Ademloos kijken de kleuters toe

In een afgelegen landhuis wordt eens in de twee jaar een handvol Sinterklazen voorbereid op het echte werk. Vandaag was het showtime. ,,Het is een serieuze aangelegenheid. Ze gelóven in je.''

Twee straten verder waren ze om half negen al te horen: een paar honderd kinderen zingen op het schoolplein: `Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht'. De kleintjes klampen zich aan hun moeder vast. Verstoppen hun gezicht in haar kraag als Sinterklaas en zijn vier Pieten de hoek om komen. ,,Dag lieve kinderen'', zegt Sinterklaas terwijl hij de handjes schudt. ,,Wat fijn dat jullie er allemaal weer zijn. Hoofdpiet! Geef deze kinderen eens wat lekkers.''

Een kwartier later zitten tachtig kleuters gespannen in de gymzaal van Montessori-basischool Valkenbos in Den Haag. De versierde stoel staat klaar. Op de gang moet Sint diep bukken, zodat de kinderen van de school ernaast, die ook een Sint op bezoek hebben, hem niet zien en in verwarring raken. Eerst rennen de Pieten de gymzaal in, dan schrijdt Sinterklaas binnen. Ademloos kijken de kleuters toe. Op hun hoofd zelfgemaakte mijtertjes en Pieten-mutsen met hun naam. Dáár is de Sint. Dag Eva, dag Nina, groet hij. Sint kent iedereen.

Sinds 1983 is Ruud Petow (55) dé Haagse Sinterklaas. Van de intocht in Scheveningen tot vandaag. Als chef van de Haagse verkeerspolitie begeleidde hij een aantal intochten en vond het machtig mooi. Bij de bereden politie had hij leren paardrijden en hij vond toneelspelen leuk. ,,Ik heb me aangeboden.'' Nu is hij hoofdinspecteur en vindt het een ,,ongelooflijk genoegen'' er voor al die kinderen te zijn. ,,Het is een serieuze aangelegenheid. Ze gelóven in je.'' De rol past bij Petow. Hij is lang en slank en heeft een donkere stem. Een statige, maar vriendelijke uitstraling. Ongetwijfeld zou hij een mooi getuigschrift krijgen op de Sint-en-Piet-cursus van het Sint Nicolaasgenootschap Nederland. Op basisschool de Witte Werf in Rotterdam vertelde voorzitter en cursusleider Bert Jansen eerder hoe eens per twee jaar een handvol Sinterklazen en een stuk of twintig Pieten in een afgelegen landhuis worden voorbereid op het echte werk. ,,Sinterklaas moet je niet spelen, je moet het zíjn'', zegt Bert Jansen. ,,Kinderen voelen het verschil meteen.'' Belangrijk cursusonderdeel: `Sint en het kind'. Jansen: ,,Kinderen zien je als vertrouwenspersoon. Ze geven je hun verlanglijstje, maar leggen ook hun problemen voor; het onder water zwemmen gaat nog niet zo goed. Ze hebben vaak ruzie met hun zusje. Of Sint niet kan helpen. Daar moet je serieus op ingaan.'' Petow is het daar helemaal mee eens. Soms zijn de vragen lastig. Zoals die van dat jongentje dat een nieuwe papa vroeg. ,,Nee, lieverd, een nieuwe papa kan ik je niet geven'', antwoordde hij. ,,Je moet oprecht blijven.''

Bange kinderen vereisen ook speciale behandeling. Bert Jansen: ,,Sinterklaas wordt vaak door ouders als dwangmiddel gebruikt: `Als je je bord niet leeg eet, ga je mee in de zak naar Spanje.' Ga niet met de ouders in discussie, maar probeer de angst te neutraliseren. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: `Sint eet ook niet altijd zijn bord leeg, hoor'.''

[Vervolg SINTERKLAAS: pagina 2]

SINTERKLAAS

'Ook allochtone kinderen zijn dol op Sinterklaas'

[Vervolg van Pagina 1]

Ouders willen ook nog wel eens in de weg lopen bij het bezoek van Sint aan school. De ouders van de Valkenbosschool zingen enthousiast mee, en gaan er daarna vandoor. Maar niet overal zijn de ouders zo makkelijk weg te sturen. Op een basisschool in Rotterdam konden ze daarom het feest vanuit de lerarenkamer op een videoscherm volgen. Op een andere Haagse basisschool kregen ouders vantevoren per brief instructies – ,,een verzoek van de Sint is een plicht''. Dat moet wel, zo schrijft de directeur, want ,,Sint voelde zich vorig jaar wat beklemd in de bomvolle zaal waar naar zijn gevoel meer ouders dan kinderen aanwezig waren''. Het worden ook elk jaar meer, twee ouders per kind is geen uitzondering.

Dus: ,,Er mag niet gefotografeerd of gefilmd worden.'' En: ,,Ouders gaan in geen geval door de hoofdingang naar binnen.'' Plus: ,,Het is niet toegestaan kinderwagens en/of buggies mee te nemen.'' Kinderen die nog niet op school zitten mogen wel worden meegenomen, maar kunnen niet tussen de schoolkinderen worden geplaatst: ,,Jongere broertjes/zusjes moet u bij u houden.''

Lastig voor Sint zijn ook de twijfelaars. Bestaat Sint nou echt, of toch niet? ,,Vertel kinderen die twijfelen niet plompverloren dat het allemaal een spel is, maar laat ze het zelf ontdekken'', zou Bert Jansen ouders adviseren. ,,Ze gaan vanzelf vragen stellen. Antwoordt eerlijk, maar zeg niet meer.'' Twijfelaars weer voor zich winnen, vindt Petow het mooiste dat er is. ,,Je spreekt ze aan met hun naam, die staat op hun muts, en ze zijn weer voor een jaar binnen. De Paus kan er jaloers op zijn.''

Geluiden over allochtone jongeren die Sinterklazen zouden pesten, vindt Petow overtrokken. ,,Het zijn misschien enkele incidenten. Ik ga jaarlijks door de meest allochtone wijken van Den Haag, last heb ik nog nooit gehad. Allochtone kinderen vinden Sinterklaas net zo leuk als Nederlandse kinderen.''

Het enige waar Bert Jansen bang voor is, zijn de beunhazen: de Sinterklazen met een pluk watten op hun kin en een tafelkleed om hun schouders. Een degradatie voor het sinterklaasgebeuren, vindt hij. Hij wil het best nog wel een keer zeggen: ,,Sinterklazen, zorg voor een mooi en passend kostuum.'' De ring hoort om de rechterhand, de staf in de linker, met de krul naar voren. ,,En nette zwarte schoenen. Alstjeblieft geen gympen.''

SINTERKLAASWEDSTRIJD: pagina 24

    • Sheila Kamerman