Nog steeds te duur om aan te haken

De Nederlandse economie slaagt er ook volgend jaar nog niet in aan te haken bij het wereldwijde herstel. Begrotingsproblemen als gevolg van lagere winsten en investeringen en een dure euro zijn het meest concrete gevolg.

De economie trekt volgend jaar weer aan, maar de Nederlandse begroting stort verder in, zo meldt het Centraal Planbureau (CPB) in zijn gisteren verschenen decemberrapportage. Nederland blijft steken in een laagconjunctuur en is simpelweg nog steeds te duur om te kunnen profiteren van de aantrekkende wereldhandel. Waar de Verenigde Staten een geannualiseerde kwartaalgroei van 8,2 procent realiseren (de hoogste in twintig jaar) en de groei van de wereldhandel volgend jaar aantrekt naar 9 procent, kwakkelt Nederland verder. In plaats van aan te haken bij de explosief groeiende wereldhandel, daalt de Nederlandse export volgens het CPB dit jaar zelfs met 1 procent, om volgend jaar weer iets aan te trekken naar 2,5 procent. De concurrentiepositie van Nederland, die de afgelopen jaren al dramatisch verslechterde, neemt als gevolg van dure arbeid en een ongunstige euro-dollarkoers nog verder af.

De economische groei, waarvan eerder nog verwacht werd dat die dit jaar tot stilstand zou komen, blijkt in de CPB-prognoses te zijn omgeslagen in een krimp van 0,75 procent. Dat is op 1958 en 1982 na de grootste neergang sinds de Tweede Wereldoorlog. Volgend jaar neemt de economie weer met 1 procent toe. Nederland loopt daarmee ver achter op zowel de rest van Europa als de VS en de grote Aziatische motoren Japan en China.

De verslechtering van dit jaar is niet zonder consequenties voor volgend jaar. Immers, een groei van 1 procent na een jaar van stilstand is altijd nog meer dan eenzelfde groei na een jaar van krimp. Het bruto binnenlands product zal derhalve maar minimaal toenemen en ongeveer op hetzelfde niveau uitkomen als eind vorig jaar.

Het kleine beetje economische groei volgend jaar is nagenoeg volledig toe te schrijven aan het aantrekken van de export. Binnenlandse consumptie van bedrijven, particulieren en overheid leveren nauwelijks een bijdrage aan het herstel. Winsten en investeringen van bedrijven vallen opnieuw tegen, waardoor met name de winstbelasting volgend jaar verder zal tegenvallen. Ook dit jaar al zorgde het naijleffect van de lagere bedrijfswinsten voor een tegenvaller van 1,5 miljard euro.

Een ander naijleffect treedt op bij de werkloosheid, die overigens direct samenhangt met de minimale investeringen van het bedrijfsleven. Ook de groei van de werkloosheid zet pas echt door als de overige macro-economisce indicatoren alweer op groen staan. De meevaller ten opzichte van prinsjesdag op het gebied van werkloosheid zorgde dit jaar nog voor een budgettair `winstje', maar voor volgend jaar loopt de werkloosheid volgens het CPB onverstoorbaar verder op tot 7 procent van de beroepsbevolking. Daarmee belandt de werkloosheid ruim boven het niveau van de zogenoemde evenwichtswerkloosheid, de `natuurlijke stand' van de werkloosheid gegegeven de economische omstandigheden.

Meer werkloosheidsuitkeringen, lagere belastinginkomsten en overschrijdingen van de zorgbudgetten zijn de belangrijkste veroorzakers van een in rap tempo oplopend tekort. Waar in 2000 nog een overschot van 2,1 procent bbp werd opgetekend, is dat vijf jaar later omgeslagen in een tekort van 3 procent en volgend jaar zelfs 3,25 procent. Een verslechtering van zo'n 25 miljard euro in vijf jaar tijd. Nederland heeft daarmee het snelst teruglopende begrotingssaldo van alle Europese landen. Zelfs notoire Stabiliteitspactschenders als Frankrijk en Duitsland zagen hun tekort niet zo snel oplopen.

Nederland heeft kortom grote moeite aan te haken bij de wereldwijde trend van herstel. Meer dan andere Europese landen heeft Nederland (exportland) hinder van de dure euro. Wat dat betreft heeft het CPB nog een `vervelende' onzekerheidsvariant opgenomen in zijn rapportage. Het rekent nu met een eurokoers van 1,12 dollar voor 2003 en 1,15 dollar voor 2004. De huidige koers van de euro schommelt al enkele weken rond de 1,20 dollar. Als de euro volgend jaar 10 dollarcent meer waard is dan in de projectie is voorzien, leidt dat tot een verdere verslechtering van de groei met 0,4 procentpunt. Dan resteert een groei van 0,6 procent volgend jaar, met alle negatieve gevolgen van dien voor investeringen, werkloosheid en de begroting.

    • Egbert Kalse