Particulieren starten nieuw aankoopfonds

Het Rijksmuseum kan voortaan een beroep doen op het nieuw opgerichte Johan Huizinga Fonds bij aankopen van historische voorwerpen. Dat maakt het museum morgen bekend.

Het nieuwe fonds, dat drie weken geleden officieel werd opgericht, heeft als doelstelling steun te verlenen aan, zoals het in de oprichtingssakte heet, ,,de optimale presentatie van het cultureel-historisch erfgoed van Nederland in het Rijksmuseum''. Het Johan Huizinga Fonds zal financiële bijdragen leveren ten behoeve van aankoop, restauratie, tentoonstellingen en onderzoek. Stichter van het fonds op naam is Menno Witteveen, die aan het hoofd staat van een investeringsmaatschappij. Witteveen is historicus en publiceerde vorig jaar een boek over de oprichting van de VOC.

Het fonds heeft de naam gekregen van een van Nederland grootste historici, Johan Huizinga. Die naamgeving is, aldus het hoofd van de Afdeling Nederlandse Geschiedenis dr. Kees Zandvliet, meer dan een eerbetoon alleen aan Huizinga. In de jaren twintig van de vorige eeuw zijn er lange discussies geweest over de vraag of in het Rijksmuseum een aparte afdeling geschiedenis moest komen, of dat kunst en geschiedenis gezamenlijk moesten worden opgesteld. Huizinga stond voor die laatste visie, maar de esthetische richting won. Onder leiding van de toenmalige directeur F. Schmidt-Degener werd een traditie ingezet waarbij alles wat niet tot de `hoge kunst' behoorde werd geweerd uit de afdelingen die gewijd waren aan schilderkunst, beeldhouwkunst en kunstnijverheid. Huizinga vatte dat samen met de woorden: ,,Men purgeert het lichaam der kunst, en wat afvalt is historie''.

Die situatie is zo gebleven, maar met de op handen zijnde verbouwing en herinrichting van het Rijksmuseum komt daar verandering in. Het Rijksmuseum heeft nu principieel gekozen voor een ,,geïntegreerde opstelling'', waarbij kunst en geschiedenis samen een cultuurhistorisch verhaal moeten vertellen.

Het aankoopbudget voor kunst van het Rijksmuseum is altijd vele malen hoger geweest dan dat voor historische voorwerpen, dat dit jaar nihil was, en de jaren daarvoor ca. 50.000 euro bedroeg. Dat betekende ook dat externe fondsen minder snel over de brug kwamen met aanvullende gelden voor een historische aankoop.

Het Johan Huizinga Fonds, door Witteveen mede met het oog op de nieuwe opstelling in het leven geroepen, beschikt voorlopig over 50.000 euro. Dit bedrag zal in de toekomst worden aangevuld. Hoofd van de Afdeling Nederlandse Geschiedenis Zandvliet verwacht dat het accent van nieuwe aankopen waarbij een beroep op het Johan Huizinga Fonds zal worden gedaan vooral gaat vallen op het gebied van de twintigste eeuw. Daar zitten nog vele lacunes in de museumcollectie.

    • Roelof van Gelder