes aan te trekken om hem helemaal af te winden.'

Mijn buurvrouw wurmt zich langs mij heen een weg terug naar haar plaats aan het raam. Misschien omdat ik onder invloed van Papieren Tijger met de jaren '68, '69 in mijn kop zit, herken ik opeens de specifieke toonsoort van het misprijzen in haar blik. Het buurmeisje van een vriendin van mij die in die jaren in een studentenflat woonde kon net zo kijken, vooral wanneer ik in de gezamelijke keuken de lof zong van iets Amerikaans. Ze had lang donkerrood geverfd haar en zag er in de grofmazig gebreide zwarte jurktrui die ze altijd droeg tegen wil en dank verpletterend sexy uit. Eén keer heb ik een poging ondernomen iets met haar te beginnen. Toen Dr. Strangelove weer eens draaide vroeg ik of ze daar met mij naartoe wilde – zou vast wel iets voor haar zijn, zei ik, Kubricks zwart-komische visie op de waanzin van de bewapeningswedloop van de Koude Oorlog. Halverwege de film liet ik heel klassiek – en zonder ook maar de minste reactie van haar kant – mijn arm vanaf de rugleuning van haar stoel om haar schouder glijden, en toen ik haar bij thuiskomst probeerde te zoenen keek ze me niet boos of verontwaardigd, maar eerder vol onbegrip aan. Alsof ik iets met mijn mond deed wat ze iemand nog nooit eerder met zijn mond had zien doen – iets waarvan ze nog niet eens had kunnen besluiten of het nou afstotelijk was of alleen maar heel raar.

Later diezelfde avond stond ik in de kamer van mijn kennis, haar buurvrouw, met mijn oor tegen de muur gedrukt te luisteren hoe ze haar bezoek zat te vertellen over wat haar die middag was overkomen. `Ja, zo gek', hoorde ik haar zeggen, `maar ik geloof dat hij me wou hebben.' Het was idioot, het was beschamend, ik kende haar nauwelijks, maar de pijn die ik op dat moment voelde had niet heviger kunnen zijn als wanneer ik zojuist mijn grote liefde had betrapt met een ander. `Ik geloof dat hij me wou hebben.' En dan die verbaasde toon in haar stem. Ik had liever een klap in mijn gezicht gehad.

Het vliegtuig heeft de landing ingezet, de Citroën DX uit Papieren Tijger is aan zijn laatste rondje bezig, en de verteller begint aan zijn aanloop voor de finale: het verhaal hoe zijn vriend, de vader van zijn passagiere, aan zijn eind is gekomen. Ik lees: `Zoals altijd wanneer ik in een stad de zonsopgang zag, neuriede ik automatisch Paris s'éveille'. En plotseling wist ik waar en wanneer ik die vier regels op de achterkant van dat boodschappenbriefje heb geschreven. Ik hoorde het in Rolins boek genoemde liedje – vooral de opgewekt tussen de coupletten doorfladderende dwarsfluit en de regels `les travestites se vont raser, les stripteaseuses sont rehabillé' – het is een van de grootste hits van de Franse zanger en acteur Jacques Dutronc. Maar ik zag daarbij niet zíjn gezicht voor me, maar dat van zijn net iets oudere collega en nog steeds onbetwist Frankrijks superster nummer één: Johnny Hallyday. De helft van de uitspraken op mijn boodschappenbriefje had ik uit zíjn mond opgetekend, de andere helft uit die van Jean Rochefort, zijn tegenspeler in de film L'homme en train die ik ruim een jaar geleden in de bioscoop zag. Johnny is daarin de zwijgzame, vermoeide gangster die, als in een klassieke western, per trein in een provincieplaatsje arriveert om er de plaatselijke bank te beroven.

Revolver

Rochefort is de gepensioneerde leraar met een zwak hart bij wie hij 's nachts onderdak vindt en die stiekem droomt van het soort avontuurlijke leven waar zijn gast diep in zijn hart zo genoeg van heeft. In de drie dagen die ze samen doorbrengen leert de gangster van zijn gastheer op pantoffels lopen en het einde kennen van een gedicht dat hij zich uit zijn jeugd herinnert; de oude leraar leert van Hallyday schieten met een revolver en voor zichzelf opkomen. Dit alles in afwachting van zaterdag: de dag waarop de overval gepland staat en de oude leraar een bypass-operatie moet ondergaan. En precies op het moment dat de grote tuinman aan wie niemand graag denkt maar die zelf nooit iemand vergeet met zijn zeis aan de gang gaat, wisselen de gangster en de leraar – als vreemden in een trein nog heel even van leven.

Als boetedoening voor mijn hoogmoed ben ik bij het verlaten van het vliegtuig mijn Duitse buurvrouw overdreven behulpzaam bij het pakken van haar handbagage. Het is nog maar zesennegentig nachtjes slapen tot de Boekenweek 2004, met als thema: Gare du Nord Ontmoetingen met Frankrijk. Bof!

`Papieren tijger' van Olivier Rolin, vert. Katelijne de Vuyst en Hilde Keteleer. Uitg. J.M Meulenhoff.

`L'homme en train/The Man On The Train' van Patrice Leconte is verkrijgbaar op video en DVD.

    • Roel Bentz vanden Berg