Duitsland verdient begrip voor problemen

Verongelijkt en verontwaardigd heeft het vaderland gereageerd op het besluit van de Europese ministers van Financiën om – ondanks het vurige Haagse pleidooi dat niet te doen – Duitsland en Frankrijk praktisch de vrije hand te laten bij het nakomen van de Europese begrotingsafspraken.

De ministers hebben daarmee het Stabiliteitspact `geschonden' dan wel `omzeild', zo was te horen. Toch klonken er ook twijfels door: hadden de verantwoordelijke Nederlandse bewindslieden wel voldoende gedaan en hadden zij wel de juiste toon gevonden bij het zoeken van steun voor hun standpunt? Waarachter weer de bange vraag schuil ging of de Haagse politieke antennes niet opnieuw onvoldoende gevoelig waren gebleken. Het was namelijk niet de eerste keer dat Nederland in Europa zijn zin niet kreeg en dat de hardnekkigheid waarmee het zijn gelijk trachtte te halen, als een boemerang werkte.

Ingevolge het Stabiliteitspact beslissen de ministers van Financiën van de Europese Unie (Ecofin) met gekwalificeerde meerderheid over de maatregelen die zij noodzakelijk achten ter verzekering van de geloofwaardigheid van de euro. Zij bepalen zich daarbij tot de begrotingspolitiek van de aangesloten lidstaten. (De Europese Centrale Bank neemt het rentebeleid voor zijn rekening.) Er zijn in het pact afspraken gemaakt over de beleidsruimte die lidstaten wordt gegund en over sancties wanneer zij buiten die ruimte opereren. De Commissie heeft de taak op de uitvoering van het pact toe te zien en aanbevelingen te doen, maar de ministers beslissen wat vervolgens te doen staat. Dat hebben zij gedaan. Het moet nog maar worden vastgesteld of zij daarmee buiten het pact zijn getreden. Het gebruik van zware termen moet worden waargemaakt.

Er was een politiek meningsverschil en er is een politiek besluit genomen. Wie uitgaat van complotten (menig minister verliet de `biechtstoel' van de Italiaanse voorzitter anders dan hij erin ging, werd gezegd) ontgaat de betekenis van de politieke controverse. Dat is teleurstellend omdat zich hier een uitgelezen gelegenheid voordeed de Europese burger over die controverse in te lichten en hem inzicht te geven in de beweegredenen en argumenten voor het besluit zoals het is genomen.

Het valt niet te ontkennen dat met name de Duitsers `om' zijn gegaan. Van voorvechters van het behoud van een `harde' munt in Europa bij de introductie van de euro zijn zij geworden tot voorstanders van een flexibeler begrotingsbeleid. Maar zij maakten de ommezwaai niet uit balorigheid of verregaande nonchalance. De Duitse verzorgingsstaat is bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Daarbij zijn harde ingrepen voorzien in de pensioenvoorzieningen en in de zorg in het algemeen. Evenals in de tijd dat Nederland een dergelijke operatie begon, moet de pijn worden verzacht met (het vooruitzicht van een) belastingverlaging. Die wordt voor een deel uit leningen gefinancierd. In dat laatste zit vooral de pijn.

Den Haag had meer begrip kunnen opbrengen voor de problemen waarmee zijn belangrijkste politieke en handelspartner te kampen heeft. Het zijn tenslotte problemen die ook hier welbekend zijn. De tegenwerping dat de Duitse regering te laat met te weinig voor de dag komt en zich op kosten van Europa probeert vrij te worstelen, gaat voorbij aan de keerzijde van de solidariteit. In een vraaggesprek met Der Spiegel antwoordde kanselier Schröder op het verwijt dat men niet voortdurend de concepten moet veranderen, dat men dat verwijt altijd kan maken als het erom gaat politiek te handelen en niet alleen maar om eenvoudig concepten op te schrijven. ,,Aan het loepzuivere concept kan slechts hij vasthouden die het niet behoeft te verwezenlijken.'' Schröder wees er vervolgens op dat zijn omvormingsproject Agenda 2010 pas uitvoerbaar wordt nu de Duitsers door beginnen te krijgen dat hun welvaart op het spel staat.

De alom hoorbare roep om het pact uit de ijskast van minister Zalm te halen en aan te passen, klinkt logisch. Het gereedschap van het pact is immers uit de tijd geraakt. Om op de uitspraken van de kanselier te variëren: dat is onhanteerbaar geworden voor de gebruikers. Spijtig voor de preciezen, maar de rekkelijken hebben de toon gezet. Alleen, waar moet het nieuwe ijkpunt komen, wil men vasthouden aan de doelstellingen van het pact waaraan de afgelopen weken nog altijd door iedereen lippendienst is bewezen.

Onder dat probleem ligt een ander vraagstuk. Internationale verdragen zijn afspraken tussen landen. Zij passeren parlementen op de noemer van `take it or leave it'. Anders gezegd: ratificatie is doorgaans een formaliteit achteraf waarin ruimte ontbreekt voor politieke beïnvloeding. Als al in een referendum is voorzien, wordt – zo leert de Europese geschiedenis – de volksraadpleging zolang herhaald totdat de uitkomst het verdrag honoreert.

Het Stabiliteitspact is vastgesteld als richtlijn voor toekomstig handelen. Maar de tijden veranderen en de politieke werkelijkheid schept haar eigen voorwaarden. Het pact houdt daarmee blijkbaar onvoldoende rekening. De Europese Unie schuttert bovendien met haar existentie. Het is een gemeenschap van staten, maar het is ook iets anders-in-wording: een staat, een federatie, een confederatie? Wie het weet mag het zeggen. Na de veelbelovende rede van minister Fischer voor de Berlijnse Humboldt-universiteit, nu drieëneenhalf jaar geleden, is hierover niet veel meer vernomen ondanks de pogingen een verderreikend debat los te wrikken rondom de conventie over een Europese grondwet.

In een Europese staat en zelfs in een Europese federatie zou de noodzaak van aanpassing van de verzorgingsstaat, zoals die zich aandient, onderwerp van politiek debat en voorwerp van politieke besluitvorming zijn. De Unie bepaalt zich in deze materie tot een paar technische randvoorwaarden zonder zich over de wijdere problematiek uit te spreken, ook al reikt die verder dan de twee staten die tijdelijk in de beklaagdenbank moesten plaatsnemen. Om nog eens met Schröder te spreken: zij beperkt zich tot het concept, ook al heeft zij zich er niet aangehouden. Een gemiste kans.

In Nederland heeft de reactie een moralistische toonzetting gekregen. Verontwaardiging heeft de overhand alsof de scheidsrechter Oranje een doelpunt heeft onthouden waarop het meende recht te hebben. Kabinet en parlement delen in de verantwoordelijkheid hiervoor. Het land staat een referendum te wachten, over een Europees grondwetsverdrag. Alweer: een verdrag. Verongelijktheid en verontwaardiging zijn niet de beste raadgevers die het te raadplegen volk zich wensen kan.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon