Dwalen door ondergrondse doorgangen

Striptekenaar Edgar Pierre (altijd afgekort tot `P') Jacobs zou volgend jaar 100 zijn geworden. Daarom is 2004 uitgeroepen tot het jaar van Edgar P. Jacobs en is er veel aandacht voor zijn klassieke avonturenserie Blake en Mortimer. Onlangs is er een biografie over hem verschenen van Benoît Mouchart en François Rivière (La damnation d'Edgar P. Jacobs). Ook is er een nieuw deel verschenen van de stripserie die na zijn dood is voortgezet door het duo Yves Sente en André Juillard (De sarcofagen van het 6e continent). Verwacht wordt dat volgend jaar de verfilming van Het gele teken zal zijn voltooid. Op dit ogenblik is er in het Musée de l'Homme in Parijs een tentoonstelling over Blake et Mortimer à Paris! en op 30 maart opent er een expositie in het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal in Brussel.

Voor de ruimbemeten expositie Blake et Mortimer à Paris werkte het Musée de l'Homme samen met het stripfestival van Angoulême. Dat is een goede keuze, want het jaarlijkse stripfestival heeft veel ervaring met exposities rondom het beeldverhaal en het weet er bijna altijd wel iets spectaculairs van te maken.

Lezers van Blake en Mortimer weten dat Jacobs gek was op de ondergrondse wereld. Geheime gangen onder pyramides in Het geheim van de grote pyramide, verborgen laboratoria in S.O.S. Meteoren en Het gele teken of zelfs hele beschavingen die ondergronds leven zoals in Het raadsel van Atlantis), Jacobs voerde zijn lezers altijd mee naar beneden. Ook op de tentoonstelling in Parijs worden de bezoekers door tunnels geleid waardoor zij zich in een van Jacobs verhalen kunnen wanen.

In de schaars verlichte, geheimzinnige gangen zijn vitrines gebouwd waar de boeken zijn uitgestald, vergezeld van objecten die in relatie staan tot de verhalen. Bij Het geheim van de grote pyramide liggen een echte mummie en een beeld van Amenophis II. Bij De valstrik (waarin Mortimer gebruik maakt van een tijdreismachine) liggen er fossielen van een Pteradon en Het gele teken wordt vergezeld van een uitgebreide laboratoriumopstelling.

Het gele teken is Jacobs' bekendste boek en daar wordt de meeste aandacht aan besteed. Al bij binnenkomst van het museum ziet de bezoeker her en der gele tekens die de weg wijzen. In de expostieruimte zijn veel tekeningen uit het album à la Roy Lichtenstein opgeblazen tot levensgrote panelen. Die techniek werkt bijzonder goed, omdat Jacobs als voormalig assistent van Hergé een klare lijn en een strakke inkleuring hanteerde. Daardoor krijgt het tekenwerk, dat in sommige verhalen wel eens ondergesneeuwd raakt door vele dialogen van kernfysicus Mortimer en kapitein Blake, terecht extra aandacht. Dan valt op hoe fris en nauwelijks gedateerd die tekeningen zijn. Dat beeld wordt nog eens versterkt in een ruimte waarin acht originele zwart-witplaten uit Het gele teken eerbiedig zijn opgehangen.

Het educatieve aspect wordt niet uit het oog verloren, want in de laatste zaal is een knutselhoekje ingericht en hangen tien `vragen aan Jacobs'. ,,Wat is het geheim van Atlantis? Kun je echt tijdreizen?'' Echt antwoord krijgen de bezoekers niet, maar wel uitleg waarom je die vraag zou kunnen stellen. Blijkbaar werkt deze opzet om de aandacht van de jeugd te trekken, want in de gangen rennen veel kinderen rond, terwijl vader zich met ernstige blik in de expositie verdiept. De grootste attractie voor de spelende kinderen is een donker zaaltje met een bewegende lichtprojectie van Het gele teken. Maar of Jacobs dat zo had bedoeld?

Tentoonstelling: Blake et Mortimer à Paris! Musée de l'Homme-Palais de Chaillot 17, place du Trocadéro, Parijs. Tot 30 april 2004.