Echt Marieke Jonkman

Ik zat, laten we maar zeggen uit verveling, te bladeren in de bloemlezing Seks. Ondertitel: De daad in 69 gedichten, samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze. Een leerzaam boek, met voor elk wat wils: van de `Bejaardenseks' van Hans Dorrestijn en de `Meisjes' van Victor Vroomkoning tot en met de `Leraar' van Jan-Willem Overeen en Hans Warren met `De werkers'. In het voorbijgaan zag ik een gedicht van Marieke Jonkman. Betrapt realiseerde ik me dat het alweer heel lang geleden was dat ik voor het laatst aan haar werk had gedacht. Hoe zat het ook alweer met Jonkman?

De geschiedenis begon in maart 1991, toen bij Van Oorschot het debuut Dochters van het donker verscheen. Uit alles viel op te maken dat het met de dichteres niet zo goed ging. Er waren suggesties van waanzin, incest, mishandeling, sadisme, dat alles ook nog met zelfmoorddreiging. In het trapgat zou zij zich vroeger of later gaan verhangen. `Met een touw. Geen twijfel aan.'

Daar kwam nog bij dat de toon van deze ontboezemingen niet larmoyant was, maar eerder hard, zakelijk, kortaf, cynisch en sarcastisch. Na een jaar volgde de bundel Plejaden en na nog eens anderhalf jaar Dieptevrees. Bij de gewaagde zelfmoordthematiek had zich inmiddels ook een zekere seksuele vrijpostigheid gevoegd, opmerkelijk openlijk en opmerkelijk gevarieerd: van bevalling en moederschap (veel kinderwagens) tot en met erotische fantasieën (veel heupen), en van neerdalende mythologische goden en een streng staffende God de Vader tot en met misbruik en verkrachting, met een zekere verlustiging geschreven.

Sensationeel allemaal, en ingewikkeld: hoe zulke poëzie te lezen, en hoe erover te schrijven? En wat te doen met de dichteres? Als het allemaal waar was, diende er onverwijld hulp geboden te worden: medicijnen, dekens, een kinderwagen met goede rem en een opvangadres zonder trapgaten en nokbalken.

Een en ander maakte nieuwsgierig naar de maakster van deze gedichten. Jonkman was geboren in 1963, woonachtig te Zwolle, orthopedagoge, met een christelijke achtergrond dat was alles wat zij over zichzelf wilde loslaten. Zij liet zich niet interviewen en ook niet fotograferen. Maar toen haar derde bundel verscheen, werd ik gebeld door Gemma Nefkens van Van Oorschot, of ik nog belangstelling had voor een interview. Op kantoor werd ik opgewacht door een zich ongemakkelijk voelende, af en toe maar wat lachende uitgeefster. Zij had mij wat te vertellen en de anderen mochten het niet horen en daarom nam ze mij mee naar een goed afgeschot, geluiddicht keukenhoekje.

Fluisterend vertelde Gemma mij daar het eerste geheim: Marieke Jonkman was een pseudoniem. En, tweede geheim, Marieke was om zo te zeggen niet van de vrouwelijke kunne. En zij, eh, of hij dus eigenlijk, publiceerde ook onder een andere naam. Al die tijd moest zij uiterst behoedzaam formuleren en mij scherp in het oog houden om aan mijn gezicht te kunnen aflezen of ik het nog wel interessant genoeg vond. Want het was natuurlijk mogelijk dat ik nu van een interview zou afzien en er meteen, vuile persrat, met deze scoop vandoor zou gaan. Intussen zat ik inwendig heen en weer te wippen. Ik was wel enigszins teleurgesteld, ja, omdat die sensationele poëzie toch niet helemaal, of misschien zelfs wel helemaal niet, authentiek bleek. Tegelijk was ik benieuwd wie zich achter Marieke Jonkman zou schuilhouden. Was het Ron Brandsteder? Gerrit Komrij? Eva Gerlach, van wie men aanvankelijk, bij haar eerste bundel, had gedacht dat zij een man was?

Het bleek te gaan om de dichter Anton Ent, niet geheel onbekend, al heel wat jaren her en der publicerend, pseudoniem van Henk van der Ent, leraar Nederlands te Apeldoorn, van huis uit christelijk georiënteerd, geboren in 1939. Niet spectaculair misschien, wel interessant. Hij wilde wel iets kwijt over zijn vrouwelijke alter ego, en over zijn verlangen om de vrouwelijke kant in zichzelf tot ontwikkeling te brengen. En zo kwam het dat ik op een zaterdagmorgen in november 1993 de hand van Marieke Jonkman mocht drukken, dat wil zeggen van haar geestelijke vader. Want zo moesten we het begrijpen: dat Marieke Jonkman hem als het ware overkwam, in hem gestalte aannam, en dan aan het dichten sloeg. ,,Ze stijgt in mij op, ze neemt bezit van mij, van mijn lichaam. Op dat moment ben ik echt Marieke Jonkman. Ik voel haar huid, zoals ze die beschrijft; ik voel haar haren, haar borsten en heupen, en ik ervaar haar stem.'' In zekere zin stond de dichter erbij en kon er alleen maar naar kijken, ook als het over verkrachting, incest of zelfmoordneigingen ging. Met travestie had het volgens Van der Ent niets te maken, ook niet met androgynie of transseksualiteit. En al helemaal niet met sensatiezucht of aandachttrekkerij of het lekker misleiden van de literaire kritiek. Het was volgens hem niets anders dan het stem geven aan een personage dat hij al heel lang in zich voelde een tweeslachtigheid die de meeste mensen, en in ieder geval de meeste dichters, in zich droegen.

De onthullingen van Van der Ent kregen een week lang veel aandacht. Uit alles wat hij erover zei bleek dat hij er lang over nagedacht had. Er kwam, althans volgens hemzelf, geen psychiatrie aan te pas, geen seksuele afwijking, geen erotische frustratie, geen rancune. De kern van deze literaire sensatie was dat het volgens de veroorzaker ervan eigenlijk geen sensatie was, maar allemaal tamelijk voorstelbaar. En als de bevliegingen van zijn Marieke niet meer voorstelbaar waren, dan zei hij gewoon dat hij Marieke ook niet altijd begreep. Zo werd al heel gauw het algemene gevoelen rondom deze shockerende dichteres: tja, misschien best wel heftig soms ja, maar iedereen voelt wel eens wat dingetjes. Schouders ophalen, ook.

Wat aanvankelijk vreemd, gek en gevaarlijk leek, bleek niet veel meer dan een spel, een project, een idee. Wat Van der Ent beleefd en bedoeld moet hebben als het grote moment waarop hij naar buiten kwam, bleek achteraf ook vrijwel meteen het moment waarop men hem de rug toekeerde. Het oeuvre van een benauwde dichteres werd het oeuvre van een dichter die al drie bundels lang een leuk rollenspel met zichzelf en ons speelde. De angel was eruit.

Het is deze week precies tien jaar geleden dat de dichteres zich bekend maakte. In 1996 verscheen nog de bundel Amazonen, maar toen was er al niemand meer die er nog aandacht aan schonk. De enige die daarna nog wel eens over Marieke Jonkman schreef, was Anton Ent zelf, in De Gids en in de Poëziekrant, om nog eens uit te leggen hoe ze het allemaal hadden bedoeld. Het laatste gedicht van Marieke Jonkman, in januari 2001 in de Poëziekrant verschenen, besluit met deze wanhopige vraag: `Is het niet beter dat mamma nu vertrekt?' De daar nog aangekondigde bundel Valse schaamte verscheen niet meer. Sinds een week ligt de tweede bundel van Marieke Jonkman in de ramsj.

    • Guus Middag