Zalms doorzichtige truc met islam-scholen

De VVD hecht terecht grote waarde aan de scheiding van kerk en staat en beschouwt dit beginsel als een van de grote verworvenheden van de westerse beschaving, of in ieder geval als een van de kernwaarden van de Nederlandse cultuur. Ruim tien jaar geleden zei voormalig VVD-leider Bolkestein reeds dat hierover niet gemarchandeerd mag worden. Hij deed deze uitspraak in het kader van het `minderhedendebat' en suggereerde dat hordes moslims klaar stonden om deze pijler van de Nederlandse rechtsorde te slechten.

Maar nu groepen moslims op een wijze die de VVD niet zint gebruik maken van de mogelijkheden die de rechtsorde hun biedt, blijkt deze partij helemaal niet zo beginselvast: de voorstellen die VVD-minister Zalm afgelopen zondag op een partijbijeenkomst deed zijn namelijk een flagrante schending van het principe van scheiding van kerk en staat.

Dit principe, dat overigens als zodanig niet in onze grondwet is opgenomen, heeft twee dimensies. De eerste is dat er geen kerk of religieuze organisatie is die gezag heeft over de staat en de tweede is dat de staat de vrijheid van godsdienst waarborgt en neutraliteit betracht ten opzichte van verschillende kerken, denominaties en godsdienstige richtingen. De overheid mag dus niet bepaalde godsdiensten of godsdienstige organisaties voortrekken of achterstellen.

Maar dit laatste is nu precies wat de VVD-bewindsman Zalm beoogt, daarbij gesteund door de overgrote meerderheid van de Tweede-Kamerfractie van de VVD. Hij wil de oprichting van nieuwe islamitische scholen verhinderen. Maar omdat het politiek niet haalbaar is om te tornen aan het systeem van het Nederlandse gesubsidieerde bijzondere onderwijs, komt hij met een schijnbaar ingenieuze juridische truc: nieuwe bijzondere scholen mogen niet worden opgericht als deze te veel leerlingen met een officiële achterstandsstatus zouden hebben. Aangezien kinderen van allochtone ouders deze status per definitie hebben, is het resultaat gegarandeerd: een verbod op de oprichting van islamitische bijzondere scholen.

De truc is erg doorzichtig. In de uitleg van het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel is het een vast principe dat ook van discriminatie sprake is als een maatregel weliswaar geen uitdrukkelijk onderscheid maakt op grond van afkomst, religie, geslacht e.d., maar in haar toepassing bepaalde groepen onevenredig zwaar treft. Dit is hier het geval.

Sterker nog, Zalm geeft ook grif toe dat hij dit juist beoogt. Zijn voorstel komt er daarom op neer dat de staat zijn neutraliteit ten opzichte van de verschillende godsdiensten opgeeft en islamitische scholen achterstelt bij niet-islamitische (christelijke of joodse) scholen. En daarmee schendt hij het principe van scheiding van kerk en staat.

Wil je beleid gaan voeren dat in strijd is met `de kernwaarden van de samenleving' dan moet je wel met hele sterke argumenten komen. Maar daar ontbreekt het aan. Zalm is er ,,rotsvast'' van overtuigd dat ,,islamitische scholen slecht zijn voor de integratie''.

Dit is overigens nooit overtuigend aangetoond. Maar belangrijker is dat de voorstellen geen enkele bijdragen kunnen leveren aan een oplossing van het probleem van de segregatie in het onderwijs. Het gaat om een zeer kleine groep leerlingen: er zijn nog geen veertig islamitische basisscholen (op een totaal van zo'n acht à negenduizend) en twee scholen voor voortgezet onderwijs. Bovendien is het draagvlak onder islamitische ouders niet heel erg groot.

Het voorstel van de VVD-top leidt tot een ongerechtvaardigde aantasting van één van de belangrijkste principes van het Nederlandse staatsbestel en kan niet anders gezien worden dan als een nieuwe fase van de liberale kruistocht tegen de islam en het islamitische onderwijs.

Prof.dr.mr. Ruud Peters doceert islam en islamitisch recht aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Ruud Peters