Het Beeld

Dinsdag moest mediatycoon John de Mol, volgens het altijd attente RTL Boulevard, een noodlanding maken in de buurt van München. Woensdag bekritiseerde programmadirecteur van SBS6 Bart in 't Hout in het Algemeen Dagblad het gebrek aan creativiteit bij Endemol. Meteen meldden zich in de media de aspirant-John de Mols, die hun reputatie als soapacteur benutten om zelf productiehuizen op te zetten. Reinout Oerlemans liet in Nova weten dat het tijd is voor een nieuwe generatie. En gisteravond meldde zich bij Barend & Van Dorp Winston Gerschtanowitz, die al druk bezig is met het ontwikkelen van `crossmediale concepten'.

Gisteravond werd bekend dat de Spaanse eigenaar van Endemol, het multimediabedrijf Telefónica, ingrijpt. Een goedheiligman uit Spanje, ene Joaquin Agut Bonfills, werd bij wijze van surprise voorgedragen als voorzitter van de raad van bestuur. Volgens Nova beraden de overige leden, onder wie John de Mol zelf, zich over hun positie. In 2000 verkocht hij zijn bedrijf voor 5,5 miljard euro.

Ook deze noodlanding hoeft dus nog niet fataal te zijn. Wat er echt aan de hand is moet nog blijken, maar het is niet waarschijnlijk dat een eigenaar tot zulke drastische maatregelen overgaat omdat een mediamultinational in Nederland een aantal programma's ziet floppen of omdat de bezoekcijfers van Endemols eerste bioscoopfilm Pipo en de p-p-Parelriddder tegenvallen.

Gebrek aan innovatief vermogen kun je de producent van Sterrenbeurs en Masterplan niet goed verwijten; beide kansrijke formules waren nog niet helemaal rijp, zoals elke nieuwe televisievorm tijd nodig heeft. Het waren juist de commerciële zenders die het geduld niet hadden om de experimenten tot een goed einde te brengen. Wat lage kijkcijfers haalt, moet meteen van het scherm.

Ook in de samenwerking tussen politiek en media buitelen bij een incident alle betrokkenen over elkaar heen om een ander de schuld te geven. Haagse herrie heette gisteren de aflevering van Zembla (VARA/NPS), waarin samensteller Bernard Krikke de wederzijdse afhankelijkheid van Den Haag en Hilversum scherp analyseerde. Volgens D66-fractieleider Dittrich zijn de belangrijkste Kamerstukken tegenwoordig de kranten en vooral datgene wat de vorige avond op tv is behandeld. Bij een ramp (legionellabesmetting, Enschede) wordt nieuwe regelgeving geëist en de politiek gaat direct door de knieën. Een jaar later blijkt dat de oude regels voldeden, maar dat alleen de naleving niet deugde. Daar valt voor een politicus geen tv-eer mee in te leggen.

Oplossingen voor dit probleem – het elkaar wederzijds opjagen door kijkcijfergeilheid en gebrek aan geduld – zijn niet zo eenvoudig. Journalisten `snacken uit rapporten', meent Kamerlid Atsma (CDA), dus bepleit hij een gedragscode voor de pers. VVD-leider Van Aartsen meent dat het terugbrengen van het aantal Kamerleden de neiging om over elk tv-item vragen aan de minister te stellen zal verminderen. Dat is net zo naïef als de gedachte dat minder televisiezenders vanzelf betere programma's zullen maken.

    • Hans Beerekamp