Met projecten in Polen haalt Nederland `Kyoto'

Het halen van `Kyoto' is geen eitje. Toch zal het Nederland wel lukken, stellen klimaatexperts van het RIVM en staatssecretaris Van Geel. ,,Wij zijn een van de weinige landen in Europa die hun afspraken nakomen.''

Niemand hoeft zich zorgen te maken, Nederland komt wel degelijk de afspraak na om de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 te verminderen tot 6 procent onder de uitstoot in 1990. Dat was de boodschap van staatssecretaris Pieter van Geel (Milieu) gisteren tijdens een werkbezoek aan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) in De Bilt en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven. ,,Ik ben optimistisch over de vraag of we Kyoto halen'', aldus de bewindsman. ,,Wij zijn in Europa een van de weinige landen die hun afspraken nakomen. Zie ook de discussie over het Stabiliteitspact. Wij hebben een goede reputatie in bestuurlijke betrouwbaarheid. Die zullen we ook op dit dossier waarmaken.''

Deze week verscheen een onderzoek van het Europees Milieu Agentschap (EEA) dat stelt dat de meeste EU-lidstaten, waaronder Nederland, de Kyoto-doelstellingen bij lange na niet halen. Onderzoekers van het RIVM nuanceren de conclusies. Nederland zou inderdaad de Kyoto-doelen niet halen als er alleen in eigen land reducties moeten worden behaald. Maar zo is het niet. Nederland heeft als enige EU-lidstaat veel werk gemaakt van emissiereducties in het buitenland. Het gaat om maatregelen die in ontwikkelingslanden (clean development mechanism) en in landen in Oost-Europa (joint inplementation) tot minder uitstoot van broeikasgassen leiden. Die reducties mag Nederland, dat daarvoor 225 miljoen euro heeft vrijgemaakt, bij de eigen taakstelling rekenen. Deze projecten zijn in het Europese onderzoek buiten beschouwing gelaten. Wel schrijven de onderzoekers zuinig: ,,Nederland verwacht haar doelstelling te halen door een combinatie van binnenlands beleid en maatregelen en het gebruik van de Kyoto-mechanismen.'' De zin zou er pas na aandringen van Nederland aan zijn toegevoegd.

Eerdere kabinetten, te beginnen bij Paars, hebben bepaald dat Nederland de helft van het reductiedoel moet halen door binnenlandse maatregelen, en de andere helft via de buitenlandse contracten. Nederland is vooral actief in Polen. Het RIVM concludeert: ,,In tegenstelling tot andere EU-landen sluit Nederland nu al aankoopcontracten af voor reducties in het buitenland. Inclusief de realisatie van de buitenlandse aankopen kan Nederland het Kyoto-doel van 6 procent reductie wel halen.'' Daarbij moet wel worden aangetekend dat niet al deze buitenlandse projecten al zijn goedgekeurd. ,,Dit is zeker geen eitje'', aldus het RIVM. Van Geel: ,,Wij zijn erg snel met aankopen in het buitenland en dat heeft als voordeel dat we veel projecten kunnen kiezen. Nadeel is wel dat er veel instanties zijn die kritiek hebben op de uitvoering.'' In het Duitse Bonn bekijken experts van de Verenigde Naties of de Nederlandse projecten door de beugel kunnen. Ter discussie staat bijvoorbeeld de bouw van een `schone' waterkrachtcentrale in Polen. Wat zou er zijn gebeurd als deze centrale niet met Nederlandse steun zou worden gebouwd? Is de bouw van zo'n centrale echt nodig, of komt die alleen maar tegemoet aan een vraag naar stroom die bijvoorbeeld op een andere wijze had kunnen worden tegengegaan? Met andere woorden, wat is de echte milieuwinst? Ook ter discussie, hoewel minder virulent, staat de vraag of bijvoorbeeld een `schone' gascentrale zonder Nederlandse steun niet óók zou zijn gebouwd. Haakt Nederland, kortom, niet aan bij staand beleid?

Het halen van de reductiedoelstelling in eigen land is goed haalbaar. Al moet ook staatssecretaris Van Geel erkennen dat er veel ,,laaghangend fruit'' is geplukt, dat wil zeggen relatief gemakkelijke maatregelen genomen. Zo moeten nieuwe katalysatoren in de kunstmestindustrie in één klap de uitstoot van lachgas (óók een broeikasgas dat meetelt voor Kyoto) bij de productie van salpeterzuur fors beperken. Zulke maatregelen zijn in de toekomst, na de periode 2008-2012, moeilijker te nemen. Met name de groei van het verkeer is ,,onbeheersbaar'' aan het worden, net als in de rest van Europa. En invoeren van zoiets als de kilometerheffing ligt gevoelig. Volgende maand stuurt Van Geel voorstellen naar de Tweede Kamer voor het reduceren van emissies in het verkeer.

Of Europa de klimaatdoelstellingen haalt, hangt niet alleen af van de lidstaten. Volgend jaar krijgt de industrie plafonds toegewezen voor de maximale CO2-uitstoot en vanaf dat moment zullen ook bedrijven zich mengen in buitenlandse projecten. Van deze emissiehandel wordt veel verwacht. Multinationals uit rijke landen kunnen er hun vervuiling mee afkopen en landen als Rusland en ontwikkelingslanden kunnen miljarden verdienen aan de verkoop van `hot air', emissieruimte die zij door hun kleinere economieën niet gebruiken. ,,Het succes van deze emissiehandel zal afhangen mede afhangen van de hoogte van de plafonds voor de industrie'', zegt RIVM-klimaatonderzoeker Joop Oude Lohuis.

Dit alles mits het Kyoto-verdrag van kracht wordt. Juist wegens de lucratieve emissiehandel sluit het RIVM niet uit dat Rusland het verdrag toch zal ratificeren. Bert Metz, hoofd klimaat en mondiale duurzaamheid bij het RIVM en co-voorzitter van de werkgroep die binnen het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in opdracht van de Verenigde Naties de klimaatverandering onderzoekt, zegt: ,,Het zou goed kunnen dat Rusland uit tactische overwegingen nog steeds niet heeft geratificeerd. Ze zeggen dat ze niet zullen tekenen, in de verwachting dat de Kyoto-landen zullen bewegen. Laat ze maar komen, denken ze, zodat wij straks maximaal kunnen incasseren.'' Maar zelfs als Rusland het Kyoto-verdrag niet zal ratificeren, net zoals eerder de Verenigde Staten, dan nog is het van het ,,grootste belang'' dat de andere landen doorgaan met het nakomen van de afspraken, meent Metz, ook al treedt in dat geval het Kyoto-verdrag formeel niet in werking. Hij wijst erop dat stoppen met Kyoto vooral de ontwikkelingslanden een nieuw argument geeft om zich vooral niet te bekommeren om het milieu, maar eerst en vooral de eigen economische groei te bevorderen. Metz: ,,De ontwikkelingslanden zien Kyoto niet als een prioriteit. Ze beschouwen klimaatbeleid als een bedreiging.'' Komende week vliegt Van Geel naar een nieuwe klimaatconferentie, in Milaan, die inmiddels enkele dagen gaande is.

    • Arjen Schreuder