Fischer stuwt op tot vitaal slot

Iván Fischer dirigeert dezer dagen het Koninklijk Concertgebouworkest in muziek van Wagner en Beethoven. Wagners voorspel tot de opera Die Meistersinger von Nürnberg klinkt onder zijn handen bijna als een karikatuur: massaal, martiaal en nogal massief. Zó luid ook, dat Fischer wanneer de gilden de Neurenbergse feestwei opmarcheren, te weinig ruimte heeft om elke groep met nog wat extra volume te accentueren.

In maximaal contrast daarmee staat de bescheiden, subtiele en intieme begeleiding van Wagners Wesendonck-Lieder, die in 1998 en 2002 in Amsterdam door Waltraud Meier werden gezongen in luisterrijke operastijl. Nu krijgt de voortreffelijke mezzosopraan Petra Lang alle ruimte voor een indringende interpretatie uit de traditie van de liedkunst. Ze komt tot een opmerkelijke variatie in expressie: krachtig stralend in Der Engel, angstaanjagend romantisch in Stehe still!, desolaat in Im Treibhaus, pathetisch in Schmerzen en ingehouden extatisch in Träume.

Net als in Wagner demonstreert Fischer in Beethovens Zevende symfonie een opmerkelijke tempovastheid en laat hij laat-romantische vertragingen achterwege. Dat leidt soms tot wat hoekigheid, maar na een sfeervol Allegretto ontstaat in de twee slotdelen met prominent trompetwerk een enerverende energie, vitaal en euforisch.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer. Gehoord: 3/12 Concertgebouw Amsterdam. Herh: 4, 7/12. Radio 4: 7/12 14u15.

    • Kasper Jansen