Een kleurboek voor verslaafden

James Frey was alcoholverslaafde, snoof en spoot zich in met alles wat er maar in een injectienaald past. Toen hij op zijn drieëntwintigste door zijn ouders naar een afkickkliniek werd gebracht, was hij er vreselijk aan toe. De artsen in de kliniek stonden versteld dat hij nog leefde. In zijn debuut, In duizend stukjes, vertelt Frey het verhaal van zijn afkickproces.

Dat is een buitengewoon moeilijk onderwerp. Al gauw wordt het verhaal over het afkicken even zwaar als het proces zelf. Zo ook bij Frey. Hij beschrijft de twaalf stappen die hij moet ondergaan, ondanks zijn cynische houding ten opzichte van het voor hem uitgestippelde programma. De eerste stap is erkenning dat je verslaafd bent en de geëigende methode die daar kennelijk bij hoort, is het inkleuren van een kleurboek. Zijn artsen zien het revalidatieproces somber in wanneer ze het terugkrijgen met op elke pagina de tekst: `Ik Hoef Dit Gelul Niet Om Te Weten Dat Ik De Controle Kwijt Ben'. In de sessies met de artsen blijkt dat hij niet alleen bezwaar heeft tegen de kinderachtige methode, maar ook tegen het geloof in God dat onlosmakelijk verbonden lijkt te zijn met die stappen.

Minstens zo belangrijk zijn dan ook de gesprekken met lotgenoten. Zo weerhoudt een zware crimineel en eveneens verslaafde medepatiënt Frey ervan om zelfmoord te plegen, en vindt hij steun bij een vast groepje vrienden die hij in de kliniek heeft ontmoet. Uiteindelijk ondergaat Frey de test die hij zichzelf heeft opgelegd: hij bestelt een glas Bourbon om te zien of hij dat kan laten staan.

Het is uiteraard een indrukwekkend verhaal, zoals de strijd tegen een verslaving bijna automatisch met zich meebrengt, maar tegelijkertijd is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre het ook de stap zet van autobiografie naar literair werk. In duizend stukjes is namelijk een nogal vormeloos en ironieloos boek: Frey vertelt vlot, zowel over zijn revalidatie als over zijn stoere en innemende verleden, maar hij ratelt maar door, gooit hoofdletters midden in zinnen voor de accenten die daardoor geen effect meer hebben en schuwt de herhaling niet. Alinea's zijn zeer wisselend van lengte, er wordt niet ingesprongen en (in de Amerikaanse editie) niet rechts uitgelijnd, alsof elk structurerend middel als een vorm van bedrog zou gelden.

Het is een bewust gekozen strategie – Frey zet zich met zijn rechttoe rechtaan verhaal duidelijk af tegen de ironische vormspelletjes van Dave Eggers of de virtuoze vertelkunst van David Foster Wallace. ,,Fuck him,'' zei Frey in een interview over Eggers. Zo'n uitspraak is typerend voor het gebrek aan zelfrelativering waaraan Freys debuut lijdt.

James Frey: In duizend stukjes. Uit het Engels vertaald door Sjaak de Jong. Bert Bakker, 384 blz. €25,–

James Frey spreekt op 9 december om 20.00 uur in de Rode Hoed (Keizersgracht 102, Amsterdam) over zijn boek. Inlichtingen: 020-6247280.

    • Toef Jaeger