`Ik wil niet weg'

De Colombiaanse schrijver Jorge Franco is een narcorealist: zijn boeken gaan over het geweld en de rauwe corruptie in zijn land. Maar het grootste gevaar komt van de vrouwen.

Wonen in Colombia is erger dan het ruimen van stront. Colombianen zijn de paria's van de wereld. Ze zijn niet groter dan een koelkast, directe afstammelingen van de aap, met brede neuzen en dikke roze lippen. Maar een Colombiaan kan een hoop poen verdienen als hij zijn slechte reputatie weet uit te buiten.

Het is maar een selectie uit de citaten die de Colombiaanse schrijver Jorge Franco zijn belangrijkste personages laat uitspreken in zijn roman Paradijsvogels (Paraíso Travel), die nu in Nederlandse vertaling verschijnt.

In zijn vorige en tot nu toe meest succesvolle werk, Rosario Tigeras, is het geschetste beeld over zijn Colombia al even weinig vrolijk. Rosario Tigeras is de bijnaam van een vrouw die werkt voor de cocaïnekartels in Medellín. Ze is een sicaria. Een huurmoordenares die snuivend, neukend en vooral liquiderend haar dagen stukslaat.

Wie dergelijke boeken schrijft in een land waar bijvoorbeeld dit jaar al zeven journalisten zijn vermoord, is suïcidaal. Zou je denken. Maar nee. Jorge Franco (Medellín, 1962) is een literaire held in eigen land.

Van Rosario Tigeras zijn in Colombia inmiddels meer dan 100.000 exemplaren verkocht, ongebruikelijk veel voor het 44 miljoen inwoners tellende land. Volgende maand wordt in Medellín begonnen met een ambitieuze, een paar miljoen dollars kostende verfilming van Rosario Tigeras. En ook van Paradijsvogels zijn de filmrechten verkocht.

,,Wij zijn gewend ons eigen land te vervloeken'', zegt Jorge Franco. ,,Veel Colombianen haten hun vaderland. Heel veel mensen willen emigreren. Ik ben niet de enige die zoiets beschrijft. Maar ik wil niet weg. Geen beter land om inspiratie op te doen dan dit Colombia waar iedere dag zoveel gekke dingen gebeuren. Hier raak je iedere dag geschokt.''

Jorge Franco wordt door literatuurcritici beschreven als een van de aanvoerders van een nieuwe generatie Latijns-Amerikaanse schrijvers, waartoe opvallend veel van zijn landgenoten behoren, dertigers en veertigers als Santiago Gamboa, Mario Mendoza, Efraím Medina en Enrique Serrano. Auteurs die geheel andere thema's kiezen dan de fantastische, surrealistische vertellingen van de Nobelprijswinnaar uit 1982, de Colombiaan Gabriel Garcia Márquez. Diens verhalen kennen een geheel ander tijdsbesef en zitten vol dromen en fantasieën. De nieuwe lichting blinkt juist uit in het eendimensionaal beschrijven van het rauwe, ellendige, corrupte en gewelddadige stadsleven van dit continent. `Narcorealisten' worden deze schrijvers ook wel genoemd.

Jorge Franco vertelt dat een van de redacteuren van zijn uitgeverij in het begin wel eens voorstelde om, in navolging van zijn oudere voorgangers ,,iets meer vliegende grootmoeders'' in zijn werk te gebruiken. Zoiets zouden de mensen het liefste willen lezen.

Zelf heeft de schrijver nogal moeite met die etikettering van narcorealist. Ja, de huidige schrijvers behandelen andere onderwerpen dan voorheen gebruikelijk was. Maar er is volgens hem meer sprake van een natuurlijke overgang dan van een bewust afzetten tegen een vorige generatie. Het leven is nu eenmaal gewijzigd.

,,Garcia Márquez komt van het platteland, leefde aan de kust. Hij beschrijft die omgeving waar de mensen een andere perceptie hebben van de werkelijkheid. De jongere schrijvers wonen allemaal in de stad en daar is de omgeving nogal anders.''

Van hem zul je trouwens geen kwaad woord horen over zijn beroemde voorganger. Garcia Márquez heeft hem vorig jaar gebeld. ,,Hij zei onder de indruk te zijn van mijn werk. Hij heeft me uitgenodigd in zijn huis in Mexico. En later heb ik samen met hem een workshop gegeven in Havana op Cuba.''

Jorge Franco noemt Garcia Márquez daarom zonder ironie ,,de Grote Meester''. Tussen de familiekiekjes, op een tafeltje in de woonkamer van Jorge Franco, staat niet voor niets een foto van de twee schrijvers. In broederlijke pose.

IJskast

Jorge Franco is een enigszins timide, jongensachtige man met borstels van wenkbrauwen. Ook hij is niet groter dan een ijskast. De auteur is in 1962 geboren in Medellín, hoofdstad van de centraal gelegen Colombiaanse provincie Antioquia. Na de middelbare school en een afgebroken studie voor ingenieur vertrok hij naar Engeland om aan de London International Film School te studeren. Dat bleek bij terugkeer in eigen land, bij gebrek aan een serieuze Colombiaanse filmindustrie, een weinig gelukkige keuze.

Jorge Franco ging werken voor reclamebureaus, studeerde literatuurwetenschap, volgde workshops om te leren schrijven en bekwaamde zich in zijn vrije tijd in het maken van korte verhalen. Met een selectie uit dat vroege werk won hij in 1996 een prestigieuze nationale literatuurwedstrijd. De prijs was de publicatie van zijn eerste boek, de verhalenbundel Maldito Amor (Vervloekte Liefde). Daarna volgde zijn eerste novelle Mala Noche (Slechte Nacht) en de twee reeds genoemde boeken.

Twaalf jaar geleden is Jorge Franco van zijn geboorteplaats verhuisd naar de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. Zijn huis bevindt zich op drieduizend meter hoogte in de bergen in de voorstad La Calera. Vanuit downtown Bogotá (7 miljoen inwoners) is het een kleine dertig minuten rijden in zijn fonkelnieuwe Toyota 4 wheel drive. Onderweg in de stromende regen passeren we wegversperringen waar militairen de uitvalswegen controleren.

Dankzij het commerciële succes van zijn boeken woont Jorge Franco sinds drie jaar in een exclusieve, gesloten wijk met grote hekken en particuliere bewakers. ,,Ik heb totale rust nodig om goed te kunnen schrijven'', zegt hij. En kalm is het hier. En prachtig.

In samenspraak met een bevriende architect heeft Jorge Franco een huis naar eigen ontwerp laten bouwen. De enorme woonkamer heeft geen ramen, het licht komt binnen via het glazen puntdak. De inrichting is klassiek en zo geraffineerd dat je je in de toonzaal waant van een te dure Italiaanse meubelzaak. Het is het werk van zijn eveneens in Medellín geboren echtgenote Natalia, die in Florence binnenhuisarchitectuur heeft gestudeerd.

De werkkamer waar hij op een topdag vijf pagina's tikt, is al even groot en van alle gemakken voorzien. Naast de computer is een hangmat bevestigd waar de schrijver leest en tussen de middag in slaap valt. Er hangen posters met de covers van zijn boeken in Spaans, Portugees, Japans, Grieks en Engels. En onder de aan het plafond bevestigde dvd-projector, tegenover een uittrekbaar scherm, staat de hometrainer. Jorge Franco kan in zijn kantoor fietsen en tegelijkertijd zijn favoriete sciencefictionfilms bekijken.

Jorge Franco is praktisch net zo oud als de door guerrillagroepen uitgeoefende strijd in Colombia, die inmiddels aan meer dan 200.000 burgers het leven heeft gekost. Zijn geboortestad Medellín, met twee miljoen inwoners na Bogotá en Cali de derde stad van het land, is een van de meest gewelddadige ter wereld. Die reputatie dankt de stad aan het geweld van het drugskartel van zijn beroemde stadgenoot en 's werelds grootste cocaïnehandelaar, de in 1993 door de politie doodgeschoten Pablo Escobar. Het is geen uitzondering als er op een zaterdag of zondag in Medellín vijftig moorden worden gepleegd.

De eerste twintig jaar van zijn leven was er overigens nog niet veel te merken van de terreur die Colombia nu teistert. Jorge Franco had een gelukkige jeugd. Zijn vader had een fabriek waar voedsel in blik werd gemaakt. Hij werd opgevoed door zijn moeder en drie jongere zussen. ,,Mijn zussen namen regelmatig vriendinnen mee naar huis. Ik zat vaak tussen wel vijftien vrouwen. Dat is redelijk gecompliceerd. De vrouwen beslisten alles.

,,In de jaren tachtig veranderde het leven snel. Je zag dat de drugskartels een steeds nadrukkelijker rol in het maatschappelijk leven speelden. We hoorden voor het eerst dat bij begrafenissen mariachi-orkesten muziek maakten. Dat was uiterst gek. Het waren gangsterbegrafenissen. Men bracht een eerbetoon aan de dode. Je zag opeens dure auto's door de stad rijden, geblindeerde Mercedessen en BMW's. Er werden enorme huizen gebouwd. En er kwamen allerlei discotheken voorzien van de beste technologie en geluidsinstallatie.''

Medellín was een stad van zakenmannen, een plaats waar hard werd gewerkt en geld werd verdiend. De Colombiaanse drugshandel was tot dan toe voornamelijk een activiteit die zich aan de kust afspeelde. Daar werd marihuana verbouwd door de zwarte afstammelingen van slaven. Maar toen duidelijk werd dat het tijdperk van Peace & Love voorbij was en in de Verenigde Staten het yuppentijdperk aanbrak met de vraag naar cocaïne, werd in Medellín razendsnel ingespeeld op dit gat in de markt. De voormalige dief van marmeren grafstenen en auto's Pablo Escobar maakte furore als drugsbaron.

,,Ik heb Escobar nooit ontmoet. Er was al heel snel een sterke mythe rondom hem, El Doctor en El Patrón. Dan kwam je in een bar en dan hoorde je dat Escobar er net nog was. Ik miste hem altijd op vijf minuten.

,,In het begin werd de cocaïnecultuur nog cool gevonden. Er kwamen mooie winkelcentra. De rumba, het feestelijke nachtleven, was heel hip. Een gram coke kostte een dollar, niet veel meer dan een biertje. Het mocht weliswaar niet echt, maar niemand deed je wat als je het onder de tafel opsnoof. Coke paste bij de muziek. Het hielp bij het dansen op John Travolta, Gloria Gaynor of The Village People.

,,Maar uiteindelijk zat ik vaker in een bar dan in een disco. Ik ben twee keer in een disco midden in een vuurgevecht beland. Dan lag je op de grond terwijl de kogels om je oren floten. Daarom zat ik liever in een kroeg een beetje te praten bij Argentijnse muziek van zangeres Mercedes Soza.''

Het leven werd steeds ruiger. Vooral toen Escobar werd uitgekotst en bijvoorbeeld twintig jaar geleden zijn net verworven zetel in het Congres moest opgeven, ging het echt mis. ,,Escobar liet iedere dag wel tien mensen ontvoeren. Een van mijn zusters werd gekidnapt en kwam pas na betaling van losgeld na drie maanden vrij. Heel veel vrienden en kennissen is iets overkomen, stierven. Het werd onleefbaar in Medellín. Je durfde niet meer naar een restaurant te gaan. Begin jaren negentig ontplofte er maandenlang iedere dag wel een bom. Medellín ligt in een vallei tussen de bergen, dus je kon overal de knal horen. De stad was definitief overgenomen door de drugskartels.''

Vrouwen

Op de vlucht voor het geweld kwam Jorge Franco in de hoofdstad Bogotá terecht. Daar publiceert hij nu gemiddeld iedere twee jaar een boek. Schrijven is voor hem gedisciplineerd, tijdrovend werk. Veel tijd gaat op aan het doen van research.

,,Ik wil de wortels kennen van de sociale problemen waar ik over schrijf. Ik heb voor Rosario veel gesproken met mensen die de sicario's kennen. Ik heb ook een aanzienlijk aantal processen verbaal gelezen die in strafzaken zijn opgemaakt. Ik zag die gangs vroeger wel in de winkelcentra met het pistool achter de broekriem. Maar wat ik bijvoorbeeld niet wist, is dat de meisjes zeker zo gewelddadig waren en in zekere zin meedogenlozer.''

De schrijver leerde dat er een verband bestaat tussen de misdaden en het katholieke geloof. De sicario's bidden voordat ze een moord plegen. Met het gebed, beschreven in het voorwoord, denken de moordenaars bescherming te krijgen van hogerhand voor het plegen van hun daad.

Tú que todo lo conoces,

Sabes de mis pecados,

Pero tambien sabes de mi fe,

No me desampares,

Amén.

Jij die van alles weet hebt,

Weet mijn zonden,

Maar je kent ook mijn geloof,

Laat me niet in de steek,

Amen

Jorge Franco noemt zijn werken overigens liefdesromans. Opvallend is dat ondanks al het veelal met de drugshandel samenhangende geweld in zijn boeken, het echte gevaar komt van de verleidelijke, onberekenbare Colombiaanse vrouwen, aan wie de man geen weerstand weet te bieden.

,,De Colombiaanse vrouw is de baas. Zelfs in deze macho-samenleving is de vrouw het centrum van de familie. In Medellín komt daar nog eens bij dat in die stad de mooiste vrouwen ter wereld wonen. De meisjes van die drugsbaronnen zijn extreem mooi. De meeste plastische chirurgen werken in Medellín. Ik hou ervan om over vrouwen te schrijven. Ik verkeer ook het liefste tussen vrouwen. Mijn beste vriend is ook een vrouw, een vriendin in Medellín met wie ik urenlang kan telefoneren.''

Orakelspreuk

Halverwege volgende maand komt Jorge Franco naar Nederland om op te treden op Winternachten, het internationale literatuurfestival in Den Haag. Als puber is Jorge Franco een keer eerder met zijn ouders in Nederland geweest. Hij herinnert zich verleidelijke vrouwen achter ramen en een bezoek aan een miniatuurstad. Op Winternachten vertellen schrijvers en dichters over toekomstdromen en idealen. Jorge Franco is een van de zes gasten die een orakelspreuk zal schrijven over de toekomst van zijn werelddeel, Latijns Amerika.

Zijn eigen toekomst ligt vooralsnog in Colombia. Hij is niet van plan het voorbeeld te volgen van Garcia Márquez die wegens de veiligheid naar Mexico is verhuisd. Toch is Jorge Franco uiteindelijk minder laconiek over het Colombiaanse gevaar dan hij aanvankelijk vertelt. Dat blijkt bij de vraag hoeveel boeken hij nu eigenlijk verkoopt.

,,Dat vertel ik liever niet. Criminelen zouden eens kunnen denken dat ik rijk ben als ze horen hoeveel mensen mijn boeken kopen. Laatst is een Colombiaanse regisseur ontvoerd omdat zijn film zoveel bezoekers trok. De misdadigers redeneerden dat hij dan een paar keer honderdduizend maal de prijs van een entreekaartje moest hebben verdiend. Hij heeft heel wat moeite moeten doen om uit te leggen dat hij, net als een schrijver, slechts een klein percentage opstrijkt van de prijs die de consument betaalt. Ik voel me voorlopig veilig hier, word niet herkend. Er zijn gelukkig nog genoeg voetballers, zangers of politici die interessanter zijn om te worden ontvoerd.''

`Paradijsvogels', Uitg. J.M. Meulenhoff, 224 blz., €17,50

Zie ook: www.jorge-franco.com en www.winternachten.nl