Jarige grondwet verliest in Spanje aan glans

Spanje viert morgen de 25ste verjaardag van zijn grondwet. Het feest van de democratische verbroedering heeft meer van een nationale burenruzie.

Feestweek voor de Spaanse grondwet. Maandag weigert de conservatieve regeringspartij van premier Aznar als enige mee te doen aan het eerste officiële eerbetoon aan de slachtoffers van het Franco-regime dat ooit werd gehouden in het parlement. De zaak stinkt naar mottenballen, zo verklaart fractiewoordvoerder Luis de Grandes.

Dinsdag: premier Aznar besluit 's middags voor de eerste keer in acht maanden in het parlement te verschijnen in verband met de oorlog in Irak, waar Spanje tegen de wil van een ruime meerderheid van de bevolking bij betrokken is. Juist diezelfde ochtend werden zeven in Irak gedode militairen officieel herdacht. De regering misbruikt de slachtoffers voor politieke doeleinden, oordeelt de oppositie in het parlement.

Woensdag keurt de conservatieve meerderheid in de Senaat een wetsvoorstel goed dat het mogelijk maakt om de Baskische regio-president Ibarretxe voor vijf jaar gevangen te zetten mocht hij de plannen doorzetten om een illegaal referendum over de toekomst van Baskenland te houden. In Baskenland verschijnt de regionale parlementsvoorzitter Atutxa voor de rechter. Hij weigert een bevel uit te voeren om de politieke partij van de ETA te ontbinden. Na afloop zingen honderden nationalisten voor het gerechtsgebouw de Baskische hymne.

Morgen demonstreren homoseksuelen voor gelijke rechten bij het hoofdstedelijke grondwetmonument. Als het aan de regering had gelegen was de bijeenkomst verboden, maar de rechter besliste anders.

Spanje viert de verjaardag van zijn grondwet, die het land heeft bevrijd van eeuwen van burgeroorlogen, opstanden en dictatuur. Maar van een feestelijke stemming was de afgelopen dagen weinig te merken. Een steeds grimmiger optredende minister-president José María Aznar droeg volgens velen met zijn autoritair en solitair politiek optreden bij aan een onprettige sfeer.

In Baskenland riep de nationalistische leider Xavier Arzalluz op tot een volksopstand als zijn politici in het gevang zouden belanden. En in Madrid klaagt de oppositie steeds luider over de agressieve toon waarop iedere kritiek op de regering wordt afgedaan als een vorm van landverraad. Steeds vaker belanden politieke vraagstukken in de sfeer van het strafrecht.

Nostalgisch werd links en rechts vastgesteld dat de politici 25 jaar geleden meer kwaliteiten hadden. De grondwet vormde toen een typisch product van de Spaanse Transitie, het succesvolle model om de Burgeroorlog en bijna veertig jaar Franco-dictatuur om te slaan als een pagina in het geschiedenisboek en ook om gemeenschappelijk de schouders te zetten onder een democratisch model voor de toekomst. Oude aanhangers van het Franco-regime, zoals Manuel Fraga en Adolfo Suárez, werkten samen met hun vroegere aartsvijanden Felipe González (socialisten) en Santiago Carrillo (communisten) aan een grondwet die geldt als een van de liberaalste van Europa.

Carrillo – 88 jaar en tegenwoordig `onafhankelijk socialist' – herkent in de huidige regering weinig meer van de tolerantie van hun conservatieve voorgangers. ,,Ze doen me meer aan de ultra's van Franco denken dan aan hervormers als Suárez'', zo verklaarde hij voor de camera's van Telecinco, een van de weinige tv-stations die zich onttrekken aan de regeringsinvloed. ,,Ik zie in deze regering niemand die een rol in de Transitie heeft gespeeld. Alleen tegenstanders.''

Met dat laatste refereerde de vroegere communistenleider fijntjes aan het verleden van premier Aznar, die niet alleen ooit een geestdriftige aanhanger van het falangistische gedachtegoed was, maar als aankomend politicus ook grote bezwaren had tegen de huidige grondwet. Met name de paragrafen over de autonomie van de regio's vonden weinig genade in de ogen van de jonge Aznar.

Juist deze consensus over het regionale staatsmodel maakte de nieuwe grondwet zo werkbaar. Van oudsher was er immers een aantal regio's zoals Baskenland en Catalonië, dat aanspraak maakte op een vergaande bestuurlijke autonomie. Dat werkte 25 jaar zó goed, dat zelfs verstokte centralisten als Manuel Fraga op zijn oude dag als president van de regio Galicië een voorstander van de regionale autonomie is.

Maar nu de eendrachtige Transitie naar de democratie zijn glans begint te verliezen, steken de discussies over de grondwet en het staatsmodel weer de kop op. Regionale bestuurders eisen meer bevoegdheden van de Spaanse staat. Het verst gaan de Baskische nationalisten met hun claim op een eigen staat, maar zij hebben als enigen de huidige Spaanse grondwet ook nooit erkend. Van een politieke discussie hierover is in strikte zin geen sprake: Aznar praat al meer dan twee jaar niet meer met de Baskische regiopresident Ibarretxe. Eerder probeerde de regering de Baskische nationalisten in het gareel te dwingen met hulp van rechterlijke uitspraken.

Volgend jaar maart zijn er algemene verkiezingen. De regerende conservatieve partij is vast van plan om de angst voor het uiteenvallen van Spanje te benutten als centraal thema. Baskische en Catalaanse nationalisten staan op hun beurt klaar hun kiezers bang te maken met het `Spaanse nationalisme' waarvan premier Aznar in hun ogen een afschrikwekkende exponent is. Spanje's staatsmodel is zo andermaal de inzet van heftig politiek debat. Maar zonder de noodzakelijke ondertoon van consensus die de jubilerende grondwet zo succesvol maakte.

    • Steven Adolf