Land zonder hersens

Dezer weken wordt in drie toneelstukken Nederland in deplorabele toestand verbeeld. Om te kunnen ontsnappen aan de leegte die ze voelen, snakken de personages naar zingeving of erkenning.

De bomen groeien tot in de hemel in het Nederlandje van Olivier Provily. Letterlijk, want in deze voorstelling van Het Nationale Toneel staat het toneel vol dikke stammen die kaal zijn als heipalen. Bovenop elke afgeknotte stam staat een petieterig huisje van het nostalgische puntdaktype. Als iemand in zo'n huisje zou wonen, zou hij alleen binnen veilig zijn. Buiten zou hij meteen de grond onder zijn voeten verliezen, wat heet, hij zou in het luchtledige stappen. En nooit zou hij een van de andere huisjes kunnen bereiken om bij zijn buren op bezoek te gaan.

In dit huisjesbos laat Provily de inwoners van zijn Nederlandje dwalen. Verweesd, verloren. Ik heb alles, zegt iemand bijvoorbeeld, echt alles, en daarna begint hij luid te snikken. De troost komt van een naakte Surinamer die warme dekens uitdeelt. Gerustgesteld, nog nasnikkend, slapen de Nederlanders in, als kinderen na een nare droom.

Nederlandje ademt een gevoel dat als een motregen over Nederland is neergedaald en dat meer behelst dan alleen onbehagen over de recessie. Voor wie het nog niet wist: Nederland is zijn hersens kwijt, en zijn ziel. Lallend zijn we de jaren negentig doorgehost en nu worden we wakker met de kater; we zijn bang en verloren en zonder moreel kompas, nu god allang dood is en geld alleen niet langer genoeg.

Dat is althans de teneur van de opiniepagina's als het gaat over het failliet van de multiculturele samenleving, de kloof tussen burger en politiek, of normen en waarden. Niet toevallig wordt dat beeld ook geschetst in Nederlandje, in Tim van Athene van Gerardjan Rijnders, en in Landgenoten, Beatrix spreekt van Ger Beukenkamp, drie recente toneelvoorstellingen over de condition Néerlandaise.

Wat, vragen wij ons af, is er toch gebeurd met dat lieve landje waarin wij altijd dachten te wonen? Welnu, het is dood. Het wordt, om precies te zijn, in de tweede scène van Provily's voorstelling begraven. De Surinaamse acteur, Frank Sheppard, fungeert als uitvaartleider, vier andere spelers houden een korte grafrede. Hoogtepunt is de voordracht van Marsmans `Denkend aan Holland' en Slauerhoffs `In Nederland'. Passende keuze. Inderdaad, treur je mee, de groepen boerderijen en rijen populieren waar Marsman over schreef zijn vervangen door nieuwbouw en de Betuwelijn. En Slauerhoffs redenen om niet in Nederland te willen wonen (`In Nederland wil ik niet leven/ men moet er steeds zijn lusten reven') zijn inmiddels allang niet meer van toepassing. De situatie is dusdanig omgeslagen dat het de dichter vermoedelijk de stuipen op het lijf zou hebben gejaagd. Tegelijk kun je je, net als op elke begrafenis, de vraag stellen of de overledene al die fraaie eigenschappen die hem nu worden toegedicht, eigenlijk ooit echt heeft bezeten. Hoogstwaarschijnlijk niet. Maar dat neemt die gevoelens van verlies en verlorenheid nog niet weg.

Dan verschijnt gelukkig Frank Sheppard weer, ditmaal niet met een deken, maar met een bakkie troost voor allemaal. En troost en geruststelling hebben we, als we op Provily's voorstelling mogen afgaan, nu het meest nodig. Daarmee toont de jonge Provily zich de zachtmoedigste van deze drie toneelmakers, al was het alleen maar omdat hij zich over de oorzaken van alle beroering niet uitspreekt. Het tonen van verweesdheid is hem genoeg.

Hysterie

Gerardjan Rijnders en Ger Beukenkamp, beiden met een oeuvre op hun naam waarin Hollandse hypocrisie en Hollandse hysterie al eerder aan bod kwamen, zijn minder voorzichtig. In Tim van Athene schetst Rijnders Nederland in de trant van Slauerhoff, als een natie waarin felle, oprechte emoties gesmoord worden in dubbelhartigheid en laffe calculatie. Ger Beukenkamp neigt meer naar het beeld van Marsman; hij toont een land waar men graag flinke herrie maakt over onbetekenende dingen, maar waar de status quo altijd belangrijker zal zijn dan al het andere.

Beukenkamps gelijk blijkt alleen al uit de alweer verdwenen commotie die rond Landgenoten ontstond toen premier Balkenende het noemde als voorbeeld van ondermijnende satire. Een misverstand, blijkt uit de voorstelling van Theatergezelschap Toetssteen. Als Landgenoten al ondermijnt, dan is dat juist omdat het géén satire is. Beukenkamp valt Beatrix niet aan, maar maakt haar menselijk; kakkineu maar met zelfspot, gevangen in haar ambt maar op haar strepen staand zodra daar aan getornd wordt. Het venijn schuilt in de ernst van de redenering die hij haar vervolgens in de mond legt – dat de zo verlangde openheid en modernisering de monarchie de das zullen omdoen, omdat die bestaat bij de gratie van afstand en mysterie. En die stelling wordt, naarmate `Beatrix' haar hart verder lucht, natuurlijk als vanzelf bewaarheid.

Satirisch is Beukenkamp niet over Beatrix, maar over haar onderdanen. ,,U mag het wel weten'', laat hij haar zeggen, ,,mijn macht is de onmacht van uw politici. Mijn staatsrechtelijke ruimte ontstaat door de kleinheid van uw volksvertegenwoordigers. Ik hoor u genoeglijk kreunen van heimelijk plezier bij deze woorden, maar u heeft dat parlement en daarmee indirect de regering gekozen. Dus wat ik zei over hen, geldt in de eerste plaats voor u. De woorden labbekakkerigheid, lakeiengeest, grijs en grauw, zij gelden in de eerste plaats voor u!''

Koren op de molen van Gerardjan Rijnders, die in Tim van Athene zijn pijlen richt op de kopstukken uit de aanhang van Pim Fortuyn. Hij wrijft hun hetzelfde aan als Beukenkamp de massa: domheid, sensatiezucht, meeloperij, inhaligheid, plus machtswellust en gebrek aan ideeën. Shakespeare's Timon van Athene, de rijkaard die parasietengedrag met vriendschap verwart, is in deze losse bewerking van Rijnders Tim geworden, een man die de Griekse beginselen is toegedaan en daarom `Van Athene' wordt genoemd. Om hem heen zwermt een kliek frauderende vastgoedhandelaren, beursspeculanten en dotcommers met bekende namen als Cor, Roel, Nina en Sylvia. Nieuwe rijken, met weinig maatschappelijke status, die via Tim toegang willen krijgen tot de traditionelere arena's van macht en aanzien. Daar tegenover staat de brandende liefde van Tim voor Alkib, een allochtone modeontwerper, die door de haaien rond Tim onschadelijk wordt gemaakt.

Tim van Athene, een coproductie tussen ZT Hollandia en het Vlaamse Toneelhuis, is sinds gisteren te zien in de Suikerfabriek in Halfweg. Eerder werd het in Brussel gespeeld op een enorme catwalk, de spelers in extravagante kostuums, de vloer van de zaal bezaaid met lege oesterschalen. Het geheel oogde als de nachtmerrie-versie van een commerciële spelshow op de televisie, waarin de emoties minstens zo expliciet ter tafel komen als in deze voorstelling. De wraak van Tim en Alkib is even zoet als gruwelijk als pompeus; de nieuwe rijken worden in brand gestoken. Aan het slot wandelen ze als een parade van verminkten over de catwalk, gevolgd door een al even verminkt echtpaar in Volendamse klederdracht.

Dat slot is behalve pompeus ook behoorlijk smakeloos, maar uit het oogpunt van deze personages wel zo consequent – vanzelfsprekend venten deze slachtoffers hun leed uit in een grote show. Alleen: met het verhaal van de geldelite rond Fortuyn klopt deze opera-ondergang niet. In werkelijkheid was hun lot veel erger; ze zagen hun grootse plannen publiekelijk ten onder gaan aan kleine schandaaltjes en onaanzienlijk geruzie. Zichzelf zagen ze verdwijnen in de anonimiteit, een lot zo mogelijk erger dan de dood.

Tim van Athene draait minstens zoveel om show als om geld. De tragiek van alle personages is dat zij alleen nog maar lijken te kunnen voelen via de schijnwerpers – wat niet gezien wordt, bestaat niet. Rijk zijn alleen is niet genoeg, er moet nog aandacht en erkenning bij, erkenning die doorgaat voor liefde. ,,Hou van mij'', roept Nina voortdurend. Tim voelt deze leegte en probeert eraan te ontsnappen, maar weet niet hoe; zijn eigen geest is ook niet meer dan `Narcissus' lachspiegel'. Aan het slot paradeert het volk in de gedaante van dat folklore-echtpaar op die catwalk, verzengd door begeerte en verteerd door gebrek aan moraal, maar openlijk, zonder schaamte of spijt. Subtiel is anders, maar hier komen bijbelse plaag en SBS6-show bij elkaar.

Zuilen

Evenmin als Landgenoten of Nederlandje gaat Tim van Athene over alle Nederlanders. Het is opvallend hoezeer Nederland in deze discussie over identiteit nog uit klassen en zuilen blijkt te bestaan. Op het toneel moet het allemaal nog overzichtelijker, daar draait het om `de elite' versus `het volk', de klasse van nieuwe rijken, en niet te vergeten de allochtonen. Met hun rol in de algehele verwarring weten de regisseurs zich overigens geen raad. De vier Marokkaanse dansers die bij Rijnders het voetvolk vertegenwoordigen hebben zo schandalig weinig te doen, dat ze veel op een excuus gaan lijken. En dat Provily de bewoners van zijn Nederlandje troost laat zoeken en vinden bij de spirituele diepgang en exotische warmte van de gekleurde medemens, is een bijna even treurig cliché.

Des te meer valt op hoezeer Tim en Beatrix en de bewoners van Nederlandje de preoccupaties weerspiegelen van de zuil waar hun scheppers uit voortkomen, de culturele elite. Stuk voor stuk snakken hun personages naar inhoud, diepgang en betekenis, naar terughoudendheid. Maar hoe ze moeten ontsnappen aan de leegte die ze voelen, in een plat land dat enkel nog platter lijkt te worden, ze weten het niet.

De kunstenaars verbeelden dit verlangen, maar zij en hun personages kunnen het al evenmin ontstijgen als hun tegenhangers uit de elite van krant of politiek. Vergeefs zoekt Tim verlossing in een allesverzengende passie, die weliswaar het denken uitsluit, maar die tenminste edel is, en bovendien geen ruimte laat voor twijfel of onechtheid. Ook Beatrix zou met haar blote voeten door de plassen willen rennen, maar zij rondt haar bespiegeling over het onvermijdelijk einde van de monarchie niet af met een ferm besluit. Zelfs laat ze niet, zoals haar moeder voorstelt, op de rand van de euro graveren: `Haal Mij Hier Weg'. In plaats daarvan bepaalt ze in nobele berusting haar gedachten tot de eerstvolgende kerstboodschap.

Hoe nu verder? Schreeuwend en wanhopig zoekend op weg naar de apocalyps, zoals Rijnders ons voorspiegelt? Of is dat maar show, is de nood niet hoog genoeg en zullen we, met Beatrix, terugkeren naar de status quo, naar de dag dat in Nederland alles weer gewoon is? Dat laatste natuurlijk. Het huidige Verdriet van Nederland, laten de voorstellingen zien, is in zekere zin ook een eliteverdriet. Verdriet omdat wij alleen groot zijn in het gewone, en omdat daarom niet passie of visie, maar vermoedelijk juist het gewone ons hieruit zal redden. Ontwaakt! roepen, tegen beter weten in, de voorstellingen van Beukenkamp en Rijnders. Provily ondertussen, vangt in één beeld wat wij hier doorgaans liever, en beter doen. Na die nare droom weer lekker inslapen, onder onze deken van veiligheid.

`Nederlandje'. T/m 20 december. Zie www.nationaletoneel.nl

`Tim van Athene'. T/m 20 december in de Suikerfabriek te Halfweg. Res. (020) 6242311

`Landgenoten'. T/m 24 januari. Zie www.toetssteen.nl

    • Maartje Somers