De SGP van Europa

En toen stond Nederland het afgelopen weekeinde tijdens een bijeenkomst van EU-ministers van Buitenlandse Zaken in Napels opeens helemaal alleen. Al weer bezwaar maken tegen de wijze waarop Duitsland en Frankrijk met het Groei- en Stabiliteitspact omgingen? De bondgenoten van een paar dagen daarvoor in de `nacht van Brussel', Oostenrijk, Spanje en Finland haakten allemaal af. Het verlies was genomen, er moest nu weer aan de toekomst van Europa worden gewerkt, redeneerden deze landen. De Nederlandse staatssecretaris van Europese Zaken, Atzo Nicolai, mocht in Napels aan het begin van de vergadering over de grondwet voor Europa nog even sputteren, waarna snel werd overgegaan tot de echte agenda.

Zo gaat dat dus met kleine landen in Europa. Ze worden beleefd aangehoord om vervolgens als irrelevant aan de kant te worden geschoven. Als dan wederom een paar dagen later blijkt dat Nederland volgend jaar zelf wellicht niet eens aan de Europese tekortcriteria kan voldoen, resteert nog slechts leedvermaak. Zoals gisteren op de website euobserver: Nederland, was dat niet het land waarvan The Economist onlangs vaststelde dat het op de ranglijst van landen met economische groei plaats 147 bezette en daarmee alleen nog Gabon, Turkije en Zimbabwe achter zich liet?

Gelijk hebben en gelijk krijgen. Daar ging het ook nu weer om toen minister Zalm ten strijde trok tegen de brekers van het Stabiliteitspact. De regels worden niet nageleefd zeiden de calvinisten uit de lage landen. Eindelijk hebben de politici het weer voor het zeggen, zeiden de pragmatici uit andere landen. Nederland had verschrikkelijk gelijk, vond het zelf. Maar koopt het ook iets met dat gelijk? Niets, behalve schouderklopjes in eigen land van de coalitiepartners. Nederland staat in Europa momenteel aan de zijlijn, maar wel met principes. Nu is dat in de binnenlandse politieke verhoudingen geen onbekende figuur. Met het even principiële als machteloze geluid handhaaft een splinterpartij als de SGP zich ook al bijna een eeuw in het parlement. Nederland is hard op weg de SGP van Europa te worden.

Qua omvang is dat trouwens toch al zo'n beetje de positie van Nederland. Nu telt Nederland ruim 4 procent van de bevolking van de Unie. Na de uitbreiding met tien landen per 1 mei van het komend jaar zal dat percentage zijn teruggebracht tot 3,5 procent. De bescheiden omvang uit zich ook in de krachtsverhoudingen binnen Europa. In de raad van ministers van het nieuwe Europa beschikt Nederland straks over 13 van de 345 stemmen. In het Europees Parlement zal Nederland ten behoeve van de nieuwkomers een aantal zetels moeten inleveren. Of elk land nog een eigen commissaris in de Europese Commissie zal hebben is nog onderwerp van discussie. Voor Nederland hoeft het in elk geval niet. Kortom: in dat almaar groter wordende Europa, marginaliseert Nederland verder. De gang van zaken rond het Stabiliteitspact heeft duidelijk gemaakt hoe de verhoudingen werkelijk liggen als het eropaan komt. Daarom was de harde confrontatie ook zo nuttig: dit is Europa. Een verband waar als het er op aan komt zware machtspolitiek bedreven wordt met als keerzijde gekwetste verliezers. Dan rest er voor zo'n potentiële verliezer een simpele keuze: blijven hameren op het eigen gelijk of proberen coalities te sluiten met anderen waardoor er nog iets van invloed valt te behalen.

Het zou heel goed zijn als het gesprek hierover in Nederland eens goed op gang kwam. In het nationale parlement is Europa voor het merendeel van de Kamerleden nog altijd een andere tak van sport. Die houding wordt bovendien versterkt door de sfeer van onvermijdelijkheid die ervan de Europese integratie uitgaat. Elke keer is er weer het beeld van de rijdende trein die niet valt te stoppen. Op die manier wordt elke lust tot het voeren van een inhoudelijk debat een ieder reeds bij voorbaat ontnomen.

Toch zal alleen het politieke debat Europa werkelijk kunnen legitimeren. Dat gaat onvermijdelijk gebeuren met het referendum over de Europese grondwet. Natuurlijk is een verdragstekst met honderden artikelen een onmogelijk onderwerp om in een digitale voor-tegen-vraagstelling te vatten. Het zal dan ook een afgeleide discussie worden: hoe staat Nederland eigenlijk tegenover Europa? Dat kan al gauw een debat met ongenuanceerde trekken worden. Maar politici die in hun boodschap geloven dienen daarvoor niet bang te zijn. Wie meent een goed verhaal te hebben over Europa en dat vindt nog altijd een grote meerderheid van de Nederlandse politici moet ook durven dat verhaal in stemming te brengen.

Voor het referendum-instrument geldt in feite hetzelfde als voor Europa als geheel. De zaak gaat pas echt leven als er werkelijke keuzes voorliggen en er sprake is van evenwichtig samengestelde macht en tegenmacht. En daarbij wordt die allesoverheersende vraag steeds klemmender: wie maken er ten koste van wat nu werkelijk de dienst uit? Dat zal soms tot harde confrontaties en dito frustraties leiden. Maar dat hoort er nu eenmaal bij. Ooit was Europa een verheven ideaal. Maar Europa is reeds lang een zeer divers samengestelde belangengemeenschap geworden, waar elke millimeter bevochten dient te worden. Dat vergt geen dominees als politici die eindeloos het eigen gelijk koesteren, maar strategische vechters. Meer dan ooit is de inzet van de strijd duidelijk. En welke journalist zou daar nu niet bij willen zijn?

Dit is de laatste bijdrage van Mark Kranenburg op deze plaats. Begin volgend jaar wordt hij correspondent voor NRC Handelsblad in Brussel.

    • Mark Kranenburg