De dood in Karachi

De Amerikaanse journalist Daniel Pearl werd in Pakistan vermoord door extremisten. Twee ongelijksoortige boeken bieden een reconstructie van een troosteloze episode in de oorlog tegen terreur.

Zou Daniel Pearl blij zijn geweest met een vriend als Bernard-Henri Lévy? De Amerikaanse journalist van The Wall Street Journal, die op 31 januari 2002 in Karachi werd vermoord door moslim-extremisten, was een blijmoedige empiricus, een nuchtere verslaggever die was getraind in het checken van feiten en een natuurlijk wantrouwen had tegenover theorieën en speculaties.

Bernard-Henri Lévy daarentegen, Pearls `postume vriend', is een typisch Franse intellectueel, een geëngageerde kosmopoliet die meent dat de wereld juist aan elkaar hangt van theorieën en ideeën, die er altijd bij wil zijn om daar zelf zijn unieke licht op te laten schijnen, en die vaak noch de tijd heeft noch de behoefte voelt om zoiets banaals als simpele feiten na te gaan.

De twee, de Angelsaksische journalist en de Franse denker, hebben gemeen dat ze zich betrokken voelen bij de wereld, en een rusteloze reislust hebben die hen van de ene brandhaard naar de andere voert. Elf september 2001 bracht hen samen, want de 38-jarige Pearl werd, op het terrein van een kinderdagverblijf aan de rand van Karachi, het slachtoffer van de jihad tegen kruisvaarders en joden. Lévy, net als Pearl een geseculariseerde jood met een goede verhouding tot de oude religie, reisde hem achterna voor een `romanquête'.

Dat neologisme is een samentrekking van `roman' en `enquête', onderzoek of nog beter `queeste', en Lévy beoefent dus een aan `new journalism' grenzend hybridisch genre dat Pearl zelf bij The Wall Street Journal waarschijnlijk alleen op straffe van ontslag had kunnen proberen. De feiten van zijn zaak zijn bekend en ontluisterend. Pearl, bezig met een onderzoek naar contacten tussen Pakistaanse extremisten en vliegtuigkaper Richard Reid, in december 2001 overmeesterd bij een poging een schoenbom tot ontploffing te brengen, werd ontvoerd, enkele weken vastgehouden en toen op een barbaarse manier om het leven gebracht door Jemenitische moordenaars: hij werd onthoofd. Een jihad-video van zijn executie was te zien op internet. Vier van de daders, onder wie de lokale leider Omar Saeed Sheikh van de extremistische Jaish-e-Mohammed, werden aangehouden door de Pakistaanse autoriteiten en veroordeeld. De 28-jarige Sheikh, die in Engeland werd geboren en daar studeerde aan de London School of Economics, kreeg de doodstraf. Sheikh onderhield contacten met leden van Al-Qaeda, en maakte 100.000 dollar over naar Mohammed Atta, een van de daders van 11 september. Pearls executie, kort nadat zijn joodse identiteit in een krant was onthuld, werd mogelijk bevolen door extremisten van buiten Pakistan.

Ontreddering

Deze schokkende episode is voor Bernard-Henri Lévy, eind jaren zeventig een van de `nieuwe filosofen' die braken met het marxisme en sindsdien een mediamieke Franse intellectueel, het decor voor een persoonlijke zoektocht naar `de grote strijd van de komende eeuw', de confrontatie tussen religieus moslimfanatisme en het milde, `andere gezicht van de islam'. Hij reisde naar Pakistan, India, Afghanistan en Amerika, sprak met familie en kennissen van Pearl, agenten en politici, en bezocht het huis waar de journalist werd vermoord. Hij onderzocht het werk van Pearl, de achtergrond van zijn moordenaars, hun banden met Al-Qaeda en de schimmige rol van de Pakistaanse inlichtingendienst. De queeste is, half als reportage half als innerlijke monoloog van de auteur, vastgelegd in Wie vermoordde Daniel Pearl?, een boek dat vrijwel tegelijkertijd is verschenen met de herinneringen van Pearls echtgenote, de Frans-Cubaanse radiojournaliste Mariane Pearl. Zij doet in A Mighty Heart in kroniekvorm verslag van haar dagen van ontreddering toen de man met wie ze getrouwd was, en van wie ze zwanger was, niet meer thuiskwam.

Pearls echtgenote en Lévy onderstrepen beiden dat de ontvoering van Pearl niet te wijten was aan onzorgvuldigheid of roekeloosheid van de internationale correspondent. Integendeel, Pearl stelde zelfs eens een concept-document op voor zijn krant over de veiligheid van verslaggevers in brandhaarden, inclusief richtlijnen voor dagelijks contact en geldopnames.

Maar behalve het directe onderwerp hebben deze boeken opvallend weinig gemeen, noch in stijl noch in ambitie. Mariane Pearl heeft een menselijk document gemaakt zonder veel originele inzichten of abstracte vergezichten. Dat maakt haar boek bescheiden, maar ook tamelijk particulier. Ze verweeft haar verslag van de dagen in Karachi na Pearls ontvoering met herinneringen aan hun ontmoeting vier jaar eerder en hun latere leven in verschillende steden waar Pearl door zijn krant werd heengestuurd. Lévy schreef een breed uitwaaierende onderzoeksroman en verweeft de details over Pearl met het drama dat zich sinds 11 september 2001 op het wereldtoneel afspeelt.

Jeugdvrienden

Daniel Pearl en zijn vrouw waren politieke liberals, die geloofden in het belang van interculturele contacten, oog hadden voor concrete mensen en situaties en vertrouwen in de positieve kracht van de islam. Ze behoorden tot de elite, dat is duidelijk, en Mariane Pearls schrijfstijl is beschaafd, ingetogen en wars van sentiment of retoriek. Ze besluit haar boek met een kort overzicht hoe het de hoofdrolspelers in de zaak vergaan is – de Amerikanen en Pakistanen die haar te hulp schoten en in sommige gevallen met pseudoniem worden opgevoerd wegens hun gevoelige posten – en met een keus uit de steunbetuigingen die zij ontving van George Bush en Bill Clinton tot oude jeugdvrienden van Daniel en onbekenden. Familie en vrienden van Pearl hebben inmiddels de Daniel Pearl Foundation opgericht (www.danielpearl.com) die zich ten doel stelt het begrip tussen culturen te bevorderen. Haar boek is opgedragen aan haar zoontje Adam, die in mei 2002 werd geboren.

Dat idee had Lévy ook, en ook Wie vermoordde Daniel Pearl is `voor Adam Pearl'. Maar voor het overige vaart Lévy een radicaal andere koers. Zijn boek is om te beginnen nauwelijks een portret van Daniel Pearl, over wie we in ruim 430 bladzijden niet veel meer levensechte informatie krijgen dan dat hij een `topjournalist' was, voor wie Lévy nu een vriendschap voelt `waarom ik zou kunnen huilen', en dat zijn vrouw Mariane een `Vestaals voorkomen' en `een mooie hals' heeft. Gaandeweg neemt de dode Pearl in de tekst van Lévy zelfs Jezus-achtige proporties aan (`Wisten ze wat ze deden toen ze hem vermoordden?' vraagt hij zich af), ten koste van de menselijkheid die Mariane Pearl weet te raken. Zijn gruwelijke dood was voor Lévy een groots moment, dat het hele werelddrama in zekere zin samenbalde, en wordt door hem op basis van de video (die Mariane Pearl vergeefs uit de publiciteit probeerde te houden) en detail beschreven als een soort moderne versie van de kruisdood. Hier wordt Lévy's boek ronduit obsceen. Hij identificeert zich met Pearl en beschrijft de executie pagina's lang door diens ogen, tot in de laatste seconden.

Ook Lévy's huiveringwekkende schildering van Pakistan is doortrokken van een hang naar schrille tonen en metafysica, een teken hoezeer het sinds 11 september 2001 vrij schieten is voor ontketende cultuurfilosofen die met de politieke correctheid ook meteen intellectuele discipline en gevoel voor nuance hebben afgezworen. Bij zijn aankomst hebben Pakistanen `allemaal een harde, vijandige blik in hun ogen wanneer ik hen passeer [...] de uiterst vreemde gewaarwording van een wereld waarin vrouwen helemaal niet voorkomen'. Karachi zelf is `de woonstee van de Duivel', een `zwijgende hel', een wildernis vol terroristen, corrupte politici, spionnen en religieuze extremisten die van het land een acutere bedreiging voor de wereldvrede maakt dan het vermolmde bewind van die `tiran in zijn nadagen', Saddam Hussein.

De moord op Pearl, is Lévy's hypothese, was dan ook niet het werk van geïsoleerde extremisten, maar `een staatsmisdaad', gepleegd met medeweten van Al-Qaeda en de Pakistaanse inlichtingendienst, die samen kwade zaak maken in het fabriceren van een islamitisch kernwapen. Pearl zou die poging op het spoor zijn gekomen en daarom zijn vermoord.

Voor die stelling, vervat in een reeks retorische vragen en `mogelijkheden', geeft Lévy geen bewijs, al put hij zich uit in circumstantial evidence (doorgaans uit openbare bronnen) over de banden van de Pakistaanse overheid met jihadisten (niet verwonderlijk, gezien het conflict met India over Kashmir). Dat alles moet de onderbouwing zijn van de volgende pontificale uitspraak, een van de laatste van het boek: `Ik beweer dat Pakistan de grootste schurkenstaat is van alle huidige schurkenstaten.'

Wie weet. Maar van een publicist die zich zo laat meeslepen door zijn behoefte aan groots en meeslepend leven in een gevaarlijke wereld, valt die boodschap moeilijk voetstoots aan te nemen.

Bernard-Henri Lévy: Wie vermoordde Daniel Pearl? Vertaald door Zsuzsó Pennings.

Voltaire, 432 blz. €25,–

Mariane Pearl, met Sarah Crichton: A Mighty Heart. The Brave Life and Death of my Husband Daniel Pearl. Virago, 278 blz. €19,90

    • Sjoerd de Jong