Film wekt woede in Israël

Soldaten bivakkeerden in tenten voor het Hooggerechtshof, familieleden van omgekomen soldaten schreven brieven in kranten over de ,,schandalige'' documentaire Jenin, Jenin van de Israëlisch-Arabische filmmaker Mohammed Bakri. Velen praten erover, maar slechts weinigen hebben de film gezien en dat zal voorlopig ook niet gebeuren.

Uren voor de vertoning gisteren in Jeruzalem greep de Israëlische Hoge Raad opnieuw in en schortte openbare vertoning op. Eerst moet een nieuw bezwaarschrift worden behandeld. De dagenlange gevechten tussen het leger en Palestijnen in het voorjaar van 2002 in het vluchtelingenkamp bij Jenin, waarbij 60 Palestijnen en 23 Israëliërs omkwamen, is een open wond. De militaire operatie in Jenin kwam op gang na een Palestijnse zelfmoordaanslag in een hotel in Nethanya, waarbij 29 feestgangers werden gedood.

Bakri vertelt het drama vanuit Palestijns perspectief. Hij verhaalt over het gebombardeerde ziekenhuis in Jenin, de bejaarde man die in handen en voeten werd geschoten en de doorboorde baby. Waar gebeurd, zegt Bakri. Allemaal leugens, menen soldaten die in Jenin hebben gevochten. De Hoge Raad had na een jaar nadenken in oktober beslist dat vrijheid van expressie en van meningsuiting zwaarder wogen dan feitelijke en historische accuratesse.

Maar daar hebben familieleden van soldaten en de militaire arts David Zanger zich niet bij neer willen leggen. Zij hebben het debat in het hoogste juridische orgaan heropend gekregen. Bakri is uiteraard boos en vermoedt uitsluitend ,,politieke motieven''. Soldaten en families willen dat Jenin, Jenin nooit wordt vertoond. Volgens hun advocaat is de documentaire ,,propagandistische munitie voor de vijand in een tijd van oorlog''. In de Knesset wordt nu gedebatteerd of Bakri vervolgd moet worden wegens laster. Vice-premier en minister van Diasporazaken Sharansky wil een proces omdat Jenin, Jenin door en door antisemitisch zou zijn. De filmmaker zelf stond gisteravond beduusd voor de Cinematheque in Jeruzalem met een handjevol Israëlische filmfans die een kleine privé-vertoning wilden. Maar daar kon directrice Lia van Leer natuurlijk niet aan beginnen.