Europees Parlement tegen integratietest

Het Europees Parlement wil voorkomen dat niet-Europese kinderen vanaf twaalf jaar een integratietest moeten afleggen om te bepalen of ze zich bij hun allochtone ouders mogen voegen. Deze bepaling staat in de Europese richtlijn voor gezinshereniging die dit najaar op voorstel van de Europese ministers van Justitie van kracht werd. Het Kamerlid Nawijn (LPF) was als toenmalig Nederlands minister van Justitie één van de pleitbezorgers van de integratietest.

Op initiatief van europarlementariër K. Buitenweg (GroenLinks) besloot de juridische commissie van het Europees Parlement deze week de Raad van Europese ministers van Justitie voor het Europees Hof van Justitie in Luxemburg te dagen. De commissie acht de integratietoets in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht op gezinsleven is opgenomen.

De Europese richtlijn trad op 3 oktober in werking en heeft tot doel de regels van de verschillende EU-lidstaten voor gezinshereniging te harmoniseren. De integratietest was een voorstel van Duitsland en kreeg een warm onthaal van alle andere lidstaten. ,,Ik was van plan'', zei Nawijn gisteren desgevraagd, ,,om de integratietest in de Nederlandse wetgeving op te nemen.'' Nawijn wilde op die manier voorkomen dat allochtone ouders hun kinderen op latere leeftijd alsnog laten overkomen. ,,Dat staat een succesvolle integratie in de weg'', meent hij.

Europarlementariër Buitenweg acht het niet uitgesloten dat ook de huidige minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, Verdonk (VVD), zich in de toekomst op de Europese richtlijn zal beroepen om deze kinderen te weigeren. Volgens een woordvoerster van Verdonk worden kinderen onder de achttien jaar die zich bij hun allochtone ouders willen voegen, nu niet gedwongen om voor hun komst al in te burgeren. ,,Dat gebeurt immers via de school die ze op grond van de Leerplichtwet moeten bezoeken. We toetsen nu alleen of er daadwerkelijk sprake is van een familieband'', aldus de woordvoerster. Ze wil niet vooruitlopen op de nieuwe Inburgeringswet die op stapel staat. Daarin wordt onder meer opgenomen dat niet-Europese partners die naar Nederland willen overkomen, al in het land van herkomst aan hun inburgering moet beginnen. Bovendien moeten ze ten minste 21 jaar oud zijn en hun in Nederland wonende partner moet ten minste 120 procent van het minimumloon verdienen. Buitenweg zegt dat ze in het Europees Parlement nu laat uitzoeken of deze eisen niet ook in strijd zijn met het EVRM.

    • Froukje Santing