Nederland moet het goede voorbeeld geven

De zwakke plekken van het Stabiliteitspact zijn sinds vorige week voor iedereen zichtbaar. Hopelijk is volgend najaar, tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU, de tijd rijp voor betere spelregels, betoogt Lans Bovenberg.

Het vertrouwen in Europa heeft de afgelopen week een flinke deuk opgelopen. Duitsland heeft de spelregels overtreden door in het strafschopgebied hands te maken. De scheidsrechter, de Europese Commissie, heeft voor een strafschop gefloten, maar wordt vervolgens teruggefloten door een ruime meerderheid van de spelers. Spelverruwing dreigt. De toeschouwers, de Europese burgers, fluiten de spelers uit en dreigen zich massaal af te keren van deze wanvertoning. Veel Nederlanders herinneren zich de legendarische woorden van Herman Kuiphof na het winnende doelpunt van Duitsland in de WK-finale van 1974: ,,Zijn we er toch ingetuind?''

Terwijl het vertrouwen van de financiële markten blijkens de recente records van de koers van de euro ten opzichte van de dollar vooralsnog ongeschonden is, bereikt het vertrouwen van Nederlanders in de euro een dieptepunt. De euro dreigt het symbool van onbetrouwbaarheid te worden. En dat is het ergste wat een munt kan overkomen. Geld ontleent haar waarde immers aan vertrouwen.

Europese samenwerking rust op onderlinge afspraken. De geloofwaardigheid van die onderlinge beloften verdampt nu het recht van de sterkste lijkt te regeren. Dit geldt zeker nu de reputatie van de hoeder van die afspraken, de Europese Commissie, is geschaad omdat de lidstaten de inhoudelijke aanbevelingen van de Commissie aan het adres van Duitsland en Frankrijk hebben weggestemd. Dit alles resulteert in stuurloosheid, waarbij Europese afspraken steeds meer voor kennisneming worden aangenomen.

De verleiding voor Nederland is groot zich terug te trekken uit het Europese spel, de gulden weer in te voeren, en tegen de grondwet te stemmen. Deze emotionele reactie is onverstandig. Als kleine handelsnatie drijft onze welvaart op verdere Europese integratie met eerlijke spelregels. Nederland heeft daarom groot belang bij gezaghebbende scheidsrechters die Europese afspraken afdwingen. Daarom moet de nieuwe grondwet de posities van de Europese instellingen, zoals de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank, versterken. Lidstaten dienen minder eenvoudig aanbevelingen van de Commissie weg te kunnen stemmen. Op dat punt moet ons land het vetorecht zoveel mogelijk behouden. Nederland moet bereid zijn macht uit handen te geven, maar dan wel aan de Europese instellingen in plaats van de grote landen. Checks and balances met sterke, onafhankelijke scheidsrechters zijn de beste waarborg dat de belangen van minderheden en kleine landen worden beschermd en de eigendomsrechten van ons pensioenvermogen veilig zijn. Dit vereist dat de legitimiteit en het gezag van Europese instellingen wordt versterkt door betere bestuursstructuren en meer democratische legitimatie en transparantie.

De grote landen beweren dat de huidige, rigide spelregels van het Stabiliteitspact een beetje dom zijn. Alle landen zouden uiteindelijk baat hebben bij het ontbinden van dit inefficiënte contract. Nederland houdt vooralsnog vast aan het adagium `afspraak is afspraak'. Dat is verstandig. Een time-out voor een afkoelingsperiode is op zijn plaats. Aanpassen van de spelregels als die gaan knellen voor de grote spelers terwijl kleine landen als Ierland en Portugal wel zijn gestraft voor het overtreden van die spelregels tast bij voorbaat de geloofwaardigheid van elke nieuwe spelregel aan. Spelregels moeten niet worden aangepast als ze worden overtreden. Nieuwe afspraken maken als Duitsland in het defensief is, vraagt om moeilijkheden. Het is beter daarmee te wachten tot Duitsland het zelfvertrouwen herwonnen heeft.

De reactie van de Duitse publieke opinie op de recente gebeurtenissen geeft aan dat het Duitse volk nog steeds dezelfde waarden koestert als het Nederlandse wanneer het de financiële stabiliteit binnen Europa betreft. Herstel van de succesvolle tandem met Duitsland is daarom op termijn mogelijk. Een geloofwaardig Stabiliteitspact dat gedisciplineerd economisch beleid afdwingt is uiteindelijk ook een Duits belang. Datzelfde geldt voor de ministers van Financiën van de andere EMU partners. Een sterk Stabiliteitspact helpt hen bij het versterken van binnenlandse instituties die financiële en budgettaire discipline afdwingen.

Hopelijk is over een jaar tijdens het Nederlands voorzitterschap de tijd rijp voor nieuwe afspraken over het Stabiliteitspact. Nederland dient zich daarom te bezinnen op betere spelregels. Dat de huidige afspraken slechts beperkte economische betekenis hebben, blijkt uit de bedaarde reacties van de financiële markten op de schending van het Stabiliteitspact. Het onvermogen van Duitsland en Frankrijk om hun economieën te flexibiliseren vormt een grotere bedreiging voor Europa dan de huidige begrotingstekorten. Deze tekorten zijn een symptoom in plaats van de oorzaak van de structurele problemen waarmee Europa kampt. Tot op heden hebben de begrotingsnormen deze landen gestimuleerd om gewenste structurele hervormingen door te voeren. Of dit nu nog het geval is, valt te betwijfelen.

De gebeurtenissen van de afgelopen week hebben de zwakke punten van het Stabiliteitspact blootgelegd. In de eerste plaats bieden de afspraken onvoldoende waarborg dat lidstaten vette jaren benutten om budgettaire reserves aan te leggen voor de magere jaren en dat landen hervormingen doorvoeren die de structurele budgettaire onevenwichtigheden voorkomen. Meer flexibiliteit in een neergaande conjunctuur moet daarom samengaan met meer discipline in een hoogconjunctuur met betrekking tot het bredere economische beleid.

In de tweede plaats zijn de huidige afspraken slecht afdwingbaar en dus ongeloofwaardig. Hier wreekt zich het ontbreken van een politieke unie, inclusief gezaghebbende Europese instellingen die afspraken kunnen afdwingen. Daarom zijn de huidige budgettaire afspraken sterk juridisch van aard en rigide en doen ze onvoldoende recht aan de specifieke omstandigheden van elk land. Er is (nog) geen draagvlak voor een scheidsrechter die de geest van de spelregels interpreteert zonder de wedstrijd dood te fluiten. Heeft Duitsland nu bijvoorbeeld opzettelijk hands gemaakt of betreft het aangeschoten hands als gevolg van het overnemen van de failliete Oost-Duitse boedel?

Bij het formuleren van nieuwe spelregels is het meer dan ooit van belang het goede voorbeeld te geven. Ons land moet zijn gezag terugwinnen na enkele jaren van politieke stuurloosheid als gevolg van de opkomst en dood van Pim Fortuyn en economische stagnatie als gevolg van de oververhitting onder Paars II. Nederland moet het voortouw nemen bij de uitvoering van de agenda van Lissabon, waarbij Europa de VS naar de kroon wil steken als meest dynamische kenniseconomie. Houdbare openbare financiën in het zicht van de vergrijzing vereist het flexibiliseren van de arbeidsmarkt, een hogere en flexibelere pensioenleeftijd, het moderniseren van de publieke sector, betere faciliteiten voor het combineren van arbeid en zorg gedurende de gezinsfase, en gerichte solidariteit met degenen die aan het begin en het einde van het leven staan: kwetsbare ouderen en kinderen. Laten zien dat goed beleid werkt, is productiever dan Europa de les lezen. Door het ontwikkelen van een binnen Europa breed gedragen visie over verstandig beleid kan een klein land toch invloedrijk zijn. Zo'n visie legitimeert ook een centrale Europese autoriteit die de kwaliteit van het budgettaire beleid beoordeelt.

De bescherming van private eigendomsrechten, budgettaire stabiliteit alsmede geloofwaardige Europese afspraken staan of vallen met brede steun van gewone Europese burgers voor financiële en budgettaire stabiliteit en de waarden van discipline, eerlijkheid en transparantie. Deze geïnternaliseerde waarden en de daarop gebaseerde stilzwijgende normen zijn uiteindelijk belangrijker dan juridische contracten. Zo wordt flexibiliteit namelijk verzoend met discipline omdat lidstaten uit vrije wil handelen in de geest van de gezamenlijke normen. De waarde die de Europese kenniseconomie creëert wordt bepaald door een gedeelde cultuur van betrouwbaarheid waarbinnen diversiteit en de daarbij horende onderlinge politieke en economische ruil kunnen bloeien. Dat bepaalt uiteindelijk ook de waarde van de Europese eenheidsmunt.

Lans Bovenberg is hoogleraar financieel economisch beleid aan de Universiteit van Tilburg en directeur van het Center for Economic Research (CentER) aan diezelfde universiteit.

    • Lans Bovenberg