Stabiliteitspact

Het parlement heeft het kabinet lof toegezwaaid over zijn recente optreden in de affaire rond het Stabiliteitspact van de EU, in hardnekkig verzet tegen de te grote financieringstekorten van Duitsland en Frankrijk, met de eis van harde straf.

Dat optreden getuigde echter wel van beginselvastheid maar niet van staatsmanschap. Het had niet veel zin om een gevecht aan te gaan waarvan men wist dat men het zou verliezen, en om daarmee bewust de problemen op de spits te drijven, waarvan de gehele EU veel last zou hebben. Tenzij men een verborgen agenda had waarin dat juist goed paste. Zocht men een aanleiding om de macht van de grote EU landen op de proef te stellen? Dat is geloof ik niet het geval.

Laten we een onderscheid maken tussen de inhoudelijke kwestie van het overschrijden van het maximumtekort van 3 procent en het politieke probleem dat die regel straffeloos is overtreden. Dat laatste is veel ernstiger dan het eerste. Getuige een eerdere enquête van NRC Handelsblad vonden ook in Nederland vele economen het geen slecht idee om in de huidige slechte economische omstandigheden het financieringstekort wat op te rekken, onder voorwaarde dat onder betere economische omstandigheden de reductie van tekorten navenant hoger zou zijn.

Dit laatste werd dezer dagen ook voorgesteld door de Franse minister van Financiën. Het was beter geweest, en had van meer staatsmanschap getuigd, als Nederland het initiatief had genomen tot, of ten minste was meegegaan in een gezamenlijk besluit van de EU om de inhoud van het pact in deze richting om te buigen. Dat had geleid tot een verbetering van het pact, en het had de prestigeslag over het verbreken van de regels vermeden.

Het zal wel vaker voorkomen dat men regels opstelt die men bij nader inzien wil veranderen. Er waren voor die verandering goede redenen, ook al waren die in strijd met de overwegingen van minister Zalm. Nederland, in zowel regering als parlement, heeft weer eens laten zien beter te zijn in drammerigheid dan in staatsmanschap.