Naderhand

Even diep ademhalen: in de Boekmanzaal van het Amsterdamse stadhuis vergaderde gistermiddag de Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Personeel en Organisatie en Bestuurlijk Stelsel.

In een stad met zulke commissies hoef je je als burger nergens meer zorgen om te maken, zou je denken, maar dat is een tikkeltje voorbarig. De stad begint juist steeds meer het domein te worden van de vrije jongens van een ongrijpbare schietclub die graag in het openbaar oefenen.

Soms schieten ze iemand overhoop, soms volstaan ze met een kogel door de slaapkamer van je kind, en als ze in een milde stemming zijn sturen ze een dreigbrief met wat kogels, zoals de Amsterdamse advocaat Reinier Oskamp overkwam.

Onder het agendapunt `Actualiteiten' kwamen de dreigbrief voor Oskamp en de aanslag op het tijdschrift Quote ter sprake. Burgemeester Cohen zei wat hij moest zeggen, en hij zei dat goed. Hij noemde het `ernstige kwesties' omdat ze ons raken in onze vrijheid van meningsuiting. ,,Er is ons veel aan gelegen dat het onderzoek succesvol zal zijn.''

Er is geen reden om te twijfelen aan de vastbeslotenheid van Cohen om deze kwesties tot op de bodem te laten uitzoeken. Hij is een democraat in hart en nieren, hij weet wat er op het spel staat. Des te onbegrijpelijker is de onhandige, bijna wereldvreemde manier waarop hij in de zaak van Quote optrad.

Het kantoor van Quote werd op maandagmorgen 24 november met negentien kogels doorzeefd, nadat enkele dagen eerder op het huis van de uitgever was geschoten. Hoe ver zal het lopen zijn van het stadhuis naar het kantoor van Quote aan het Koningsplein? Tien minuutjes, hooguit.

Wat zou er op tegen zijn geweest als de burgemeester die maandag zijn hoofdcommissaris Kuiper had gebeld en gezegd: ,,Jelle, dit is een ernstige kwestie, dit raakt ons in onze vrijheid van meningsuiting, weet je wat? Wij gaan samen Quote een bezoekje brengen.'' En als Kuiper had tegengesputterd, had Cohen nog altijd kunnen zeggen: ,,Heb jij wel eens negentien kogelgaten bij elkaar gezien? Nou, ik niet!''

Jort Kelder, hoofdredacteur van Quote, zou de heren met open armen ontvangen hebben. De stadstelevisie zou een paar aardige plaatjes op de stoep hebben geschoten, en iedereen had de indruk gekregen: áls we in deze stad sneuvelen, dan is het zij aan zij met de burgemeester en de commissaris. Een bedrieglijke indruk, maar dat geeft niet. Het oog van de democratie wil ook wat.

Het tegenovergestelde gebeurde. De burgemeester liet ruim een week niets van zich horen. Pas deze week, dinsdag 2 december, belde hij met Kelder. Daarmee symboliseerde hij als het ware de algemene lauwheid waarmee het openbaar bestuur en de politiek op deze aanslag gereageerd hebben.

In de raadscommissie van gisteren draaide Cohen er omheen. Hij zei desgevraagd dat hij `naderhand' wel degelijk contact met Kelder had gehad. Niemand vroeg verder, zodat met de mantel der liefde bedekt bleef dat dat `naderhand' liefst acht etmalen besloeg. Acht etmalen te veel.

    • Frits Abrahams