Mag de islam ook modern zijn

In God heeft gezegd, een bundeling van recente artikelen, gaat de arabist Hans Jansen gevoelige vragen niet uit de weg. Beter gezegd, hij stelt zonder aarzeling de vraag of er iets inherent gewelddadigs aan de islam is, en hij beantwoordt die vraag bevestigend. Geïnspireerd door godsdienstsociologen als Pascal Boyer en Rodney Stark en door de Amerikaanse islamoloog Bernard Lewis, trekt hij onder meer de conclusie dat de aanslagen van 11 september vooral tot doel hadden de moslimgemeenschap bij elkaar te houden, door uittreding en geloofsafval zo onaantrekkelijk mogelijk te maken: fundamentalisme als een soort maffiose poging om met geweld greep te krijgen op de religieuze markt. Meer in het algemeen betoogt Jansen dat de islamitische wereld nog een aantal gewetensvragen te beantwoorden heeft die het christendom allang geen parten meer spelen. Zo hebben moslimtheologen volgens hem nog altijd geen principieel modern standpunt ingenomen ten aanzien van slavernij, de scheiding van kerk en staat, en het recht op apostasie.

Wie in dit boek slechts de zoveelste polemiek tegen de islam ziet, heeft het mis. Jansens eigenlijke doelwit zijn de volgens hem tal- en invloedrijke, zij het in het boek naamloos blijvende, politiek-correcte islamwetenschappers in Nederland die zouden proberen het ware, het gewelddadige en premoderne wezen van de islam weg te moffelen onder brave betogen tegen kolonialisme, essentialisme en beeldvorming over de islam in de westerse wereld. Ook en dat is opmerkelijker richt Jansen zich tegen modieuze seculiere Verlichtingsdenkers. Het was volgens hem niet de Verlichting maar de christelijke theologie die in de negentiende eeuw de afschaffing van de slavernij erdoor gedrukt heeft.

Problematisch aan Jansens boek zijn niet dergelijke polemische stellingnames, maar eerder zijn kritiekloze overname van de populaire maar moeilijk houdbare these van de `onvoltooide modernisering' van de islam. Jansen staat te boek als specialist in het `hedendaagse islamitisch denken', maar hij besteedt opmerkelijk weinig aandacht aan hedendaagse moslimdenkers. In plaats daarvan bespreekt hij vooral wat er in de koran en in de tijd van de profeet Mohammed is geschreven over onderwerpen als martelaarschap, slavernij en rechtspraak. Nu valt daar veel interessants over te zeggen, maar deze nadruk bevestigt wel het wijdverbreide misverstand dat er in de veertien eeuwen tussen de openbaring van de koran en het heden niets van belang heeft plaatsgevonden. Geen woord over de wetenschappelijke en artistieke beschaving van de islamitische Middeleeuwen, over de diepgaande veranderingen in onderwijs en rechtspraak onder koloniale of quasi-koloniale heerschappij, over het seculiere nationalisme en de Koude Oorlog die de islamitische wereld in de twintigste eeuw hebben getekend. In de jaren vijftig en zestig had de islam, laat staan de politieke islam, een verwaarloosbare invloed in vergelijking met bijvoorbeeld de communistische partijen, die in diverse Arabische staten konden bogen op een aanhang waarvan de CPN nooit heeft durven dromen. Als je dergelijke feiten allemaal achterwege laat, wordt het inderdaad een stuk makkelijker om van `onvoltooide modernisering' te spreken.

Manco

Het voornaamste manco van dergelijke betogen over een premoderne of nog niet genoeg gemoderniseerde islamitische wereld is dat ze, overigens zeer tot tevredenheid van fundamentalisten, radicaal nieuwe verschijnselen voorstellen als oeroude of authentieke islamitische traditie. Jansen schrijft bijvoorbeeld dat de `politieke macht van de godsdienstige leiders, de oelamaa en de ayatollahs nog helemaal niet voorbij is', suggererend dat dit de traditionele of normale stand van zaken is. Maar in de hele islamitische geschiedenis hebben de godsdienstige leiders juist nooit de politieke macht uitgeoefend, en de door Khomeini ingevoerde `heerschappij van juristen' in hedendaags Iran is geen teken van achtergebleven modernisering of terugkeer naar de Middeleeuwen, maar integendeel juist een revolutionaire vernieuwing.

Eenzelfde effect heeft Jansens artikel over de beloningen die de koran zou uitloven aan zelfmoordterroristen. Nog afgezien van het feit dat in de islam zelfmoord wordt afgekeurd, verdonkeremaant dit het feit dat zelfmoordaanslagen in de islamitische wereld een recent en nieuw verschijnsel zijn, eerder vergelijkbaar met (en deels geïnspireerd door) de tactieken van `seculiere' guerrilla-groepen zoals de Vietcong en de Tamiltijgers.

Irak

Het enige stuk dat daadwerkelijk en in enig detail gaat over een `onvoltooide modernisering', betreft niet de islam, maar Irak; en zelfs hier is deze uitdrukking nogal misleidend. Irak had in de jaren vijftig een parlementaire democratie, maar werd later door Saddam omgebouwd tot een totalitaire, op de DDR en Stalins Sovjet-Unie gemodelleerde staat. En wie heeft deze Oostblokstaten ooit een onvoltooide modernisering voor de voeten geworpen? In Saddams Irak had de staat eerder te veel dan te weinig moderniteit.

Wat in laatste instantie Jansens betoog ontkracht, zijn niet zijn polemische sneren, maar feitelijke slordigheden en kleinere en grotere fouten. Je kunt zijn opmerkingen dat `ayatollahs' (de term voor de hoogste sji'itische religieuze leiders) de Perzische benaming zou zijn voor de Arabische oelamaa of schriftgeleerden, en dat er ook in het soennitische Turkije zulke ayatollahs zouden hebben rondgelopen, nog afdoen als vergeeflijke blunders; maar andere onzorgvuldigheden zijn moeilijker door de vingers te zien. Zo merkt Jansen op dat de steden van Irak slechts `uit hun krachten gegroeide oases' zouden zijn, waar niet genoeg eten was voor iedereen, zodat slechts het recht van de sterkste gold en de verliezers maar woestijnnomaden werden. Deze analyse gaat niet alleen voorbij gaat aan Iraks complexe en grotendeels stadse geschiedenis, maar ook aan elementaire geografische feiten, zoals de twee grote en talloze kleine rivieren, en de vruchtbare korenvelden en bergweiden die het land kent. Voorts herhaalt Jansen de (inmiddels zelfs door de regering-Bush opgegeven) beschuldiging dat het Iraakse regime iets met de aanslagen van 11 september te maken zou hebben. Zo dreigt deze bundel de misverstanden over de reëel bestaande islam eerder te versterken dan te ontkrachten; en dat kan toch niet Jansens bedoeling zijn. Politieke correctheid is geen vereiste voor een serieuze discussie over de islam. Feitelijke correctheid wel.

Hans Jansen: God heeft gezegd. Terreur, tolerantie en de onvoltooide modernisering van de islam. Augustus, 110 blz. €14,50