Tien drogredenen voor apart onderwijs

1. Een school moet een afspiegeling zijn van de wijk.

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is het merendeel van de scholen een afspiegeling van de samenstelling van de buurt. `Zwarte' scholen (behalve islamitische scholen) zijn zwart omdat de wijken eenzijdig zijn samengesteld. Het heeft daarom geen zin om naar een dergelijke afspiegeling te verkondigen als een oplossing voor het segregatieprobleem.

2. Er wordt eenzijdig de nadruk gelegd op niet-westerse allochtonen. De Britse, Amerikaanse, joodse en Japanse scholen bestaan uit een homogene groep. Hoewel de kinderen uit genoemde nationaliteiten niet of nauwelijks Nederlands spreken, zien we deze vorm van segregatie niet als een probleem.

Dat klopt. Deze allochtonen zijn geen doelgroep van het integratiebeleid. Hun sociaal-economische positie is veel sterker dan die van de etnische minderheden die in aanmerking komen voor het integratiebeleid. Hoewel er sociaal-culturele verschillen bestaan tussen deze afzonderlijke groepen en de autochtone Nederlanders is de afstand veel minder dan die tussen niet-westerse allochtonen en de autochtone Nederlanders.

3. Segregatie is een feit. We moeten de etnische tweedeling accepteren: de overheid kan weinig doen tegen het steeds groter wordende onderscheid tussen witte en zwarte scholen. Een poging de segregatie met spreiding van leerlingen over de scholen te veranderen, zal niet werken. De overheid kan evenmin de uit segregatie voortvloeiende `witte vlucht' bestrijden. Steeds meer autochtone ouders plaatsen hun kinderen op scholen buiten de binnensteden, waardoor scholen daar moeten sluiten.

Dit is een gevaarlijke drogreden omdat de overheid van haar taak als bestrijder van segregatie en bevorderaar van integratie wordt ontheven. Bovendien benadeelt dit argument de etnische minderheden onevenredig omdat zíj degenen zijn met de grootste achterstand. Liberalen die voorstanders zijn van een overheid die op de juiste momenten optreedt, zullen het met de VVD eens zijn dat vooral nú het moment is dat de overheid alles op alles moet zetten om de integratie van etnische minderheden te bevorderen. Op bestaande zwarte scholen moeten de leerprestaties en de veiligheid van leerlingen en leerkrachten worden gewaarborgd. De rijksoverheid moet segregatiebevorderende factoren op `witte' scholen in kaart brengen en deze actief bevorderen. In plaats van meer geld te investeren in `zwarte' scholen, of `witte' scholen te ontzien, zou de rijksoverheid scholen die naar een gemengde populatie streven kunnen belonen met extra geld en voorzieningen. Verder moet de rijksoverheid in samenwerking met gemeenten en woningbouwcorporaties streven naar gemengde wijken. Alleen als gemengde wijken tegelijk worden gerealiseerd met gemengde scholen kan integratie op de lange termijn succesvol zijn.

4. Artikel 23 van de Grondwet is een liberaal goed.

Dat is niet het geval. In 1917 is als gevolg van de schoolstrijd een deal gesloten tussen de liberalen en de confessionelen. De liberalen waren aanvankelijk tegen deze vorm van overheidsbekostiging van bijzondere scholen juist omdat ze heel erg hechten aan de scheiding van kerk en staat. Maar ook wegens het antiliberale karakter dat inherent is aan religies. Artikel 23 is geheel in de stijl van de zogeheten pacificatie (Lijphart) tot stand gekomen als een compromis en ten koste van het principe van scheiding kerk en staat. De liberalen van toen maakten een afweging tussen het krijgen van een meerderheid voor het algemeen (mannen-) kiesrecht en het schenden van het principe van kerk en staat. Ze kozen voor de eerste en hielpen de confessionelen van toen aan artikel 23 uit pragmatisme en niet uit overtuiging.

5. Het stellen van aparte eisen aan bijzondere scholen met een religieuze grondslag is in strijd met artikel 23.

Deze stelling is onjuist. De Grondwet (art. 23 lid 7) biedt voldoende ruimte aan de wetgever om eisen te stellen aan het onderwijs. Naast de grondwet biedt de wet in formele zin ook voldoende ruimte aan de wetgever om de stichtings- en de opheffingsnormen zo in te kleden dat er niet alleen aan de eisen van degelijkheid en deugdelijkheid, maar ook aan de eisen van het voorkomen van achterstand in het onderwijs en het tegengaan van segregatie tot stand komt.

6. Wie zich tegen de toename van islamitische scholen verzet is bezig met een `kruistocht' of `hetze' tegen de islam en wordt beschuldigd van verschillende vormen van intolerantie tegen een religieuze minderheid of een etnische minderheid.

Deze stelling is niet alleen onjuist maar ook onzakelijk. Islamitische scholen bestaan louter uit achterstandskinderen. Vaak zijn het scholen met een leerlingenpopulatie van één etniciteit. Als er leerlingen uit verschillende etnische afkomst op die scholen zitten dan behoren ze allen tot de groepen die object zijn van het integratiebeleid. Islamitische scholen komen niet tot stand omdat de wijk in de loop der tijd `zwart' is geworden maar men sticht deze doelbewust op basis van levensbeschouwing een school die gemiddeld voor 96 procent uit achterstandskinderen bestaat. Deze vorm van bewuste vrijwillige apartheid is niet bevorderlijk voor de integratie.

7. Doordat de VVD zich kritisch opstelt tegen islamitische scholen, zullen tegenstellingen worden aangescherpt en de oprichting van nieuwe islamitische scholen worden gestimuleerd, omdat mensen uit andere culturen zich onveilig gaan voelen.

Dit is merkwaardig. Men veronderstelt een causaal verband tussen kritiek leveren op een situatie van achterstelling door middel van `zelfsegregatie' en het gevolg van achterstand. In de praktijk hoeft de stichting van islamitische scholen weinig stimulering. Er liggen momenteel tientallen aanvragen in behandeling bij de diverse gemeenten. Gezien de demografische ontwikkeling van moslims in Nederland zal het verschijnsel zich verder uitbreiden.

8. Dat scholen `zwart' zijn, zegt niets over kwaliteit. `Witte' ouders hebben bepaalde beelden in hun hoofd van zwarte scholen. Alsof de kwaliteit ervan minder zou zijn.

Het rapport van de inspectie van onderwijs getiteld `Islamitische Scholen Nader onderzocht' geeft onomwonden toe dat ,,de pedagogisch-didactische kwaliteit op veel scholen te wensen overlaat''. Ook wijst de inspectie op de bestuurlijke kwetsbaarheid van het islamitisch onderwijs. Gezien de achtergrond van kinderen die op zwarte en islamitische scholen zitten is het logischer om juist de voorwaarden die tot het inhalen van achterstanden kunnen zo goed mogelijk te scheppen en niet deze kwetsbare groep over te laten aan ongeschikte besturen.

9. De door Zalm voorgestelde maatregelen om islamitische scholen tegen te gaan zijn in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Het hangt er vanaf uit wiens belang je naar de werkelijkheid kijkt. Als men zich beperkt tot de wens van islamitische ouders en deze vergelijkt met katholieke of protestantse ouders, dan lijkt het op het eerste gezicht alsof er sprake is van ongelijke behandeling in een gelijke omstandigheden. Wie breder naar het probleem kijkt en zoals Zalm redeneert vanuit het belang van het kind, ziet dat het niet in het belang is van het individuele kind om afgesloten te worden van de samenleving waarin dit kind opgroeit. Sterker nog op basis van de achterstand die het allochtone kind heeft krijgen zogeheten zwarte scholen waaronder ook islamitische scholen extra geld om die achterstand op te heffen.

Er is een tweede argument om vanuit het liberale verheffingsgedachte te kijken naar de mogelijkheden die het gelijkheidsbeginsel biedt. Artikel 1 van de Grondwet, dat een gebod tot gelijke behandeling en verbod van discriminatie inhoudt, verplicht tot het opheffen van de tweedeling tussen witte en zwarte scholen. Een dergelijke conclusie is voor de eerste maal getrokken door het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten in de historische uitspraak Brown versus Board of Education uit 1954. Bij die gelegenheid bepaalde het Hof dat etnische tweedeling in het onderwijs vooral bij zwarte kinderen kan leiden tot het gevoel inferieur te zijn en daarom in strijd is met het discriminatieverbod. Bijna vijftig jaar na dato wordt deze uitspraak in de internationale juridische gemeenschap nog steeds beschouwd als een gezaghebbende uitleg van het discriminatieverbod. Het beginsel dat in de uitspraak is neergelegd, zou ook in de Nederlandse rechtsorde toepassing moeten vinden. Daarvoor is te meer aanleiding nu concentratiescholen kampen met achterstanden, terwijl dat in de VS niet het geval was. Het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod schrijven voor dat achterstanden, in het bijzonder als ze met etnische kenmerken samenvallen, worden bestreden en opgeheven. Het samenvallen van etnische kenmerken en structurele achterstanden heeft zulke vormen aangenomen in Nederland dat een urgent overheidsoptreden noodzakelijk is. Dit overheidsoptreden moet enerzijds gericht zijn op het corrigeren van datgene wat in de loop der tijd misgegaan is. Op naar een gemengd onderwijs, dus. Anderzijds moeten we alles op alles zetten dat we niet meewerken aan het ontstaan van nieuwe situaties (scholen en wijken) die de groei van een etnische onderklasse bevorderen.

10. Islamitische scholen bevorderen de integratie.

Deze stelling hangt samen met de gebezigde definitie van integratie. De `multi-culti's' en moslimconservatieven verdedigen `integratie met behoud van eigen identiteit'. Deze groepsbenadering is de afgelopen dertig jaar toegepast. Op islamitische scholen zitten er in de regel kinderen uit etnische minderheden (vaak uit een etniciteit) met een (taal)achterstand. Wie zich verder verdiept in het leven van deze kinderen, ontdekt ook nog eens dat veel van hen opgroeien in eenzijdige etnisch samengestelde wijken. Kijken en luisteren naar media met de schotelantenne gericht op het thuisland van de ouders en elk jaar met vakantie worden meegenomen door diezelfde ouders naar het land van herkomst.

Daarom sta ik voor een visie die het individu als uitgangspunt heeft. Op basis van gemengd onderwijs tussen allochtonen en autochtonen, moslims en niet-moslims wil ik het individuele kind alle mogelijke kansen bieden om zijn/haar toekomst in Nederland zo succesvol mogelijk te maken. Het scheppen van die voorwaarden is de overheid aan het individu verplicht.

WWW.NRC.NL/DISCUSSIE: Tast Zalm fundamentele waarden aan, of bevordert hij juist integratie?

Ayaan Hirsi Ali is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van de VVD.

    • Ayaan Hirsi Ali